Opinie

Waarom blanken niet 'wit' moeten worden genoemd

'Empathie voor raciale ongelijkheid slaat al snel om in essentialisme'

Blanken worden steeds vaker 'wit' genoemd. Blanke en donkere huidskleuren zijn uit, wit en zwart in. Je hoort het de hele tijd tegenwoordig: de politie is te wit, niet te blank. De ombudsvrouw van de Volkskrant Annieke Kranenberg adviseert de term 'wit' in plaats van 'blank', maar Sylvia Witteman voelt zich juist weer aangevallen: 'Ik ben niet wit!' Ik stoor me ook. Maar niet zozeer aan de toonverschuiving, maar aan de ideologische beweging die zich erachter verschuilt.

Scène uit Sunny Bergman's documentaire 'Wit is ook een kleur'.

Vooral sinds Sunny Bergmans documentaire Wit is ook een kleur probeert een legertje veramerikaniseerde moraalridders het Amerikaanse denken in termen van een white-black-tegenstelling naar Nederland te halen. De documentaire begint met een scène waarin Bergman er bij een blanke jongeman op hamert dat hij niet blank is, maar wit. Dat zou van moreel belang zijn.

Fanatiek hameren op zo'n kleurindeling heeft iets sufs, want als je het hebt over 'witte' en 'zwarte' mensen, moet je Aziaten 'geel' noemen en Indianen 'rood'. Chinezen 'gele mensen' noemen - dat klinkt slecht.

Bovendien is niemand echt rood, geel, zwart of wit. Chinezen zijn iets geliger, maar niet echt geel. Blanken zijn rozig. Als mevrouw Bergman binnenkomt met een gezicht zo wit als de muur, bellen we direct een ambulance.

Maar het doel van de nieuwe terminologie is natuurlijk om te benadrukken dat achter elke huidskleur een eigen ervaringswereld ligt. Het leven van witten wordt gevormd door 'white privilege', dat van zwarten door een 'black experience'. Zwart zijn is dus een culturele identiteit, een ervaring: de belichaming van achtergesteldheid.

Dat soort Amerikaanse empathie voor raciale ongelijkheid slaat echter al snel om in essentialisme. Dan zouden sommige Afro-Amerikanen zich 'te wit' gedragen of mogen blanken zich geen gebruiken of tradities aanmeten die bij de unieke ervaring van een minderbedeeld ras horen. Dat laatste heet cultural appropriation.

Omdat het Amerikaanse antiracistische discours alles ophangt aan ras, is het zelf een beetje racistisch. Individuen worden gezien als vertegenwoordiger van hun ras. Op die manier wordt iedereen tot zijn ras gereduceerd.

Als men in de Amerikaanse pers spreekt over journalisten, politici en wetenschappers die toevallig een donkere huidskleur hebben, wordt er altijd bij gezegd dat ze 'black' zijn, om het belang van hun raciale identiteit te benadrukken. Als black biologist doet meneer Smith onderzoek naar eiwitten. Knap hoor! Kijk, dáár ligt juist een racistisch denkpatroon achter.

Laten we er niet aan beginnen. We hoeven toch niet alle stompzinnigheden van de Amerikanen over te nemen? Onze veramerikaniseerde moraalridders kunnen - om bij huidmetaforen te blijven - de pikpokken krijgen.

Eric C. Hendriks studeerde op Berkeley, en de universiteiten van Chicago, Utrecht en Göttingen, promoveerde in Mannheim en is momenteel werkzaam als socioloog op de universiteit van Peking.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.