Column Nico Dijkshoorn

Vroeger moest je iets kunnen om op de voorpagina te komen, nu maai je gewoon 25 mensen neer

Vijftig jaar geleden moest je iets kunnen om op de voorpagina van een krant te komen. Dat konden verschillende dingen zijn. Je at zestig hotdogs in een kwartier en dan stond je in het Schaapsmadens Dagblad of je was president van de Verenigde Staten en je bombardeerde onafgebroken Vietnam.

Met een beetje geluk plaatsten ze er een korrelige zwart-wit foto bij. ‘Jongen redt katje van wisse dood.’ En daar stond je dan, met Mies in je armen, vlak naast een dorsmachine. De krant werd zorgvuldig door je moeder bewaard en regelmatig getoond aan onverwachte visite.

Nu – enkele dagen geleden bijvoorbeeld – schrijf je een afscheidsbrief, zet die op Twitter of Facebook, je geeft iedereen de schuld van alles, je stapt op je brommer, rijdt naar een winkelcentrum en je maait 25 mensen neer. Daarna wacht je geduldig op de bevrijdende politiekogel. Als je met een gat in je borst naar de grond valt weet je: ze zullen over me praten deze week. Eindelijk zullen ze mijn gezicht kennen.

In de berichtgeving over de schietpartijen in Amerika gaat het veel over wapens. Die zijn te makkelijk verkrijgbaar. Iedere gek met een spaarkaart kan een ander recht in het gezicht schieten. Ik zie een veel groter gevaar. Iedere gek, iedere verschoppeling, iedere man of vrouw die vindt dat zijn leven al voor het 23ste levensjaar is mislukt, kan de hoofdprijs pakken. In dit tijdsgewricht is de hoofdprijs roem.

In een artikel over de dader van de schietpartij in Dayton wordt melding gemaakt van een dodenlijst. De schutter haatte vrouwen. Hij werd gepest. Op school waren ze bang voor hem. Hij werd enige tijd geschorst. Hij werkte in een Mexicaans restaurant.

Natuurlijk zijn er ook de verbaasde verklaringen over zijn gewoonheid. Hij liet iedere dag de hond uit. Hij groette de buren. Hij maaide het gras. Zo zit dat blijkbaar in ons hoofd: iemand die zijn tuin onderhoudt en de kak van zijn hond met een plastic zakje om zijn hand van de straat plukt, kan niet slecht zijn. Het is ondenkbaar, dat iemand die zo veel op jou lijkt rauw vlees uit een konijn scheurt terwijl hij Japanse porno kijkt.

Het gaat nu juist om dat zakje warme hondenkak. Juist om het gras maaien. Anonieme mensen maaien gras. Mensen met honden hebben een hond om onder een lantaarnpaal met de buurvrouw te kunnen praten over de hond. Daarna snel naar binnen om je in een uur te laten uitleggen wat er die dag in de rest van de wereld allemaal is gebeurd. Vlak voordat je gaat slapen draai je Hotel California.

Deze burgerlijke anonimiteit, de dreiging van een kabbelend roemloos leven, wordt een steeds gruwelijker vooruitzicht voor jongens en meisjes van 17 jaar die niet zo kloterig half-Schots kunnen zingen als Ed Sheeran. Hen wacht een leven lang vol grauwe middelmaat. Denken ze. In zo een uitzichtloze angstdroom over anonimiteit is het blijkbaar heel aantrekkelijk om er uit te gaan met een bloederige klap.

Gezien worden. Vereerd worden. Ze kennen je naam. Een uur na je dood zien ze je ogen. Je staat voor de ingang van een kerk of een winkelcentrum. Ze zien je. Je hoopt dat ze je The Dayton Demon gaan noemen. Ergens in de wereld word je bewonderd door iemand die dagelijks zijn gras maait en de hond uitlaat. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden