VerslaggeverscolumnMargriet Oostveen in Ermelo

Waarom deze dagbesteding openbleef toen alles sloot

Jordi begreep eerst niet dat zijn vader anderhalve meter afstand van hem wilde houden. Jordi (36) is nogal knuffelig en zorgzaam, hij zal een keer of acht vragen of ik nog een kopje koffie lust. Hij belde zijn vader dus beledigd af. Voor hem hoefde bezoek op deze manier niet meer!

Hij is zo sinds hij na een auto-ongeluk op zijn zeventiende maanden in coma lag. Jordi woont nu in een woongroep en is vaste gast in de Dorpswerkplaats in Ermelo, een kleinschalige dagbesteding voor mensen met een beperking: vier locaties, waar in totaal zo’n zesentwintig volwassenen komen.

Ook dit soort voorzieningen ging half maart in bijna heel Nederland op slot, terwijl dat dus niet per se moest. De boodschap was dat iedereen zo veel mogelijk binnen moest blijven, maar óók dat ‘het zorglandschap’ overeind moest blijven, zegt oprichter Daniëlle Terpstra van de Dorpswerkplaats. Daarom bleef zij open voor mensen zonder coronaklachten die niet in de risicogroep zaten. Ze is een grote uitzondering.

Daniëlle Terpstra (l) en begeleider Evelien van den Hazel.

Ermelo noemt zichzelf graag ‘het zorgdorp’ en als je binnenrijdt blijkt waarom, rondom ligt aan de rand van de Veluwe een keur aan instellingen onder de bomen. Bartiméus voor blinden en slechtzienden, ’s Heeren Loo voor mensen met een verstandelijke beperking, Veldwijk voor psychiatrische patiënten. Daaromheen wonen kwetsbare mensen in bijbehorende voorzieningen.

Als het goed is krijgen zij minstens een paar uur per week bezoek van een persoonlijk begeleider. De rest van de tijd moeten de mensen die enigszins zelfstandig wonen het ook grotendeels zelf redden, want zo werkt zorg tegenwoordig. Voor wat aanspraak, bezigheden en structuur in die leegte is er dan dagbesteding. In en rond Ermelo zijn er daarvoor meer dan tien mogelijkheden. Behalve de Dorpswerkplaats gingen die ook hier allemaal dicht.

Daniëlle kreeg boze mensen aan de deur en ook op Facebook is haar verweten geld over de rug van haar cliënten te willen verdienen en met levens te spelen, ‘maar dat was helemaal niet aan de orde, de betaling ging ook bij sluiting gewoon door’. Wel maakte zij zich zorgen over haar cliënten, van wie er een paar suïcidaal zijn.

Met de klok mee: Sylvia, Jordi, Tijmen en Jan.

Sylvia plakt secuur kleine kraaltjes op een afbeelding. Ze lijdt aan chronische depressie en eenzaamheid, sinds de zorginstelling waar ze in een groep woonde failliet ging. Van de ene op de andere dag moest Sylvia zelfstandig wonen. Ze klampt zich nu vast aan de Dorpswerkplaats, zegt Sylvia, ’s middags op de fiets terug naar huis moet ze altijd huilen. ‘Als ze hier niet open waren gebleven dan had ik er echt een einde aan gemaakt.’ Ze heeft het vaker geprobeerd.

Veel cliënten van Daniëlle kregen uit angst voor besmetting in hun woonvoorziening van zorginstellingen te horen dat dagbesteding ‘verboden’ was door de minister, wat formeel dus niet zo was. Dat was wel begrijpelijk, zegt Daniëlle, maar het was te rigide. Er is te weinig gekeken naar tussenoplossingen.

Eén cliënt heeft ‘zo’n enorme scène getrapt’ dat ze alsnog mocht komen. In totaal had ze er de laatste maanden zes over de vloer. Daniëlle vindt dat veel persoonlijk begeleiders de handdoek ook te gemakkelijk in de ring gooiden, onder haar zesentwintig cliënten was er maar één begeleider die niet afhaakte. De rest bleef na 15 maart opeens weg, vaak zonder enige toelichting. Iedereen leek een ander verantwoordelijk voor uitleg te houden. Maar dit betrof mensen die het concept ‘anderhalve meter’ vaak niet eens begrijpen.

Jan (80), herenigd met zijn punnikklosje

Daniëlle heeft twee zelfstandig wonende cliënten die geen nieuws volgen omdat ze psychotisch kunnen worden en prikkels mijden. ‘Eentje kwam hier na twee dagen binnenwandelen en wist van niets, hij wilde iedereen een hand geven, niemand had hem wat verteld. Terwijl: dan bél je jouw cliënten na zo’n persconferentie toch even?’ Tijmen, die PDD-NOS heeft, een vorm van autisme, zal later zeggen: ‘Ik ruim mijn huis eigenlijk alleen op als mijn begeleider komt. Ik heb nu dus wel even wat in te halen.’ Dan komt Jan (80) voor het eerst weer binnen, linea recta naar de plank waar zijn bolletje wol en punnikklosje nog liggen. ‘Ik mag u geen hand geven, dat mag nu ook al niet’, zegt Jan, ‘maar verder is het weer leuk!’

Het Trimbos-instituut hield in mei een peiling: nog maar een kwart van de ondervraagde 600 mensen met psychische klachten zag zijn hulpverlener toen nog, het percentage dat thuis werd bezocht was gedaald van 38 naar 9 procent.

Nu gaat de dagbesteding weer open: tergend langzaam. Ze schrijven daar nog protocollen, ik telde er al elf.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden