Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in Roermond

Waarom de overheid vaagtaal blijft gebruiken

Strijdvaardig staan de vrouwen bij het stadskantoor. Ooit heeft iemand het woord ‘stadskantoor’ bedacht, een rare samentrekking, wat bedoelen ze er eigenlijk mee? Op het stadskantoor van Enschede kunt u ‘een afspraak maken voor een product’, lees ik op de website, een perfect voorbeeld van vaagtaal. Hier in Roermond gaat het gelukkig al wat beter.

De vrouwen zijn van de ‘meeleesgroep’: ze keuren ambtelijke brieven op helder taalgebruik. Nog levert het stadskantoor moerasachtige teksten: lange zinnen met jargon, naar adem happend in tangconstructies en lijdende vormen. Toos, Marlies en Ieteke komen eens per maand bij elkaar om de verse oogst te verwerken die is ‘opgehaald’ door projectleider Claudia Vermeulen. Ze zijn streng en hebben er lol in.

Nu komt de staatssecretaris naar het stadskantoor om te vertellen dat álle ambtenaren beter moeten schrijven. Hij voert, als oud-militair, een ‘Direct Duidelijk-brigade’ aan met honderd ‘taalcoaches’ – dat zijn zeg maar een soort leraren. Maar om taal alleen gaat het niet, weet de meeleesgroep: het gaat ook om de toon. Brieven die beginnen met: ‘u moet betalen’, ‘dan raak ik dus meteen in paniek’, zegt Ieteke van Maltsen, ‘dan denk ik: is dit een boete?’ Marlies Geraedts: ‘Een beetje empathie, is dat nou zo moeilijk?’

De meeleesgroep: Ieteke, Toos, Marlies en Claudia. Beeld Toine Heijmans

Meteen een tip: begin die computerbrief met een nette aanhef, zoals ‘beste’ of ‘geachte’. Dat is sympathiek. Marlies: ‘Ze hebben het over jip-en-janneketaal, maar dat is het niet. Het is niet simpel op je hurken gaan zitten, juist niet. Daarmee doe je net of de overheid boven je staat, en die tijd is geweest.’

Claudia vertelt dat haar collega-ambtenaren ‘best wel eens boos’ zijn als ze over de onleesbare brieven begint. ‘Als ik het terugkoppel…’

Terugkoppel?

‘Ja, ja, ik weet het. Ik doe het ook.’

Onderwijs voor taalontspoorde overheden is niet van vandaag: ook in Rotterdam zijn ze al langer bezig. Daar regelde Emmely Samson een cursus ‘duidelijk schrijven’ voor 1.350 ambtenaren. Tip: ‘Als een bouwvergunning wordt toegekend, kun je zo’n brief ook beginnen met: ‘Gefeliciteerd!’ Dat geeft een heel ander gevoel.’

Ze vertelt dat mensen die overheidspost niet begrijpen, dat meestal op zichzelf betrekken. ‘Het maakt ze onzeker. Dus zullen ze niet snel boos naar de gemeente bellen.’ En het zijn echt niet alleen de laaggeletterden die er last van hebben. Aan de slag: inmiddels is Emmely benoemd tot ‘kwartiermaker’ van dit project.

Kwartiermaker?

‘Ja, eh, dat moet dus ook anders.’

De staatssecretaris. Beeld Toine Heijmans

Luisteren we naar de staatssecretaris, Raymond Knops: ‘De overheid moet geen vijand zijn’. En: ‘Dit is een proces van best practices’.

Taal is macht, leg ik hem later voor. Politici gebruiken duidelijke taal tot aan de verkiezingen, daarna trekken ze hun mistgordijnen graag weer op. Dit geeft de staatssecretaris direct toe: ‘Zelf gebruik ik inderdaad wel eufemistische taal, dat is ook een stukje zelfbescherming’. En: ‘Als ik elke dag precies zou zeggen wat ik vind, dan heb ik een probleem. Duidelijk zijn maakt je kwetsbaar.’

Helder. En hulde.

Ook Raymond woont in het woordenwoud van Binnenlandse Zaken waar, net als op andere ministeries, onbegrijpelijk taal een wapen is. Zijn minister, Ollongren, is goed in het demonteren van lastige en minder lastige dossiers met omtrekkende taalbewegingen. De echte meester is uiteraard premier Rutte zelf.

Taal is zeg maar steeds meer iets om niets te zeggen.

Direct en duidelijk formuleren is een mooi streven, maar ook een vijand van de overheid. Je kunt er namelijk rechten aan ontlenen. Vandaar dat ze in stadskantoren, provinciehuizen en ministeries altijd mistige taal zullen gebruiken, brigade of niet. Lees de heerlijke jeukwoorden-trilogie van Japke D. Bouma erop na – dat is niet meer uit te bannen.

Ambtelijke brief, bewerkt door de meeleesgroep. Beeld Toine Heijmans

Tegelijk strekt het taalprobleem zich verder uit dan de brieven van de overheid. Want, zegt Toos: ‘ze willen alles digitaal maken’. En ik denk aan mijn moeder, die panikeert bij elk mailtje van Mijnoverheid met het bericht dat er een nieuw bericht te lezen is op Mijnoverheid. Het maakt de slotgracht tussen burger en overheid almaar dieper.

Nog los van het taalgebruik gaan digitale systemen uit van zichzelf en van hun eigen problemen, niet van de burger, zegt Ron Beenen van Stichting Accessibility, ook aanwezig op het stadskantoor. Vreemd, zegt Ron, want het bedrijfsleven zweert allang bij helderheid. Daar worden alle websites continu getest, ‘tot en met de vraag of een knop groen moet zijn of blauw’ - want voor je het weet ben je klanten kwijt.

Zijn stichting beijvert zich voor een toegankelijke, digitale taal. Ron overhandigt me zijn visitekaartje, hij is, staat erop, ‘programmamanager’.

Ja, zegt Ron, ‘ik weet het.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden