180 GRADENVUURWERKVERBOD

‘Vuurwerk moet worden verboden, er zit niets anders op’

Vrijwillige brandweerman Marcel Dokter (58) veranderde van mening over een vuurwerkverbod.

Marcel Dokter, voorzitter van De Vakvereniging Brandweer Vrijwilligers en postcommandant van korps van Wilnis. ‘Ik wil mensen weer kunnen helpen zónder het risico te lopen de volgende dag doof of blind te zijn.’Beeld Ivo van der Bent

Oude standpunt

‘Het afsteken van vuurwerk tijdens Oud en Nieuw is een bijzondere traditie die we moeten koesteren in Nederland. Juist het ongeorganiseerde karakter ervan maakt het zo leuk. Iedereen treft elkaar spontaan op straat en viert feest. En bij dat feest hoort vuurwerk.

‘Ik ben zelf niet zo van het afsteken. Na veertig jaar bij de vrijwillige brandweer en alle ongelukken die ik zag, heb ik er een gezonde vrees voor ontwikkeld. Ik kijk er wel altijd met plezier naar. Elk jaar leg ik met vrienden geld in en gaat er een stapel siervuurwerk de lucht in. Prachtig hoe de hemel dan oplicht.

‘Zoals bijna elke hulpverlener ken ik ook de schaduwkant. Tijdens de nieuwjaarsnacht van 2010 ging het mis bij het traditionele vreugdevuur in mijn dorp Wilnis, waar ik postcommandant ben. Er was al een caravan in brand gestoken en door harde wind dreigden omliggende huizen vlam te vatten. Ik was met een team opgeroepen om het vuur te blussen, maar een paar onruststokers pikten dat niet. Ik zag lichtkogels rakelings langs de gezichten van twee collega’s schieten. Daarna hoorde ik een harde klap en voelde iets tegen mijn been. Een ontplofte vuurpijl – en dit was zeker geen ongeluk – had drie lagen brandwerende kleding én mijn spijkerbroek verschroeid. Ik had een derdegraads brandwond en het had niet veel gescheeld of mijn collega’s waren de rest van hun leven verminkt geweest. Ik was woest en helemaal ontdaan. Je komt daar om te helpen en krijgt te maken met agressie. Zo onbeschoft.

‘Zeker, ik heb de laatste tien jaar brandstichting, vernieling en openlijke geweldpleging zien toenemen tijdens de jaarwisseling en het vuurwerk is almaar zwaarder en gevaarlijker geworden. Maar ik bleef de oplossing zien in betere en strengere handhaving. Niet alleen door de politie en gemeente, maar ook door pa en ma die aan hun pubers vragen: wat zit er in jouw rugzak? Wat ga je ermee doen? O ja? Ben je wel goed bij je hoofd?

‘Een vuurwerkverbod was in elk geval niet het antwoord. Alle mensen die er plezier aan beleven, lijden dan onder die paar raddraaiers. Nee, we moeten juist met z’n allen ervoor zorgen dat onze traditie kan blijven bestaan.’

Het kantelpunt

‘Vorig jaar was wederom zo’n nieuwjaarsnacht waarin van alles gebeurde: branden, schade, agressie tegen hulpverleners. Ik zit in het bestuur van de Vakvereniging Brandweervrijwilligers, die zo’n zesduizend leden heeft. Na de jaarwisseling stroomden de verhalen binnen van brandweermannen en -vrouwen die ter plaatse niet eens uit hun wagen durfden te komen omdat ze werden bekogeld met vuurwerk.

‘Het dieptepunt was het vreugdevuur in Scheveningen. De vonkenregen was levensgevaarlijk. Een vreugdevuur is misschien geen vuurwerk, maar hangt er wel mee samen, want die veel te hoge brandstapel werd door de gemeente gedoogd om grotere chaos in de stad te voorkomen.

‘Bij mij was toen de maat vol: blijkbaar lukt het ons niet om normaal met vuurwerk om te gaan. Sommigen terroriseren de boel en ik wil niet in een land leven waar we deze anarchie toestaan.’

Nieuwe standpunt

‘Ik zie geen andere oplossing dan een vuurwerkverbod. Ik weet het, er wordt al zoveel verboden in Nederland, maar de pragmatische aanpak werkt niet meer. Dan moet het maar dogmatisch.

‘Ik zou willen beginnen met een verbod op knalvuurwerk. Als dat te weinig oplevert, zou ik meteen een totaalverbod instellen. Goed om te zien dat ook de politiek deze week in beweging is gekomen. Tegelijkertijd heb ik begrip voor de fracties die worstelen met de vraag hoe je zo’n verbod handhaaft. Het wordt absoluut een tour de force voor de politie. Er moet een paar jaar achter elkaar hard worden opgetreden om de mentaliteit te veranderen.

‘Geen enkele brandweerman of -vrouw verwacht een rustige nacht met Oud en Nieuw, hè. Als een vuurtje waaraan mensen zich opwarmen te gevaarlijk wordt, komen we dat blussen. Prima. Wij hebben niet de macht van het zwaard, maar van het water. Ik wil dat we dat wapen weer kunnen inzetten om mensen te helpen, zónder het risico te lopen de volgende dag doof of blind te zijn.’

Het effect

‘Als voorzitter van de Vakvereniging Brandweervrijwilligers heb ik me dit jaar voor het eerst uitgesproken als voorstander van een vuurwerkverbod. Ik kreeg daarna veel reacties van brandweermannen die het niet met me eens zijn. Het moet kunnen, vinden ze, en ze houden van vuurwerk. ‘Je moet die gasten aanpakken’, krijg ik vaak te horen. Mijn eigen zoon van 23, net zo’n enthousiaste brandweerman als vuurwerkfan, maak ik er ook niet blij mee.

‘Ik vind het wel een nederlaag. We hebben in Nederland een unieke traditie om zeep geholpen. Het voelt als verliezen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden