Column Peter Middendorp

‘Waar ben ik, verdomme?’, klonk het uit de flat achter mijn huis: de oude buurman, alweer

Tijdens het voeren van de konijnen schrok ik ’s avonds van gemopper uit de seniorenflat, die haaks staat op de rij huizen waarin ik woon, zodat ik via de achtertuin veel contact met de bewoners kan onderhouden. Mijn oude buurman schuifelde over de galerij van de derde verdieping. Hij is de hele dag op zoek naar zijn sleutels. Of naar zijn vriendin, die er niet is. Soms slaat hij ook ’s nachts bij bejaarde buren op de ramen.

‘Waar ben ik, verdomme?’, riep hij. ‘Waar moet ik godverdomme naartoe?’ Erg aardig was hij niet. Vroeger was hij ‘een moeilijke, maar sociale man’, hoorde ik. Nu is hij vaak boos. Hij sluit zichzelf voortdurend buiten en als de buren hem niet snel genoeg helpen, omdat ze bang zijn en slecht ter been, scheldt hij ze verrot.

Van de weeromstuit beginnen de dames kwaad te spreken. Als hij in de bosjes plast omdat hij de flat niet in kan, zeggen ze dat hij op straat zijn piemel laat zien.

‘Je bent op de derde verdieping!’, riep ik. ‘En je woont op de tweede verdieping! Je moet dus één verdieping naar beneden!’ ‘Eén naar beneden?’, riep hij. ‘Eén naar beneden?’ Even keek hij me boos aan, alsof ik er iets aan kon doen, al was het omdat ik onderdeel was van de wereld en de dingen die hij niet meer begreep, maar die wel, om een of andere reden, tegen hem samenspanden, een front vormden, een complot.

Langzaam schuifelde hij in de richting van het trappenhuis met de lift. Het duurde lang voordat hij daar eindelijk in verdwenen was. Het duurde nog veel langer tot hij daar weer uit tevoorschijn kwam en opnieuw over de galerij van de derde verdieping begon te schuifelen, op zoek naar zijn huis, deur voor deur, naamplaatje voor naamplaatje. Ik liet hem begaan, dat was meestal het beste, ik wachtte rustig af tot hij riep: ‘Wat is dit, verdomme? Waar ben ik? Waar moet ik naartoe?’

Ik moest een korte, duidelijke instructie proberen te geven. Niets uitleggen. In het nu blijven. ‘Eén naar beneden!’ riep ik. ‘Eén naar beneden!’ Hij schrok en riep terug: ‘Wat? Moet ik nou alwéér één naar beneden?’ ‘Ja!’, riep ik, ‘één naar beneden!’

Hoofdschuddend keerde hij op zijn schreden terug. Opnieuw duurde het een eeuwigheid tot hij weer uit het trappenhuis kwam, al was het ditmaal gelukkig wel op de goede, tweede verdieping. Hij ging naar zijn voordeur, zette een wijsvinger tegen zijn naamplaatje, las zijn naam een paar keer en draaide zich toen verheugd om. ‘Jahaa!’, riep hij. ‘Dat ben ik!’ Hij wees naar zichzelf en noemde zijn naam: ‘Dat ben ik! Dat is hij!’

Hij keek nog eens naar zijn voordeur, dacht nog eens na en zei toen, alsof hij het raadsel had opgelost: ‘Maar oorsprónkelijk was dit de derde verdieping!’

Even later: ‘Heb jij mijn sleutels?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden