Opinie The Big Picture

Waar zijn ze dan, al die linkse feministen die wegkijken van genitale verminking?

Rob Vreeken en Arie Elshout becommentariëren beurtelings het buitenlandse nieuws.

Het Nanana Winbridge Education Center in Kajiado, Kenia, een opvang voor meisjes die van huis weggelopen zijn om aan genitale mutilatie te ontkomen, maart 2007. Beeld ANP

Goed nieuws. Genitale ­verminking van meisjes in Afrika neemt snel af. Er is bewijs van een ‘enorme en significante daling’ onder kinderen in de leeftijd van 0 tot 14 jaar, schrijven vier onderzoekers in tijdschrift BMJ Global Health. Zij zien sinds 1995 een teruggang van 71 naar maar liefst 8 procent in Oost-Afrika, de succesvolste regio van het continent. Ook elders geven de ­cijfers hoop. Noord-Afrika kende een daling van 57 naar 14 procent, West-Afrika van 73 naar 25 procent.

Heel mooi, daarover hoeven we niet van mening te verschillen. Iederéén gruwt bij de gedachte dat jonge meisjes worden verminkt en voor het leven beroofd van hun seksuele gezondheid, toch?

Oeps, nee. ‘Binnen antiracismekringen’, lees ik in de Volkskrant van 17 november, ‘ontbreekt het soms aan kritiek op meisjesbesnijdenis of huwelijksdwang’. Dat zegt Harriët Duurvoort, in haar gesprek met Herman Vuijsje.

Ja, dat verhaal ken ik. Al heel lang schrijf ik over FGM (genitale verminking), en telkens weer hoor ik dat besnijdenis van meisjes zou worden gebagatelliseerd door lieden in Nederland uit respect voor andere culturen. Dat kunnen multiculturalisten zijn, maar meestal betreft het ‘feministen’, en bij voorkeur ‘linkse feministen’.

Ik heb daar nooit iets van gemerkt en volgens mij is het grote flauwekul. Voor zover ik weet is alles wat zich hier feministisch noemt onvoorwaardelijk tegen genitale ­verminking. Opzij schrijft er sinds jaar en dag kritisch over. Mama Cash, het fonds voor internationale vrouwenprojecten, wijst culturele relativering van FGM nadrukkelijk af, zie de website. Idem voor het internationale feministische netwerk Wo=men.

Wie die wegkijkende ‘linkse feministen’ dan wel zijn? Ik zou het niet weten, want ze worden nooit expliciet genoemd. Mijn reactie is altijd: namen en rugnummers graag!

Sociologe Jolande Withuis hield in 2016 een toespraak getiteld ‘Het verraad van de feministen’. Tegenover de strijd van Ayaan Hirsi Ali tegen vrouwenbesnijdenis plaatste zij ‘een feministisch antropologe aan de VU’, die in de jaren tachtig zou hebben beweerd dat we een klein sneetje in de clitoris moeten toestaan om erger te voorkomen – een quasi-coulantie die door Unicef en andere FGM-bestrijders resoluut wordt afgewezen.

De jaren tachtig, mijn hemel. Ik sluit niet uit dat er toen feministen waren, en mogelijk zelfs een aan de VU, die uit cultuurrelativisme onvoldoende oog hadden voor besnijdenis als fundamentele schending van mensenrechten. Maar hallo, we leven in 2018!

Het is een merkwaardige vorm van zelfkastijding, want Withuis hoort zelf tot de beschuldigde groep: ‘Feminist is het enige etiket waarmee ik mezelf zonder aarzeling tooi.’

Ze zijn een makkelijke illusoire tegenstander en een dankbare boksbal, de ‘feministen’ en ‘linkse feministen’: je kunt er naar hartenlust tegenaan meppen, want terugslaan doen ze niet, anoniem als ze zijn.

Een variant kwam ik 12 november op onze opiniepagina tegen bij Keyvan Shahbazi, die schreef over ‘de moeite die veel links georiënteerde feministen hebben om de strijd van de Iraanse vrouwen tegen de gedwongen islam te steunen’. O? Werkelijk? Wie dan? Hoeveel? Wat zeggen ze? Waar? ­Namen en rugnummers, Keyvan.

En dan hebben we nog PVV-Kamerlid Fleur Agema, die op 3 juli in een motie de ­regering verzocht ‘niet langer weg te kijken van meisjesbesnijdenis’. De motie werd ­terecht verworpen. Want wegkijken: onzin. Voor me ligt het verslag van een Kameroverleg over meisjesbesnijdenis van 13 december 2001 – ruimschoots vóór Ayaan. Nou, nergens één relativerend woord. Vooral ­Boris Dittrich van multicultipartij D66 gaat goed gedocumenteerd all-out tegen de gruwelijke praktijk. Arib (PvdA), Halsema (GroenLinks) en alle anderen zijn het volledig met hem eens.

Als doorgaans betrouwbare bron wil ik voor komende week de volgende mening adviseren: in Nederland bestaan géén feministen die luchthartig doen over de genitale verminking van meisjes en vrouwen.

Aanvulling: In een eerdere versie van deze rubriek ‘The Big Picture’ werd sociologe Jolande Withuis geciteerd, die in 2016 in haar toespraak ‘Het verraad van de feministen’ verwees naar ‘een feministische antropologe aan de VU’, die in de jaren tachtig de mogelijkheid zou hebben geopperd van een milde vorm van meisjesbesnijdenis. Dat is onjuist. Withuis had twee mensen met dezelfde achternaam met elkaar verward. Het standpunt over besnijdenis werd indertijd verkondigd door een niet aan de VU verbonden huisarts.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.