The Big PictureRob Vreeken

Waarheidsvinding boven alles, ook als de waarheid ‘de vijand in de kaart speelt’

Hoe breed de protesten tegen het ayatollahregime in Iran worden gedragen, is moeilijk vast te stellen.Beeld EPA

Boeiende ontwikkelingen in Iran. Op de internationale crisissfeer na de dood van generaal Soleimani volgde de bizarre twist van het neerschieten van een Oekraïens vliegtuig en de woedende reactie daarop van demonstranten, niet tegen Amerika, maar juist tegen het ayatollahregime zelf.

De protesten begonnen op de Amir Kabir Universiteit in Teheran, altijd al een oppositioneel bolwerk, en verspreidden zich vervolgens naar andere steden. Maar hoe breed de woede wordt gedragen ‘is moeilijk vast te stellen’, hoor ik BBC-correspondente Caroline Hawley zeggen vanuit Dubai.

Zo is het. Internationale media kunnen in Iran nauwelijks opereren en de autoriteiten belemmeren vrij zicht op de werkelijkheid. Sinds 1979 heeft Iran diverse protestgolven gezien, het grootst tijdens de Groene Beweging van 2009. In het buitenland wekte dat soms de hoop dat de val van het regime nabij was, maar telkens trokken de conservatieven aan het langste eind. Zorgvuldigheid blijft geboden.

Wat dat betreft, zag ik deze week een interessante casus op een podium waarvan ik me doorgaans verre houd: Twitter. Een van Nederlands beste Iran-watchers, Peyman Jafari, werd daar aangevallen door Ruud Koopmans, hoogleraar in Berlijn en auteur van een boek over de islam. Jafari had vorig weekend, na de eerste betogingen, gemeld dat het protest vooralsnog beperkt was tot de bekende studentenbolwerken en dat moest worden afgewacht of het zou overslaan naar andere delen van de bevolking.

Dat was niet naar de zin van Koopmans. Hij vond dat buitenlandse waarnemers verplicht zijn ‘het protest aan te moedigen door te zeggen dat het ­omvangrijk is’. Op Jafari’s repliek dat zijn sympathie bij de Iraanse oppositie ligt, maar dat toch in de eerste plaats ‘nuchtere analyse’ van de feiten nodig is, niet wensdenken, antwoordde Koopmans: ‘Dit is geen wetenschappelijke conferentie, we zijn toeschouwers bij de val van een misdadig regime. Welke beelden je helpt verspreiden, kan daarop ­invloed hebben.’

Opeens waande ik me terug in de linkse jaren ­zeventig. Op de School voor de Journalistiek in Utrecht ging de anekdote rond over een al te idealistische student die op stage bij een dagblad in ­Brabant in een bericht over protesten in Chili zowel het aantal betogers als het aantal doden door politiegeweld met een factor of vijf had vermenigvuldigd. ‘Dan maakt het meer indruk’, zo had hij zich verweerd, ‘en dat draagt bij aan het verzet tegen ­Pinochet.’

De docenten hielden ons voor dat zoiets voor een professionele journalist uit den boze is. Waarheidsvinding boven alles, ook als de waarheid volgens sommigen ‘de vijand in de kaart speelt’. Braaf heb ik me sindsdien aan die les gehouden. Zo ging ik in 1998 naar Oezbekistan om de ontluikende mensenrechtenbeweging in post-Sovjettijden in beeld te brengen. Tot mijn verbijstering bleek die te bestaan uit individuen die niet zozeer het regime van dictator Islam Karimov, alswel vooral elkáár bestreden. Beschuldigingen van fraude met donorgeld, heulen met de geheime dienst en zelfs seksuele roddels ­vlogen over en weer. ‘Maratje’, schreef Mikhail Ardzinov aan collega-activist Marat Zakhidov. ‘Je bent een hoer! Stop je vieze tong in je kont! We zullen niet toestaan dat een pederast als jij het publiek voorliegt.’

Het regiohoofd van Human Rights Watch toonde zich teleurgesteld over mijn publicatie met de kop ‘Diep gezonken’, maar ik wist haar te overtuigen van de juistheid van mijn werkwijze. Met sympathie is ook voor een verslaggever niets mis, maar het mag feitelijke betrouwbaarheid niet in de weg staan, laat staan dat gesjoemel met de waarheid een middel kan zijn om politieke doelen te bereiken. De jaren zeventig revisited: sommige lessen moeten met elke generatiewissel opnieuw worden onderwezen.

Het protest tegen het Iraanse regime is afgelopen week verder gegroeid. Mooi zo. Ook Peyman Jafari heeft dat adequaat gerapporteerd. Maar niet dan ­nádat het was gebeurd.

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden