Column Heleen Mees

Vrouwen die in deeltijd werken schaden niet alleen hun eigen carrière maar bederven het ook voor andere vrouwen

De column van wetenschapsjournalist Asha ten Broeke kan niet onweersproken blijven. Ze geeft af op feministen die kritiek hebben op vrouwen die in deeltijd werken omdat het kapitalistische systeem waarin we leven niet kan voortbestaan zonder dat mensen dit onbetaalde zorgwerk doen, al was het maar omdat iemand de managers van morgen moet grootbrengen. Maar in welk kapitalistisch handboek staat geschreven dat vrouwen al het onbetaalde zorgwerk moeten doen?

Als Ten Broeke vindt dat vrouwen bij uitstek geschikt zijn om te zogen en te zorgen, dan begrijpt ze ongetwijfeld ook de logica achter de wet die het werkgevers in Nederland tot 1964 toestond om vrouwen die trouwden te ontslaan. En als de managers – oftewel degenen die de besluiten nemen – allemaal mannen zijn, is het vrouwenkiesrecht dan wel nodig? Vroeger trokken de mannen zich na het eten terug om over de wereldproblematiek te praten terwijl vrouwen zich in een zijkamer over hun borduurwerkje bogen. Waarom zou je die schepsels überhaupt met wereldzaken belasten?

Ook klopt het niet, zoals Ten Broeke beweert, dat mensen die in deeltijd werken minder burn-outklachten hebben. Volgens het TNO geldt dat alleen voor vrouwen. Mannen met een parttimebaan hebben juist meer burn-outklachten dan mannen die fulltime werken. Kennelijk zijn het vooral de genderstereotype verwachtingspatronen die mensen zo ziek maken.

Waar Ten Broeke wel gelijk in heeft is dat correlatie niet automatisch causatie betekent. Maar in Nederland wordt opvallend vaak in deeltijd gewerkt terwijl men ook opvallend veel over burn-out klaagt. Sterker nog: zonder burn-out tel je hier niet mee. Het is daarom volkomen legitiem dat ik me in een column afvraag of deeltijdwerk en burn-out met elkaar te maken hebben. Daar hoef ik niet eerst een dissertatie aan te wijden.

Zoals een hoge ambtenaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek tegen me zei: zolang we hier het vastgeroeste idee hebben dat het slecht is voor de kinderen als ouders (lees: moeders) fulltime werken, wordt het nooit wat met de kansen van vrouwen op de arbeidsmarkt.

Als mannen evenveel in deeltijd zouden werken als vrouwen zou daar vanuit emancipatoir oogpunt weinig mis mee zijn. Maar vrijwel nergens ter wereld is het verschil in het aantal gewerkte uren tussen mannen en vrouwen zo groot als hier. Dat verklaart waarom Nederland in het Global Gender Gap Report niet verder komt dan de 27ste plaats en menig ontwikkelingsland voor moet laten gaan.

Vrouwen die in deeltijd werken schaden niet alleen hun eigen carrière maar bederven het ook voor andere vrouwen. Werkgevers die kunnen kiezen tussen een vrouwelijke en mannelijke sollicitant zullen immers de voorkeur geven aan de mannelijke sollicitant omdat ze verwachten dat de vrouwelijke sollicitant na een dure zwangerschap maar half inzetbaar is. Bovendien groeien meisjes én jongens zo op met de idee dat vrouwen niet geschikt zijn voor leidinggevende functies.

Een van de machtigste vrouwen ter wereld, Nancy Pelosi, voedde eerst haar vijf kinderen op en stelde zich toen pas kandidaat voor het Amerikaanse Congres. Inmiddels is Pelosi, 78 jaar oud, voor de tweede keer de Speaker van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden. Door de leeftijdsdiscriminatie in Nederland is een dergelijke loopbaan hier niet weggelegd voor veel vrouwen.

Ten Broeke ziet in de aansporing voor vrouwen om financieel zelfstandig te zijn het bewijs van de perfiditeit van het kapitalistische systeem. Als een vrouw met kinderen door haar man in de steek wordt gelaten is dat volgens Ten Broeke niet het probleem van die vrouw maar van de samenleving. Ze is niet de eerste die het feminisme als haakje gebruikt om te pleiten voor de invoering van een socialistische heilstaat.

In China leidden Mao’s Culturele Revolutie en de Grote Sprong Voorwaarts tot grote hongersnood die eind jaren vijftig naar schatting aan 35 miljoen mensen het leven kostte. Er kwam pas een einde aan de systematische ondervoeding van de Chinezen toen Deng Xiaoping in 1979 het zogenoemde household responsibility system invoerde waarbij Chinezen alles wat ze meer oogstten dan de quota die ze aan de overheid moesten afdragen op de vrije markt mochten verkopen. Binnen een mum van tijd waren de Chinezen doorvoed.

Met feminisme heeft Ten Broekes pleidooi in ieder geval niets te maken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden