Column Ibtihal Jadib

Vrouwenemancipatie in de moslimcultuur: er is nog werk aan de winkel

Beeld Valentina Vos

Op de woorden 'feminisme binnen de islam' reageer ik of met gebalde vuist in de lucht, klaar om brullend de vrijheid te proclameren, of met cynisch schouderophalen. Net hoe mijn hormonen erbij staan. Ditmaal begaf ik mij vol goede moed naar de Rode Hoed in Amsterdam voor een debat over vrouwenemancipatie in de moslimcultuur. Met een plechtig gezicht had ik mijn man gezegd dat hij die avond de kinderen had, omdat ik mij moest inzetten voor de goede zaak. Dat op dat terrein nog werk aan de winkel is, kan zelfs een aardappel bedenken.

De avond begon met een documentairemaker die vertelde dat mannen een stap terug moeten doen, zodat vrouwen eindelijk aan bod kunnen komen. Ik vroeg mij af waarom de vooruitgang van de één zou moeten afhangen van een stap achterwaarts van de ander. Die gedachte kon niet lang inzinken, omdat de volgende stelling al om mijn oren vloog: aangezien een onderdrukker niet luistert naar degene die hij onderdrukt, maar slechts naar de degene die hij ziet als zijn gelijke, is het aan mannen om elkaar aan te spreken op vrouwonvriendelijke praktijken. De moed zonk me in de schoenen. Gingen we het nu echt hebben over de nare onderdrukkende man versus het zielige zwakke vrouwtje? Ik had beter thuis kunnen blijven.

Gelukkig was de volgende spreker meer de moeite waard: Seyran Ates, een Duitse advocaat van Turks-Koerdische komaf. Zij vertelde over haar initiatieven in het streven naar een gelijkwaardige positie van (islamitische) vrouwen. Ze vond de Duitse wet niet toereikend, dus lobbyde ze onvermoeibaar tot de gewenste wetswijziging een feit was. Ze verdiepte zich in de islamitische literatuur, maar vond te weinig over de seksuele revolutie die zij nastreeft, dus schreef ze er een boek over. Ze voelde zich niet thuis in de moskeeën waar zij kwam, dus richtte er eentje op. Terwijl de andere vrouwen in de zaal verhit riepen dat wij een sisterhood moeten vormen, zat Ates er stoïcijns bij. Conservatieve mannen moesten maar zien wat zij vonden, zij trok haar eigen plan. Haar kalme gemoed stond in schril contrast met dat van de andere dames. De ene stak haar middelvinger op, een andere was boos over een samenwerking die niet beviel en weer een ander stond te tieren omdat niet Ates, maar zíjzelf het baanbrekendste werk zou hebben verricht.

Verbouwereerd liep ik na afloop naar de trein. Dat gekissebis over feminisme sloeg nergens op. Mijn moeder ging nooit naar zulke debatten. Evenmin zag ik haar boeken lezen over vrouwenrechten, emancipatie of wat ook. Het enige wat ik haar ooit zag lezen, waren de koran en recepten voor koekjes. Verder heb ik haar vooral zien doen. Zij regelde de papieren en beheerde het geld. Zij wist waar alle kinderen waren en hoe laat die zouden thuiskomen. Zij bepaalde wat mijn vader moest halen bij de slager en wat hij niet mocht vergeten in de supermarkt. Zij koos de gordijnen. Aan haar moest iedereen toestemming vragen voor er iets kon gebeuren.

Mijn moeder moest eens naar het ziekenhuis: toen viel alles in duigen, de machine liep vast. Nog steeds beschouw ik mijn moeder als chef de bureau. Niets ten nadele van mijn vader, maar mijn moeder wil gewoon zelf bepalen hoe ze haar leven invult. Als kind kreeg ik steevast van haar te horen: 'Mannen zijn alleen leuk als je niet afhankelijk van ze bent'.

ibtihal.jadib@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden