Column Willem Vissers

Vrouwenvoetbal is toekomst en melancholie, en dat allemaal tegelijk

Ergens in de nazomer van 2009, in de kraakheldere lucht van Finland, is mijn liefde voor de nationale vrouwenploeg ontloken. Niet om het voetbal zelf, welnee, want de spelers plamuurden de defensie dicht en counterden naar de halve finales. Ik had al duizend keer honderd keer mooier voetbal gezien.

Nee, het ging vooral om hun lef buiten het veld, hun ijzeren wil, hun leergierigheid, hun streven om erbij te horen, om alles opzij te zetten voor hun droom: voetballer zijn. Dromen, dat deden ze, als ze tenminste niet werkten aan verbetering van hun spel. Zij waren de vleesgeworden emancipatie, in de breedste zin van het woord. Ze eisten hun deel van Planeet Voetbal op, bewoond vooral door roedels mannen.

Een mannenbolwerk was het voetbal en dat is het in zekere zin nog. Als je een leven lang met de ogen van een man naar voetbal hebt gekeken, als je in dagdromen Johan Cruijff ziet schrijden, Dennis Bergkamp ziet toveren of Marco van Basten omhalen ziet maken, is het soms lastig om naar Shanice van de Sanden uit vorm te kijken, naar het tempo of de stroperigheid van het spel, het andere bewegingsritme.

Iemand op de redactie vatte dat proces mooi samen. Het is alsof je als recensent van zogenoemd betere popmuziek voor de gelegenheid naar K3 bent gestuurd. Dat kan een geweldige middag opleveren, met een overdosis kindergeluk, maar het is toch anders. De vergelijking gaat niet helemaal op, maar is op zijn minst grappig. Je ziet het nu ook bij vrouwenvoetbal. Het is net of kritiek ineens verboden is, want hier wordt een nieuwe, roze wereld gecreëerd waarin alles prachtig is. Dat is het alleen niet.

Die eerste helft tegen Italië, laten we eerlijk zijn, leek helemaal nergens op, en het is goed dat we dat nu gewoon kunnen opschrijven, ondanks boosheid hier en daar. Dat is juist de vooruitgang. In 2009 kon je eigenlijk niets schrijven over niveau, want alles voor 2009 was een krater gevuld met het grote niets. En wat daarna zou gebeuren, wist nog niemand.

Deze zaterdag in Valenciennes, de middag van de plaatsing voor de halve finales, was hoe dan ook gedenkwaardig. Al was het maar omdat geluk zo gewoon was. Geen om de warmte zeurende vrouwen. Lachende gezichten. Weinig grimmigheid. Eendracht. Weinig cynisme, nou ja, over dat spel in de eerste helft na dan. Zang en dans. Een standvastige coach. 

De vrouwenploeg werpt je ook terug naar je jeugd, toen voetbal nog een spel was. Je hoeft niet dagen te lezen over de mogelijke miljoenentransfer naar welke club dan ook van Matthijs de Ligt, lid van het elftal van Ajax dat bijna de Europa Cup won en nu al uit elkaar valt als een kostbare vaas op een vloer van graniet. Intussen dromen de vrouwen verder, terwijl ze al een stuk beter voetballen dan tien jaar geleden. Woensdag, als ze van Zweden winnen, staan ze in de finale van het WK. In. De. Finale. Van. Het. WK. Vrouwenvoetbal is toekomst en melancholie, en dat allemaal tegelijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden