ColumnThomas Van Der Meer

Vroeger begreep ik niet hoe mensen in een bejaardenhuis eenzaam konden zijn

Thomas van der Meer Beeld x
Thomas van der MeerBeeld x

Op tafel in de gezamenlijke huiskamer ligt het haakwerk van zuster Gertrudis (95). Ze doet nu een middagdutje op haar kamer, maar meestal zit ze hier. Ze maakt twee oranje pannenlappen.

Pannenlappen

Ik weet niet of gehaakte pannenlappen nou zo handig zijn in het gebruik – tussen het haakwerk zitten allemaal openingen om je vingers te branden, maar goed. Haar tekenboek ligt hier ook. Ze neemt bladeren, kastanjes en dennenappels mee uit de tuin en tekent die na, daar is ze best goed in.

Tussen de bladzijden van het tekenboek vind ik een briefje. Ik herken zuster Gertrudis’ bibberige handschrift. ‘Het is vandaag prachtig weer’, staat er. Daarna stelt ze zichzelf een aantal vragen.

‘Waarom ben je ’s morgens toch zo moe? Waarom smaakt het eten je zo zout? Mis je het kloosterleven?’

De antwoorden heeft ze eronder geschreven. Ze vraagt zich ook af hoe het komt dat ze liever niet alleen is, maar zich ook ongelukkig voelt in gezelschap van andere bewoners. Het antwoord is: ‘Ze moeten niet zoveel hebben van mijn persoonlijkheid’, met drie uitroeptekens.

Eenzaam

Vroeger begreep ik niet hoe mensen in een bejaardenhuis eenzaam konden zijn. Nu weet ik dat oude mensen vaak niet met elkaar kunnen opschieten. Oude mensen kunnen net zo gemeen zijn tegen elkaar als kinderen.

Ik stel me voor dat ik ontslag neem en zuster Gertrudis meeneem naar huis. Ons huis staat aan de rand van het bos en heeft een grote tuin. Zuster Gertrudis zou pannenlappen haken in de serre en ik zou zoutarme maaltijden serveren. Ik bid in stilte tot de Postcodeloterij.

Bijna een jaar geleden brak op deze afdeling corona uit. Zuster Gertrudis werd preventief getest en bleek ook besmet. Met bonzend hart ging ik elke ochtend haar kamer binnen, bang voor wat ik zou aantreffen, en dan keek zij verstoord op van haar kruiswoordpuzzel. Geen snotneus, geen koorts, nul keer gehoest. Er gebeurde helemaal niets. Ik was trots op haar, al weet ik ook wel dat dat nergens op slaat.

Uitzondering

Zuster Gertrudis was een uitzondering. Andere bewoners werden ziek en sommigen gingen dood. Nu voelt het alsof ik beschik over een reservoir vol herinneringen aan die periode. Herinneringen aan vermoeidheid, stress en verlies. Die herinneringen werken als brandstof voor een amper te verdragen ergernis over antivaxers en stompzinnige argumenten tegen de coronapas.

Je mag mensen best vragen of ze iets hebben ondernomen om de kans te verkleinen dat ze zelf ziek worden of iemand anders besmetten, voordat ze ergens op een kluitje gaan zitten. Dat lijkt me niet meer dan redelijk.

Sommige mensen zijn tegen de coronapas omdat ze er niet op vertrouwen dat hun gegevens goed worden beschermd en dat is het enige argument waarbij ik me iets kan voorstellen. Wat er verder nog allemaal wordt bedacht is moeilijker te verdragen.

Bijvoorbeeld: de coronapas maakt cultuurinstellingen nóg ontoegankelijker voor mensen die daar door armoede en laaggeletterdheid niet naartoe kunnen. Oftewel: mensen die nooit naar het theater gaan, gaan nu nog vaker nooit naar het theater. Van de weeromstuit fantaseer ik over een carrière in de politiek. Eenmaal aan de macht zal ik dit land onderwerpen aan de meest meedogenloze en ineffectieve coronamaatregelen denkbaar. Zo zal ik midden in deze woningcrisis besluiten dat er in elk huis maximaal één volwassene mag wonen. Ha!

Belangrijk

Na mijn werk zit ik met een vriendin in een café op het Spui. We hebben onze coronapas paraat, maar de ober wil eerst onze bestelling opnemen. ‘Ik doe belangrijke dingen eerst’, zegt hij, en als hij daarna onze QR-code scant: ‘Dit vind ik zo’n onzin.’

Ik kan me niet langer concentreren op het gesprek met mijn vriendin. Mijn blik dwaalt telkens af naar de ober die aan elk tafeltje vertelt wat hij van de coronapas vindt. Ook als hij buiten mijn gehoor een bestelling opneemt, weet ik wanneer hij erover begint, want hij trekt er een triomfantelijk gezicht bij.

‘Wat kijk je kwaad’, zegt mijn vriendin.

Ik wens de ober zuster Gertrudis’ pannenlappen toe.

Thomas van der Meer is schrijver en werkt in een verpleeghuis. De naam zuster Gertrudis is gefingeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden