Angela WalsFinanciële onafhankelijkheid

Vrouwen, stel eerder de vraag: wat levert het op?

Beeld Pep Boatella

Ze was het beslist niet van plan en toch is het ook Angela Wals overkomen: ze is niet financieel onafhankelijk (en haar vriend wel). Waarom gebeurt dat zoveel Nederlandse vrouwen en hoe geef je tegengas?

Doe goed je best op school, werk hard, en volg je hart. Dit was het parool in mijn opvoeding en daarin lag de belofte van een gelukkig en succesvol leven verscholen. En economische zelfstandigheid? Die kwam dan vanzelf.

Nu ben ik een 33-jarige, hoogopgeleide, freelancende moeder die weliswaar 31 uur per week werkt, maar te weinig financiële armslag heeft om een nieuwe laptop te kopen als het rammelende apparaat waarop ik nu typ het begeeft. Mijn inkomen is een grap in vergelijking met dat van mijn vriend. Een realiteit die daags voor Internationale Vrouwendag extra pijn doet. Dit was niet mijn plan, en toch is het gebeurd. De vraag is: hoe dan?

Ik ben natuurlijk niet de enige. Veel Nederlandse vrouwen kunnen hun eigen broek niet ophouden. In 2018 was 35 procent van de Nederlandse vrouwen van 25 tot 35 jaar met partner en kind(eren) niet economisch zelfstandig, blijkt uit de laatste Emancipatiemonitor van het CBS en het SCP. Maar liefst 91 procent van de mannen was dat wel. Je bent voor de overheid overigens al ‘economisch zelfstandig’ als je inkomen boven het bijstandsniveau van een alleenstaande ligt, dat is nu zo’n 1.000 euro per maand. Petje af voor alle alleenstaanden die zichzelf en eventueel kroost daarmee kunnen onderhouden, maar heel sterk kun je die positie niet noemen.

Daarom wordt sinds een paar jaar in het emancipatiebeleid ook de definitie ‘financieel onafhankelijk’ gehanteerd: dat ben je als je ten minste het minimumloon binnenharkt, zo’n 1.650 euro per maand. Deze ietwat realistischer drempel tekent een nog scherper beeld: slechts de helft van de vrouwen met partner en kind is dan financieel onafhankelijk, tegenover bijna 90 procent van de mannen. 

Goed, economische zelfstandig ben ik. Financieel onafhankelijk? Sommige maanden wel, sommige maanden niet. Maar los van definities, het is een feit dat als ik nu, patsboem, op mezelf kom te staan, ik niet zou weten hoe ik mijn nageslacht en mezelf zou moeten onderhouden.

Een vriend snapte het probleem niet helemaal. Hij zei: ‘Je vindt je werk het einde, hebt een prachtige dochter, krijgt er binnenkort nog een, bent gelukkig in de liefde en sámen zijn jullie financieel zorgeloos. Is dat niet genoeg?’

Beeld Pep Boatella

Dat is inderdaad niet genoeg, nee, want alles in mij schreeuwt dat ik altijd in staat moet zijn mijn eigen boontjes te doppen. Daarbij ben ik ervan overtuigd dat een relatie rotsvaster is als de verhoudingen gelijker zijn. Vraag maar aan Simone de Beauvoir, die als koffiekraker avant la lettre in 1949 al neerpende dat alleen financieel onafhankelijke vrouwen hun eigen keuzen kunnen maken en zich als individu kunnen ontplooien. Daar valt zeventig jaar later nog steeds geen speld tussen te krijgen.

Bovendien herinneren alle nieuwsberichten over loonkloven, glazen plafonds, sticky floors en vrouwenquota mij er continu aan dat het mijn taak is om boven de vorige generaties uit te stijgen. En uitstijgen lukt natuurlijk nooit als je je gedraagt als een decadent en egoïstisch deeltijdprinsesje, zo heb ik van diverse columnisten begrepen.

Veel stellen lijken een scheve financiële verhouding in hun relatie helemaal niet zo erg te vinden, blijkt uit het rapport ‘Ons Geld’ van Wil Portegijs van het Sociaal en Cultureel Planbureau, dat in 2018 uitkwam. Portegijs onderzocht het belang dat mannen en vrouwen aan hun eigen inkomen hechten en interviewde daarvoor twintig stellen met jonge kinderen. ‘Zodra vrouwen en mannen gaan samenwonen, begint het relativeren van idealen al’, zegt Portegijs.

Van alle alleenstaanden tussen de 25 en 35 jaar zijn evenveel mannen als vrouwen financieel onafhankelijk. Eenmaal in een relatie zakt de financiële onafhankelijkheid van vrouwen al een beetje. Gooi ook nog een kind in de mix, en nog maar de helft van de jonge moeders staat op eigen benen.

Gelijkwaardigheid vinden alle koppels belangrijk, merkte Portegijs. ‘Maar de nadruk ligt niet op gelijke inbreng van inkomsten, maar dat beiden zich evenveel inzetten. Als je een goede relatie hebt, zeur je niet over geld, is het idee. Je bent een team, en samen moet er genoeg worden gezorgd en verdiend. Hoe, dat maakt niet uit.’ Wat er gebeurt als stellen uit elkaar gaan? Daar willen ze niet mee bezig zijn, ook al lopen vier op de tien huwelijken uit op een scheiding.

Zo lijkt de scheve balans een rationale, sekseneutrale afweging, maar dat is het in de praktijk niet, zegt Portegijs. ‘Een op de vier jonge vrouwen die samenwonen is hoger opgeleid dan haar partner. Je zou dan op z’n minst verwachten dat het omgekeerde anderhalfverdienmodel, waarin de vrouw voltijds werkt en de man in deeltijd, toeneemt. Dat gebeurt vrijwel niet. De taakverdeling is niet alleen een economisch rekensommetje, maar wordt gestuurd door sociale normen, bijvoorbeeld over wie er voor de kinderen hoort te zorgen. Het hele idee van de man als hoofdkostwinner zit veel dieper dan we denken.’

Een goede jeugdvriendin is exemplarisch voor Portegijs’ onderzoek en de CBS-cijfers. Voor haar 30ste had ze het allemaal voor elkaar: een voltijdbaan in het onderwijs, huis gekocht en om zichzelf nog verder te ontwikkelen volgde ze een master pedagogiek. En toen kwam haar grote liefde voorbij, die aan de andere kant van het land woonde en zijn eigen bedrijf niet zomaar kon achterlaten. Dan maar naar hem toe: ze nam ontslag, verkocht haar huis, kreeg twee kinderen. Ze staat nu twee dagen per week voor de klas. Hij ‘moet’ minstens vijf dagen per week naar zijn bedrijf. ‘Als ik meer werk, zou dat alleen voor de kinderdagopvang zijn en zien onze kinderen hun ouders helemaal weinig.’

Ik vroeg wat ze ervan vindt dat ze zelf zo veel stappen terug heeft moeten zetten. ‘Het is doodeng. Ik ben gelukkig, maar als ik word verlaten, heb ik niet veel. Intussen is zijn bedrijf wel enorm gegroeid sinds ik thuis alles regel.’ Ze werd laatst ten huwelijk gevraagd, zei volmondig ‘ja’ en heeft vervolgens een mediator ingeschakeld om een eerlijk aandeel af te dwingen in de huwelijkse voorwaarden. ‘Het stelt me gerust dat ik niet meer met lege zakken op straat kan komen te staan. Ik voel me een beetje een golddigger, wat eigenlijk onzin is, want ik probeer alleen voor mezelf op te komen.’

‘Moet je geen economie of bedrijfskunde studeren?’, opperde mijn vader nog voorzichtig na het vwo. ‘Saai’, zei ik. Ik koos geschiedenis, zoals zo veel leeftijdgenoten die van zichzelf zeggen dat ze gewoon ‘heel nieuwsgierig’ zijn. Mijn vader kroop achter de pc en begon ‘geschiedenisstudie’ en ‘beroepen’ in de zoekbalk in te typen. ‘Jan Peter Balkenende heeft ook geschiedenis gestudeerd!’, riep hij even later over zijn schouder. En met de wetenschap dat zijn dochter met deze vage studie in theorie altijd nog minister-president kon worden, berustte hij in mijn keuze.

Bovendien waren mijn ouders hoe dan ook trots dat ik, dochter van ondernemende arbeiders, ging studeren. ‘Ik heb altijd gedacht: ze gaat het wel redden’, zei mijn moeder laatst. ‘Nu denken je vader en ik weleens: ze heeft een hoge opleiding gedaan, maar er komt niet genoeg van terug. Maar dat vinden we ook niet erg. Jouw tijd komt nog wel.’

Aan mijn werklust ligt het niet. Van mijn vader, die ik altijd zes dagen per week fluitend naar zijn werk heb zien gaan, leerde ik dat werken nuttig en leuk is. En dat je voor ‘voltijds’ minstens 55 uur per week moet aantikken. Mijn moeder heeft haar financiële onafhankelijkheid opgegeven om te helpen in het autobedrijf van mijn vader, maar zag voor haar dochter een andere toekomst. ‘Zorg dat je je eigen geld verdient, schat’, drukte ze me al vroeg op het hart.

Het probleem is niet zozeer dat ik te weinig werk, maar hoeveel ik ermee genereer. Mijn beroepskeuze – als zelfstandige leven van de pen – had handiger gekund. Het grootste deel van de freelancejournalisten verdient door de lage tarieven onder het minimumloon. En de meerderheid van de freelancers jonger dan 35 jaar is vrouw. Het helpt ook niet dat ik het gros van mijn tijd steek in wat ik ‘journalistieke hobby’s’ noem, zoals een boek en tijdrovende achtergrondverhalen schrijven, omdat ik die nu eenmaal het interessantst vind om te maken. Dit kon allemaal toen ik nog geen kinderen had en zonder al te veel (financiële) verantwoordelijkheden de godganse dag met mijn werk bezig kon zijn.

