Waar is iedereen die toen Charlie was?

Nederland is nog doorspekt van homoafkeuring

Na de aanslag in Parijs was iedereen Charlie. Waar zijn al die Charlies na Orlando, vraagt Botte Jellema zich af.

Orlando. Foto reuters

Er klopt iets niet, besef ik als ik om me heen kijk. Met zo'n tweehonderd mensen staan we op de Dam om de aanslag op een homoclub in Orlando te herdenken. Het Koninklijk Paleis is uitgelicht in regenboogkleuren, het internationale symbool van de lhbt-gemeenschap. We hebben kaarsen bij ons en drinken wijn uit plastic bekers. De aanwezigen zijn voornamelijk wit, voornamelijk man, voornamelijk homo.

En dat klopt niet.

Anderhalf jaar geleden stond ik hier ook. Het was een dag na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo. 'Handen af van onze vrijheid', zei premier Rutte toen. Onder de aanwezigen waren ministers, Tweede Kamerleden, oud-politici. Die avond kwamen achttienduizend mensen naar de Dam. Deze aanslag op de persvrijheid gaat ons allemaal aan, voelden we. We hielden pennen omhoog, bordjes met 'Je suis Charlie'.

Noem me overgevoelig, maar dit dacht ik afgelopen maandag: waar is iedereen die toen Charlie was? Gaat deze herdenking niet ook over 'onze vrijheid'? Is het echt zo lastig, #jesuisgay?

In Orlando werden vorig weekend 49 lhbt'ers vermoord. Een man stapte met een automatisch wapen binnen bij een homoclub en begon te schieten. De kogels raakten de dansende lichamen. Bloed, gegil, pijn en doodsangst: in alles het tegenovergestelde van wat deze plek een paar minuten daarvoor was.

'Orlando' is de ergste mass shooting in de Verenigde Staten ooit. Het was, boven alles, een doelgerichte aanslag: Omar Mateen had het gemunt op lhbt'ers. Gek genoeg blijft dat belangrijkste aspect in veel reacties onderbelicht.

Moskou. Foto AP
Sydney. Foto AFP

Premier Rutte twitterde geschokt te zijn en mee te leven met de overlevenden. Geen woord over het feit dat dit een aanslag was op de lhbt-gemeenschap. The New York Times vergat aanvankelijk in de kop te melden dat het een homoclub betrof. Op het Britse Sky News was te zien hoe een homoseksuele verslaggever van The Guardian woedend een actualiteitenprogramma verliet omdat de presentator weigerde te erkennen dat dit specifiek een aanslag op lhbt'ers was. Max Pam was geraakt door Orlando, schreef hij deze week in de Volkskrant. Zijn verklaring: Mateen zou ook hebben overwogen om een aanslag te plegen in Disney World. En daar was Pam weleens met zijn dochter geweest.

Waar zijn de Charlie's? Drie weken geleden stonden meer berichten in mijn Facebooktijdlijn over een doodgeschoten gorilla dan nu over de doden in de homoclub in Orlando. Vooruit, er was nog wat ophef over een Amerikaanse prediker die in een kerkdienst riep blij te zijn dat er nu '49 pedofielen' minder waren. Maar verder bekruipt mij het gevoel dat het de rest van de wereld maar weinig kan schelen. Blijkbaar vinden veel mensen het moeilijk om mee te voelen met de woede, de angst en het verdriet van lhbt'ers na Orlando.

Tekst gaat verder onder de video.

Nicaragua. Foto reuters

Gay Pride

Dat is pijnlijk, maar niet heel verrassend. Zo goed gaat het niet met de acceptatie van homo's, ook niet in Nederland. Dit is het land van het eerste huwelijk tussen twee mannen en twee vrouwen en het land van de afgeladen grachten tijdens de botenparade van de Gay Pride. Maar het is ook het land waar een jongeman niet stage mag lopen bij een bedrijf in Drachten vanwege zijn geaardheid. Het land waar op Goeree-Overflakkee een lokale krant niet twee mannen die elkaar liefhebben kan portretteren zonder opzeggingen.

Dat laatste voorbeeld kun je zien als een restje intolerantie uit een streng christelijke enclave, maar ook in de rest van Nederland zijn de feiten bedroevend. Ruim 30 procent van de Nederlanders - ook niet-gelovigen - neemt aanstoot aan twee zoenende mannen in het openbaar, bleek onlangs uit de LHBT-Monitor van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Stelt u zich eens voor dat u met uw geliefde in een café zit en hem of haar een zoen geeft, en dat een op de drie mensen om u heen dat afkeurt. Daar moeten homo's in Nederland mee leven, elke dag.

De Friese regionale omroep besteedde enige tijd geleden aandacht aan hoe er over homo's werd gedacht. Een paar puberjongens in een dorp werd gevraagd wat ze ervan zouden vinden als een van hen homo zou zijn. Macholachjes volgden, ze vonden het goor en belachelijk. 'Gooi jezelf dan maar voor de trein', werd er gezegd.

Dit is groepsgedrag, maar het is wel de realiteit. In zulke groepen moeten jongeren die met hun geaardheid worstelen zien te overleven, van Geleen tot Schiermonnikoog en van Breskens tot Delfzijl. Het woord 'homo' is overal een scheldwoord, en daar hebben twintig jaar Gay Pride in Amsterdam en het homohuwelijk niets aan veranderd. Er is maar weinig besef dat onze maatschappij doorspekt is van subtiele en minder subtiele homoafkeuring.

Amsterdam. Foto Raymond Rutting/de Volkskrant

Wapperen

Iemand een mietje noemen. Je neefje vragen of hij al een vriendinnetje heeft. Een carnavalslied draaien met de tekst 'Als je nou niet springt ben je een homofiel'. Aan een homokoppel vragen wie het mannetje en wie het vrouwtje is. Bij de homocollega polsen wat hij van je haar of kleren vindt. Zeggen dat je homo's prima vindt zolang ze maar van je af blijven. Grapjes over vallende zeepjes bij het douchen na het voetbal. Wapperen met handjes als een poging tot imitatie. En dan laat ik de keiharde beledigingen nog achterwege.

Het maakt het homo-zijn veel meer beladen dan men denkt. Ik had mijn coming-out in 1999 en die is nu al zeventien jaar gaande. Bijna elke week heb ik wel weer een coming-outmoment: het is niet één keer en dan is het klaar, nee, de heterowereld dwingt ons constant om ons tot vermoeiens toe te verklaren. We worden voortdurend behandeld als minder: homomannen zijn niet echte mannen, lesbiennes zijn geen echte vrouwen. En dan is er nog de formele uitsluiting: kinderen adopteren kent veel meer beperkingen voor lhbt'ers, homomannen mogen alleen bloed doneren na een jaar geen seks te hebben gehad. Wij zijn blijkbaar 'de ander'.

Lyon. Foto afp

Onveilig

Er gebeurde nog iets op de Dam maandagavond. We stonden er al een tijdje, toen vier dronken Britten langsliepen. Ze begonnen te schreeuwen. Het betekende niets, maar ik kromp even ineen. Zoals wel vaker gebeurt. En ik was niet de enige die even angstig omkeek.

Deze aanslag is het bewijs dat ik me onveilig moet voelen door mijn geaardheid, maar eigenlijk ervaar ik het bijna elke dag. Ik heb me alleen vrij en veilig gevoeld in de tweeënhalf jaar dat ik in Groningen studeerde. Daar durfde ik te zoenen op straat. Een progressieve stad, meer dan een kwart van de inwoners is student. Het was een verademing na mijn jeugd in Friesland. Ik had het gevoel dat het vanaf hier alleen maar beter zou worden.

Tien jaar geleden verhuisde ik naar de Amsterdamse Indische Buurt, een wijk met veel inwoners van niet-westerse afkomst. Ik bleek in een andere wereld terechtgekomen. Uit zelfbehoud kleedde en gedroeg ik me daar zo onopvallend mogelijk. Na zeven jaar was ik het zat en verhuisde ik naar een ander deel van de stad. Op de dag van de verhuizing hadden al mijn vrienden een roze hemdje aangetrokken. Een mooi gebaar, maar ik ben blij dat ze dat deden op de dag dat ik er vandaan verhuisde en niet toen ik er naartoe ging.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Shanghai. Foto AP
Londen. Foto reuters

Lhbt'ers in Nederland zijn vaker slachtoffer van geweld dan heteroseksuelen. Ze hebben ook op het werk vaker te maken met intimidatie en burn-outverschijnselen, blijkt uit de LHBT-Monitor 2016 van het SCP. Lesbische, homo- en biseksuele jongeren hebben een slechtere gezondheid en meer psychosomatische, emotionele en gedragsproblemen. Het aantal jongeren dat een zelfmoordpoging heeft gedaan, is bij homojongeren vier keer zo hoog als bij niet-homo's, staat in het SCP-rapport Jongeren en seksuele oriëntatie van vorig jaar.

Een van de vragen die homo's geregeld krijgen, is waarom er nog steeds aparte homoclubs en -cafés zijn. Dat is omdat de lhbt-gemeenschap veilige havens nodig heeft. Nog altijd. Er zijn weinig plekken waar twee mannen met elkaar kunnen dansen, knuffelen of zoenen zonder afkeurende blikken of erger. Homoclubs zijn geen mystieke plekken; het zijn clubs als alle andere. Op een klein verschil na: het is er veilig om als twee jongens of als twee meiden te kunnen doen wat gemengde koppels in alle andere clubs kunnen doen: flirten, dansen en een fijne tijd hebben. Op die verondersteld veilige plek heeft afgelopen weekend iemand een aanvalswapen leeggeschoten.

'De Reguliersdwarsstraat wil geen homostraat meer zijn', kopte de Amsterdamse krant Het Parool toevallig begin deze maand. De straat is al sinds het midden van de 19de eeuw een belangrijke ontmoetingsplaats voor homo's, maar de ondernemersvereniging wil de doelgroep nu verbreden. Siep de Haan, betrokken bij de oprichting van de Gay Pride, noemde het in diezelfde krant 'misschien de opperste vorm van emancipatie'. Terwijl er nog zo veel is om voor te vechten.

Een Mexicaanse vriend zegt dat hij tegenwoordig meer mannen hand in hand ziet lopen in Mexico-stad dan in voormalig 'gay capital' Amsterdam. Het is tijd dat de Gay Pride Parade de commerciële veren afschud en de politieke veren opzet met een serieuze boodschap. Na 'Orlando', en na het summiere #jesuisgay, is het zeker nodig.

Spreek niet alleen vrijblijvende steun uit aan lhbt'ers, maar incorporeer het in het dagelijks leven. Accepteer van niemand dat 'homo' als scheldwoord wordt gebruikt. Kom niet alleen dansen bij de botenparade, maar loop ook mee als we Orlando herdenken. Laat de lhbt'ers van Nederland zich veilig voelen.

Botte Jellema is journalist, radiomaker en presentator.