Verslaggeverscolumn Toine Heijmans

Waarom dit museum hartstikke blij is met een vervalsing

Elk museum heeft een topstuk nodig, anders kom je er sowieso niet aan te pas in de marketingstrijd die musea noodgedwongen voeren, maar nu Alexandra weet dat haar topstuk een fopstuk is, glimmen haar ogen.

‘Musea verzamelen ook verhalen, hè, en dit is een verhaal!’

De persconferentie is boven in het Flipje en Streekmuseum, waar twee zalen gewijd zijn aan Flipje, de trots van de streek, maar ook zalen aan archeologische vondsten met als publiekstrekker het Gulden Vlies, een ridderlijke onderscheiding in de vorm van een lam uit de middeleeuwen, sinds vijf jaar hier tentoongesteld in een vitrine met alarm, verzekerd voor 100 duizend euro.

Het is, blijkt nu, 100 euro waard: in één klap van kunst naar kitsch.

De ontmaskering begint bij Alexandra van Steen zelf, de directeur, die corrosie ontdekt op ‘het stuk’ – vreemd, want goud corrodeert niet. De deskundigen die ze vervolgens inschakelt komen verbijsterend eenvoudig tot de conclusie dat het Gulden Vlies een replica is uit het begin van de 20ste eeuw, slordig gegoten uit messing en afgewerkt met goedkope goudverf: een toneelattribuut. Johan Langelaar van onderzoeksbureau ArcheoCare kan zijn verbazing nauwelijks verbergen: het stuk weegt de helft van wat een gouden stuk had gewogen, het ontbeert de patina die je van een bodemvondst verwacht, de gietfouten zijn met het blote oog zichtbaar. Het XRF-metaalonderzoek dat dr. Bertil van Os uitvoerde, senior wetenschapper bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, was eigenlijk niet eens nodig om vervalsing vast te stellen. Koper­legering afgewerkt met vuurvergulding – meer kunnen ze er niet van maken, uit dezelfde mal waarschijnlijk als de replica die ze terugvinden in Parijs in de attributencollectie van Bijouterie du Spectacle.

Gulden Vlies, Topstuk
Gulden Vlies, Fopstuk

Johan: ‘Het is een mislukt gietsel.’ Alexandra: ‘Hebben we ook nog eens de slechtste.’ Johan: ‘Als jij dit in die tijd zou inleveren bij Philips II, ging je kop eraf.’

Voorheen het topstuk had een schitterend verhaal: met een mes uit de modder geplukt door student Willem van Duyn, ergens rond 1970, na zijn dood in 1992 door broer Dick van Duyn verkocht aan een Amerikaanse handelaar in antiquiteiten, Stephen Herold, die op zijn website 120 pagina’s wijdt aan het topstuk, dat in 1559 door Philips II geschonken zou zijn aan edelman Claes Vijgh, de machtigste man van Tiel en omstreken.

Een hoog karaat gouden hanger uit de Renaissance, taxeerden de Londense veilingmeesters James Morton en Tom Eden.

Vereerd nam het Flipje en Streekmuseum dit topstuk in bruikleen, in 2013. Om elk Gulden Vlies zweemt de mystiek van ridders en oude koningshuizen die het zo goed doet in historische romans – zelden is een echte te zien. Dat prinses Beatrix is benoemd in de orde van de vliesridders werd pas duidelijk toen ze haar hanger droeg tijdens een staatsbanket in Spanje.

Machtig verhaal. Maar wel afkomstig van de eigenaar, zeggen Johan en Alexandra – Claes Vijgh staat nergens op de lijsten met ontvangers van de orde en een zoektocht naar de broers Van Duyn liep op niets uit.

Als ik Stephen Herold om een reactie vraag, stuurt hij een dampende e-mail terug: ‘Mevrouw van Steen bestiert een jam-museum maar weet niets van antiquiteiten.’

Alexandra: ‘Het is echt nep.’ ­Johan: ‘Wij houden ons gewoon bij de feiten’. En het blijft een schitterende geschiedenis.

Toch komen er maar vier journalisten naar de persconferentie – drie vertegenwoordigen lokale media. ‘Alle journalisten staan weer in Amsterdam’, zegt Alexandra, want daar licht de directeur van het Van Gogh zijn vertrek toe, ‘dat is belangrijker’.

Voor kleine musea is het ploeteren, hun financiële positie is vaak ‘kwetsbaar of slecht’, schreef NRC twee jaar geleden na onderzoek. Een deel vreest voor z’n voortbestaan. Het is opboksen tegen de grote met hun topstukken en marketingbudgetten, die nu weer moeiteloos het Rembrandtjaar domineren, terwijl de kleintjes buigen voor bezuinigingen. Een klein museum moet zich altijd weer bewijzen. Vlakbij is net Museum Tweestromenland gesloten, de vijftig vrijwilligers boos, het gaat om een paar duizend euro subsidie per jaar.

Alexandra van Steen (midden) en Johan Langelaar.

Het Flipje en Streekmuseum krijgt elfduizend bezoekers per jaar, heeft twee fte’s in dienst en bestaat bij de gratie van 45 vrijwilligers. Het greep net naast de Museum Educatieprijs – het machtige Kröller-Müller won, het tergt Alexandra nog steeds. ‘Wij zijn een instapmuseum, heel belangrijk om kinderen de waarde van musea bij te brengen’.

Nu zet ze haar kaarten op de vervalsing, die te zien blijft naast de andere replica. ‘We zijn een stuk armer maar een verhaal rijker’, zegt ze. ‘Het vlies is niet van goud, maar het verhaal is goud waard.’

Dit fopstuk gaat bezoekers trekken. Dat is het Flipje en Streekmuseum gegund.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.