Carien Karsten, psychotherapeut en loopbaanbegeleider, ontvangt in haar praktijk veel millennials in crisis. ‘De vraag ‘Wat levert het op?’ wordt vaak veel te lang uitgesteld. Dat is het idealisme van jouw generatie. Volg je hart en je passie, hebben jullie altijd te horen gekregen. En dan komt het vanzelf goed. Maar passie moet over inhoud gaan. En inhoud staat haaks op rijk worden.’

Over geld praten was inderdaad not done binnen de humane wetenschappen. Studeren omdat je later veel wilde verdienen was kapitalistische kortzichtigheid. Nee, er werd in de kroeg geproost op zelfontplooiing, inzicht, cultuur, kennis en waarheidsvinding. Om de volgende ochtend weer verder te pielen aan een bachelorscriptie over de bloedeloze Alteratie van Amsterdam op 26 mei 1578. Je waagde het niet de vraag te stellen wat je eraan had. Het ‘academische denken’ werd bewierookt en daarmee zou je vanzelf een baan vinden. Natuurlijk hield niemand er rekening mee dat we midden in een economische crisis op een arbeidsmarkt zonder vaste contracten zouden instromen en een paar jaar later in een oververhitte woningmarkt moesten settelen.

‘Ik zie de instelling te weinig, vooral bij vrouwen, dat je met wat je leuk vindt ook een goed inkomen moet realiseren’, ziet Karsten. ‘Daar komt voor vrouwen nog bij dat ze moeten vechten tegen bredere culturele processen die je niet zomaar verandert. Sla de CBS-cijfers er maar op na: vrouwen die tijdelijk minder werken omdat ze kinderen krijgen, bouwen een achterstand op die ze nooit meer inhalen. Je moet je wel bewust zijn van die ongelijke verdeling.’

En mannen dan, die kiezen toch ook voor studies als geschiedenis? Zeker. Maar zij gaan de arbeidsmarkt op met het idee kostwinner te moeten worden, terwijl vrouwen in het achterhoofd hebben dat ze hun baan moeten kunnen combineren met het moederschap. Een hardnekkig verschil in uitgangspositie, dat later niet alleen vrouwen in de weg zit. Zowel Karsten als Portegijs ziet dat veel mannen de grote verantwoordelijkheid van kostwinner zwaar vinden.

Wat vindt mijn vriend er eigenlijk van dat ik deels op zijn zak leef? ‘Prima’, is zijn antwoord. We staan er samen in, vindt hij, en zo voelt het ook. ‘Maar ik merk wel dat ik vind dat ik er ‘bepaalde rechten’ mee heb verworven.’ Mijn vriend maakt aanhalingstekens in de lucht. ‘We moeten onze werk- en zorgtaken verdelen, en het voelt dan toch logisch dat ik meer tijd om te werken krijg, omdat er meer geld voor terugkomt.’

Simone de Beauvoir heeft nog steeds gelijk: wie betaalt bepaalt. En dat vind ik misschien nog wel het rotste aan deze hele situatie: dat elke grote beslissing rondom huis en gezin wordt gedicteerd door geld, zíjn geld welteverstaan. Afgelopen zomer viel de conclusie dat ik te weinig verdien om de zorg voor ons kind eerlijk te blijven verdelen  een status quo die ik had afgedwongen in een tijd dat ik wel genoeg kon factureren. Met als gevolg dat ik nu nog minder verdien.

Zo drijf ik steeds verder van de kade af. ‘Elke ongelijkheid slijt in’, zegt Portegijs. ‘Als je dit niet wilt, moet je er met z’n tweeën heel goed over nadenken en voortdurend tegengas geven.’

Maar er is nog niets verloren, vindt Karsten, die veel van mijn leeftijdsgenoten begeleidt in een carrièreswitch. ‘Jij vindt financiële onafhankelijkheid belangrijk. Nou, dan moet je pragmatischer worden. Ik zeg vaak: blijf niet te lang vasthouden aan de investering die je al hebt gedaan om ergens te komen. Laat je droom los, en kijk wat je nog meer kan doen.’

Net als mijn vriend, die tien jaar geleden al de conclusie trok dat muzikant zijn en mooie liedjes schrijven allemaal heel creatief is, maar nooit echt tot een vetpot zal leiden. Nu schrijft hij ook reclamemuziek. Zijn ‘grotemensenplan’ noemt hij dit.

Ik ben er altijd van uitgegaan dat als je hard werkt, geld en geluk vanzelf in een goed huwelijk zouden eindigen, maar dat was achteraf gezien naïef. Al mijn principes ten spijt, heb ik veel afslagen genomen die mijn financiële onafhankelijkheid ondermijnden. Mét liefde, zeker, maar voor het relativeren van die idealen is het voor mij nog veel te vroeg. Ik weet nog niet precies hoe, maar ik roei hoe dan ook weer naar de kade terug.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden