VerslaggeverscolumnAriejan Korteweg in Den Haag

Waarom de Armeniërs al zes weken dagelijks demonstreren op het Plein

Ze vertellen te zijn geïntimideerd door Azeri’s en Turken – ‘jongens op brommers’ – die riepen dat ze terroristen waren en iedereen filmden. Ze spraken Wiebes, Karabulut, Hoekstra, De Jonge, Voordewind, Baudet en Sjoerdsma, die alle tijd namen. Jesse Klaver holde eerst voorbij, maar kwam uiteindelijk toch gedag zeggen. De parlementariërs van Denk wilden geen flyer aanpakken. En er was minister Blok – de hoofdprijs – die hen zei dat hij voorlopig niet voldoende informatie heeft om iets te doen.

Er gebeurt wat als je zes weken op het Plein staat.

Ze troffen er ook andere demonstranten, de mensen van #viruswaarheid die soms onaangekondigd naar het Plein kwamen en vroegen of ze het niet benauwd kregen achter hun mondkapje. Die zeiden: mevrouw, u krijgt niet genoeg zuurstof zo, doe toch af dat ding.

Onbegrijpelijk, vinden de Armeniërs: die mensen hebben het over vrijheid als ze tegen mondkapjes protesteren. Terwijl wij ooms en neven hebben die in de loopgraven vechten en kans lopen te worden onthoofd. Die mensen weten niet hoe bevoorrecht ze zijn. ‘Dat voelt heel schril.’ Toen de Armeniërs een petitie wilden overhandigen aan Kamerleden, konden ze zich door het geroep van virusontkenners niet verstaanbaar maken.

Marie-Noelle (links) en Ani: studeren lukt niet meer.

Sinds het uitbreken van de oorlog om Nagorno-Karabach op 27 september staan er elke dag Armeniërs te demonstreren, pal voor de ingang van de Tweede Kamer. Telkens weer komen ze, uit Arnhem, Almelo, Hengelo of gewoon Den Haag. Nu dus al dertig dagen lang, ook tijdens het reces. Een zo vasthoudend protest is zeldzaam.

Meestal staan ze op het Plein. Toen de Azeri’s van de politie toestemming kregen te demonstreren, verhuisden ze voor één week naar de Hofplaats aan de andere kant. ‘Ons hart roept’, zeggen ze: ‘We kunnen niet anders.’

Ze zijn gewikkeld in Armeense vlaggen, of vlaggen van Nagorno-Karabach, die een extra wig hebben. Op hun borden staat ‘Recognize Artsach’, de Armeense naam voor Nagorno-Karabach, en ‘Your silence is killing my family’. Zodra er een politicus in zicht is, wordt die vriendelijk maar resoluut aangeklampt. Wacht, daar komt minister Slob. Die haast zich te vertellen dat hij in 2015 in Jerevan was om de Armeense genocide te herdenken.

Arie Slob: al in Jerevan geweest.

Een stille wacht heet zoiets. Krijg je toestemming van de politie, dan mag je met een groepje komen demonstreren. In stilte dus: geen trommels, geen leuzen, niet zingen. Alles rustig hier. Maar vergis je niet: als de Armeniërs bij de Azerbeidzjaanse ambassade protesteren of de A76 blokkeren, is er meer tumult.

Ga je met ze praten, dan buitelen ze over elkaar heen om uit te leggen hoe erg het is. Iedereen heeft verhalen. Over familie die Stepanakert, de hoofdstad van Nagorno-Karabach, is ontvlucht en met wie ze nu dagelijks bellen, tranen aan beide kanten van de lijn; over de (verboden) fosforbommen die Azerbeidzjan inzet; over Syrische huurlingen die 100 euro krijgen voor elk hoofd van een Armeense soldaat dat ze kunnen laten zien; over de Israëlische wapenleveranties aan Azerbeidzjan. En over de onverschilligheid van de Nederlandse media.

Twee van de demonstranten zijn jonge vrouwen, studenten allebei, de een doet urban studies, de ander liberal arts. Ze heten Ani Nazari en Marie-Noelle Aghajanyan; Ani heeft familie in Nagorno-Karabach, Marie-Noelle is daar geboren, ze is op het Plein met haar tante Svetlana, de allertrouwste demonstrant. Sinds de oorlog losbarstte lukt studeren niet meer: ‘We kunnen ons nergens op concentreren.’ Dus komen ze naar het Plein.

Straks, als ze weer thuis zijn, gaat de oorlog gewoon door, maar dan op sociale media. ‘Je staat ermee op en gaat ermee naar bed.’ De Azeri’s hebben bots, zeggen ze, die automatisch reageren op alle Armeense berichten. Ook op die van Kim Kardashian, een wereldberoemde Armeense.

Ze kijken elkaar even aan, vertellen dan over de posts met foto’s van soldaten die tegen de lijken van Armeense soldaten schoppen of hen in brand steken. ‘Dat wil je gewoon niet zien.’ Die foto’s rapporteren ze bij Facebook. Na enig aandringen worden ze vaak weggehaald. ‘There’s a cyber war going on.’

‘Mijn studievrienden zeggen: jij bent de enige door wie ik wat over deze oorlog hoor’, zegt Marie-Noelle. Wat ze wel zouden willen: een Nederlandse Kardashian, Aznavourian, Cher (Cherilyn Sarkisian) of de band System of a Down die Armenië onder de aandacht kan brengen. Het gaat op tv over niets anders dan Trump en mondkapjes, zeggen ze. ‘Deze oorlog wordt vergeten.’

Hoe lang ze nog blijven? ‘Wij staan hier tot er een staakt het vuren is.’

Tante Svetlana: trouwste demonstrant.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden