Column Sylvia Witteman

Vroeger leefde ik erg mee met Frits, inmiddels heb ik vooral medelijden met zijn moeder

Ik had de Kerst-Allerhande met zijn radeloze proza (‘tiramisu is pas tiramisu als er mascarpone in zit’) moedeloos opzij gelegd en nam De avonden maar weer eens ter hand. Het is tenslotte de tijd van het jaar.

Ik ken het zowat uit mijn hoofd, vooral de maaltijden die Frits en zijn ouders gebruiken, want eerst komt het eten en dan de ­moraal. ‘Er trad een zwijgen in. Na de soep zette zijn moeder aardappelen, jus, vlees en sla van rauwe lof op tafel. Frits nam twee keer en at snel. (...) Tegelijk met zijn vader was hij klaar voor het dessert. ‘Ik weet zeker’, dacht hij, ‘dat hij met zijn vork in de schalen gaat. Kijk, kijk.’ Hij perste zijn kiezen op ­elkaar , toen hij zag, hoe de man met zijn vork drie keer achter elkaar een aardappel uit de dienschaal prikte. ‘Dat is onrein’, dacht hij. ‘Het is in strijd met alle wetten. Maar wij zijn machteloos’.

Ja, hij heeft het moeilijk, die Frits, maar ­intussen wél twee keer opscheppen. Ook de volgende dag is het weer raak: ‘‘Meer ruimte’ zei Frits bij zichzelf. ‘Ruimte’. Hij schepte zich uit de schalen op. Er waren aardappelen, ­ingemaakte tuinbonen, appelmoes en varkensvlees. ‘Ik vind, dat het weer verrukkelijk is, moeder’, zei hij. ‘Vooral de jus.’ ‘Doe daar niet te gek mee alsjeblieft’, zei ze, want meer dan in de kom is er niet. (...) Hij nam nog een tweede keer aardappelen en appelmoes. ‘Misschien was het lekkerder als de appelmoes koel was’, dacht hij.’

Mijn God, wat een zeikerd! Al heeft hij wel gelijk: appelmoes moet koud zijn. Maar het wordt nog erger: ‘Als dessert was er gele ­vanillepudding met beschuiten, jam, en ­chocoladehagelslag in lagen erin verwerkt’. (Een soort tiramisu avant la lettre!) ‘‘Het is heerlijk’, zei Frits bij de eerste hap. ‘Het had alleen iets meer kunnen afkoelen. Het is nu nog lauw. Dat komt de smaak niet ten goede’.

Zóu je zo’n jongen niet? Zeuren en zaniken, en intussen maar smikkelen van wat zijn goede moeder gekookt heeft. ‘Lieve Frits’ schrijft ze op een briefje als ze zelf niet thuis is. ‘Er is erwtensoep en een stukje vlees mag je ook nemen. Bak maar aardappelen op met de uien. Dag. Moeder.’ Frits klooit wat rond, valt uiteindelijk in slaap en heeft een nachtmerrie.

‘Toen hij om half zes wakker werd, was het kussen vochtig van tranen. Hij stond op, ging de keuken in en maakte zich eten gereed. Met een vork at hij de gestolde erwtensoep uit de pan, wachtte tot de uien in de koekenpan heet waren geworden, spreidde een paar lepels ervan op vier boterhammen uit en at blazend. Van een halve fles melk maakte hij met een pakje puddingpoeder een vla, maar voegde te veel suiker toe, zodat de smaak hem de mond samentrok. ‘Ik heb het vlees vergeten’ dacht hij.’

‘Ja, Frits, het vlees én de aardappelen!’, schreeuw ik telkens als ik dat lees. ‘En heb je die vla wel laten afkoelen, wat je altijd zo ­belangrijk vindt? Nee, hè?’ En dan hebben we dat gedoe met die oliebollen nog niet eens gehad. ‘‘Best’ zei Frits. ‘Je wilt bollen ­maken met stukjes appel erdoorheen, net als rozijnen. Maar dan moet je het ook goed doen. Nu zit in elke bol een dik stuk. Dat wordt niet gaar. Je moet de stukjes fijn snijden en in elke bol er wat van doen.’’

Toen ik jong was, leefde ik erg mee met Frits. Inmiddels heb ik vooral medelijden met zijn moeder.

Ik word oud. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden