Waar blijft de opstand?

Gewone mensen met een middelbare beroepsopleiding en die redelijk meekomen op de arbeidsmarkt vinden zich niet meer in wat politici uitspoken. De middenklasse heeft het gehad. De ruggengraat van Nederland moet weer centraal komen te staan.

Politieagenten op patrouille in Groningen. Beeld anp

Hoe komt het toch dat de mensen in het land zich van de politiek afkeren? Waarom is er zo weinig begrip bij de man in de straat voor het harde politieke vak, de concessies die steeds weer moeten worden gedaan, de centrale rol die Brussel speelt, het moeizame proces van voortmodderen, van de ene half gelukte actie naar de volgende tegenvaller?

Waarom die bozigheid, die altijd weer negatieve sfeer in de sociale media, die nadruk op het falen en die onthutsende onverschilligheid als het om successen gaat? Politici voelen dat ook zo want ze bedenken steeds weer remedies tegen deze verschijnselen. Ze gaan meer de wijk in, ze proberen de kloof tussen publiek en politiek te dichten, ze gaan zich bedienen van Jip-en-Janneke-taal, ze leggen het nog één keer uit zodat de mensen het eindelijk zullen begrijpen. Of ze stichten een nieuwe politieke partij die antwoord geeft op alle vragen die onder de mensen leven. Maar het helpt niet.

De gewone mensen, die een middelbare beroepsopleiding hebben gevolgd en redelijk kunnen meekomen op de arbeidsmarkt kunnen zich moeilijk of helemaal niet meer vinden in wat hun politieke vertegenwoordigers uitspoken in Den Haag. We hebben het over politieagenten, verpleegkundigen, vrachtwagenchauffeurs, portiers, productiemedewerkers, bouwvakkers, winkelbedienden en loodgieters.

Zeg maar gerust de ruggengraat van onze samenleving. De mensen die voorzien in de behoefte aan vervoer, aan veiligheid, aan zorg, aan het oplossen van dagelijkse problemen zoals lekkages. Deze mensen keren zich af van de politiek, zij gaan niet meer stemmen of wisselen voortdurend van politieke keuze. Zij lezen de krant amper, volgen het journaal nauwelijks en kennen de talkshow van Pauw niet.

Voetballen en schaatsen

Zij ontspannen zich met uit de VS geïmporteerde shows over hoe je goud vindt in Alaska of hoeveel geluk je hebt als je voor 100 dollar de inhoud van een achtergelaten opslagruimte koopt en je vindt een collectie waardevolle gouden horloges in een onooglijk kastje. En ze volgen natuurlijk het voetbal en het schaatsen.

Deze zelfde mensen is nu al decennialang wijsgemaakt dat het neoliberale marktgeöriënteerde beleid goed is voor het land en goed voor hen: de middenklasse, waar het in een land om draait. Zij hebben in de jaren tachtig van de vorige eeuw de politiek de vrijheid gegeven dit beleid door te voeren.

Privatisering en marktwerking in de sectoren die voorheen door de overheid werden bestierd zoals de telecommunicatie, de postbezorging, het openbaar vervoer en de energievoorziening hebben zo op het oog niet veel bijgedragen aan het welvaartsgevoel van de middenklasse. Meestal leidde de privatisering alleen maar tot chagrijn, zoals bij het openbaar vervoer. En wat vooral blijft hangen is het bijverschijnsel van de privatisering.

Het leidt tot een managementcultuur van doelstellingennota's en risicoanalyses, opgezet en onderhouden door een immer groeiende kaste van hoogopgeleide betweters die nog nooit met de poten in de modder hebben gestaan. Als gevolg van deze kostenverslindende controlersovermacht moeten zij die aan het primaire proces werken kosten besparen. Dat gaat ten koste van arbeidsplaatsen maar het gaat ook ten koste van de inkomsten van de middenklasse. Aanvangssalarissen worden verlaagd en hetzelfde werk moet met minder mensen worden gedaan. Het zou al mooi zijn als de inkomsten over de jaren heen de inflatie hebben bijgehouden.

Naar beeldschermen staren

Ondertussen groeide aan de Zuidas in Amsterdam een omvangrijk gebouwennetwerk waarin goedbetaalde en hoogopgeleide whizzkids geld verdienen met geld. Ondoorzichtige constructies waarvan niemand meer begrijpt hoe ze in elkaar zitten, worden gebruikt om op een uiterst profitabele manier gebruik te maken van een politiek cadeautje: deregulering van de financiële markten.

Jongetjes en meisjes van nog geen dertig jaar worden via bonussen in enkele jaren miljonair. Zij maken geen conserven in fabrieken, zij repareren geen waterleidingen, zij besturen niet de stadsbus, zij handhaven niet de orde bij voetbalwedstrijden. Zij zitten naar beeldschermen te staren en maken gebruik van de door de westerse wereld opengegooide flitskapitaalmarkten. Totdat het mis ging. Toen was het crisis en de mensen in de middengroepen moesten opnieuw inleveren om de banken en verzekeringsmaatschappijen te redden, diezelfde banken en verzekeringsmaatschappijen die onverantwoorde woekerpolissen hadden verkocht aan diezelfde middenklasse.

Zat er weer zo'n jongeman bij je aan tafel die je ervan overtuigde dat je gratis ging wonen als je meer dan 100 procent van de waarde van je huis hypothecair aflossingsvrij financierde en de overwaarde van je vorige huis belegde in prachtige nieuwe producten. En nu wordt de rekening opgemaakt.

Terwijl de overheid van het ene schandaal (hogesnelheidslijn?) naar het andere mislukte project (centralisatie van de politie?) stumpert, terwijl de ene politicus bonnetjes kwijt is en de andere bij de belastingdienst de boel uit de hand heeft laten lopen, horen de mensen in het land dat er weer meer Nederlandse miljonairs zijn maar dat zij geen cent hebben gekregen van de sterke groei van de economie van de laatste dertig jaar. Ondertussen zijn hun buurten problematischer geworden en dreigt er een nieuwe ongecontroleerde instroom van mensen die onze cultuur niet begrijpen of zelfs afwijzen. Het is eigenlijk een wonder dat er nog mensen gaan stemmen. Waar blijft de opstand zou je zeggen.

Dit is niet op te lossen met het uitdelen van folders op een marktplein. Politici die proberen het nog beter uit te leggen maken alleen maar duidelijk dat ze het totaal niet begrepen hebben. Het roer moet om. De middenklasse moet centraal komen te staan. Hun inkomsten moeten omhoog, waardoor ze weer vertrouwen krijgen in de toekomst. En waardoor ze meer gaan besteden.

Er moet een nieuw paradigma in de plaats komen van de neoliberale politiek, die de markt omarmt alsof daar alle heil te verwachten is. Dat paradigma moet gaan over een sociale samenleving, die niemand buitensluit. Met een belastingstelsel dat daarbij hoort. Dat wil zeggen hoge belastingen voor de rijken en voor de van geld bulkende multinationals en lagere lasten voor de onderkant van de samenleving. En een eind aan belastingontwijking via constructies zoals brievenbusfirma's. Met een grotere aandacht voor wat de overheid werkelijk zou moeten doen: zorgen voor goed onderwijs en voor een veilige samenleving. Met een goed geoutilleerd leger dat internationaal iets voorstelt.

Het alternatief voor zo'n radicale omslag is al zichtbaar. Elk halfjaar weer een ander referendum over weer zo'n onbegrijpelijk verdrag. En iedere keer stemt een meerderheid weer tegen de gevestigde politiek. Omdat die meerderheid geen andere mogelijkheid heeft om zijn ongenoegen te uiten. Met totale politieke stagnatie tot gevolg.

Rob de Brouwer is econoom en auteur van 19 mythes en onwaarheden over ons pensioen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden