COLUMNPeter Middendorp

Vroeger dacht ik dat de onrust me door anderen en de wereld werd aangedaan – mooie tijd was dat

null Beeld

Nadat ik enkele beeldbelsessies in mijn eentje tegen de psychologe had geklaagd over wat er allemaal aan mij mankeert – dat er een schroefje los zit, is wel vastgesteld, de vraag is alleen nog welk schroefje precies – was het de beurt aan het thuisfront om haar zegje te doen, mijn vriendin. De eerste vraag luidde: Hoe is hij thuis?

Nou, zei ze, nu gaat het wel weer. Maar vroeger was hij erg prikkelbaar. Dan hoefde ik maar een kopje verkeerd in de afwasmachine te zetten en dan kon hij al geweldig boos worden. Maar gelukkig heeft hij dat niet meer zo.

Hoe komt dat, vroeg de psychologe. Hij voelt zich dan niet gezien, zei mijn vriendin. Allicht, zei ik. Maar het is toch ook irritant? Hoe zou jij het vinden als jouw partner elk kopje verkeerd in de afwasmachine zette? Waarom zou je dat ook doen? Met welk doel? Je weet dat ik het er dan weer moet uitnemen en op de goede plaats zetten, anders past alles er niet in. En het blijf niet bij kopjes, o nee, alles zet ze er verkeerd in, borden, schotels, pannen – het is een complete janboel in onze afwasmachine.

En dan zeg ik weleens tegen mezelf, zei ik: wat maakt het nou uit? Maar dan is het antwoord: veel. Alles. Reken maar uit. 5 seconden per keer, 10 keer per dag, is 50 keer 365 dagen keer 15 jaar verkering is 273.750 seconden – twee volledige werkweken. Pure tijdroof. En daar komt de tijd nog bij die je nodig hebt om je te ergeren en om die ergernis weer inwendig te laten afvloeien.

Soms, zei mijn vriendin, als ik dan ’s avonds thuiskwam, was hij nog boos. Hier, zei ik. Daar heb je het al. Dat bedoel ik. Hele werkdag naar de kloten, alleen maar omdat dat mens het vertikt om een kopje goed in de afwasmachine te zetten.

Maar nu word je niet meer boos, zei de psychologe. Wat is er veranderd? Nou, zei ik, vroeger dacht ik dat de vijand van buiten kwam, dat de onrust me door anderen en de wereld werd aangedaan – mooie tijd was dat; ik kon nog nergens wat aan doen. Maar nu besef ik dat die vanbinnen komt en dat ik die daar moet bestrijden. Ik vond het ook niet meer zo leuk om te exploderen bij de afwasmachine. De lol ging er een beetje af.

O, zei de psychologe. Maar dat is dan toch een hele verbetering? Voor haar wel ja, zei ik. Ja, zei mijn vriendin. Zo is hij wel wat leuker inderdaad. Ze legde een hand op mijn been en wisselde met de psychologe aan de andere kant van de beeldverbinding een blik van verstandhouding uit.

Ik keek naar de psychologe, ik keek naar mijn vriendin, ik wist ineens heel zeker, nooit, in mijn hele leven, zou dat mens haar kopjes goed in de afwasmachine doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden