Vrijhandel is goed, maar nu even niet

de Volkskrant

De wereldhandel moet vrijer, daar vaart iedereen wel bij. De consensus over dat principe onder de
153 leden van de Wereldhandelsorganisatie WTO bleek onvoldoende basis om te komen tot een handelsakkoord. Dinsdagavond mislukten de onderhandelingen, die al vanaf 2001 worden gevoerd en sindsdien al drie keer waren stukgelopen.

Bij het zwarte pietenspel dat onmiddellijk na afloop tussen de deelnemers begon, kreeg de tegenstelling tussen de Verenigde Staten aan de ene kant en India en China aan de andere kant de meeste aandacht. Hun botsing deed zich voor op een dossier dat vanouds voor de meeste hoofdpijn bij dit soort onderhandelingen zorgt: de landbouw.

De bescherming van de eigen boerenstand tegen goedkopere concurrenten op de wereldmarkt is een aloude reflex: Europa, met voorop Frankrijk, en de Verenigde Staten hebben dat in het verleden veelvuldig gedaan en hechten daar nog zeer aan. Ditmaal was het vooral India, met steun van China, dat opkwam voor de boeren in eigen land en andere ontwikkelingslanden.

Die opstelling valt te begrijpen in het licht van de huidige voedselcrisis. Die heeft een reeks landen ertoe gebracht protectionistische maatregelen te nemen. Het voeden van de eigen bevolking kreeg prioriteit boven de vrije handel. Dergelijke maatregelen bieden wellicht soelaas op de korte termijn, op de langere termijn belemmeren zij zowel de handel als de ontwikkeling van de landbouw.

In de ogen van India was het ‘een redelijk verzoek’, maar voor de VS kwam het neer op ‘het terugdraaien van de klok met dertig jaar’. De Amerikanen stelden zich traditiegetrouw op als de felste voorstanders van vrije handel, maar waren in deze discussie wel kwetsbaar vanwege de miljardensteun aan de eigen boeren. Met name China liet niet na daar op te wijzen, ook al kwamen de VS wel met plannen hun subsidiestroom in te dammen.

Duidelijk is dat de assertieve opstelling van de nieuwe grootmachten India en China op het wereldtoneel een sleutelrol in de mislukking heeft gespeeld. Op de achtergrond speelt verder het ontbreken van voldoende politieke wil – vooral de grote landen denken vaak meer te kunnen winnen bij bilaterale overeenkomsten dan bij een alomvattend akkoord. In dat licht zijn vooral de boeren in de kleinere ontwikkelingslanden de verliezers – zij zien een ruimere toegang tot de westerse markten aan hun neus voorbijgaan.

Dat is niet de enige reden om de mislukking te betreuren. Natuurlijk, ook tijdens de zeven jaar durende onderhandelingen is de wereldhandel gegroeid. Maar protectionistische tendensen steken in toenemende mate de kop op, vooral nu het slechter gaat met de wereldeconomie. Een akkoord zou een goed tegensignaal hebben gevormd. Bovendien toont het falen van onderhandelingen met 153 landen aan hoe moeilijk het is om voorbij consensus over het principe – vrijhandel is goed – te komen. In tijden waarin mondiale problemen, voorop het klimaatvraagstuk, nadrukkelijk om een collectieve oplossing vragen, is dat een weinig bemoedigende constatering.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden