Opinie

'Vrije moslima's zullen door shariarechtbank als zondaressen worden gezien'

Voordat een shariarechtbank in Nederland wordt toegestaan, moeten moslima's hun progressieve islam-uitleg eerst algemeen erkend krijgen. Dat betogen Nora Kasrioui en Nadia Martosatimna-Laiti.

Aan de hand van hun moeder lopen twee meisjes naar het schoolplein van de John F. Kennedyschool in Dordrecht. Beeld ANP

De discussie over de sharia is de laatste weken weer opgelaaid in de media, maar daarbij blijven een aantal cruciale punten nog onderbelicht. Bijvoorbeeld dat de emancipatie onder moslima's zeker zal stagneren wanneer er ook in Nederland een shariarechtbank geïntroduceerd wordt.

Zo'n college, dat gedomineerd wordt door orthodoxe mannen, zal beslist niet in het voordeel van de progressieve moslima's zijn. De kans dat deze rechters zullen kiezen voor een conservatieve versie van het islamitisch recht, die maar al te vaak zonder meer geassocieerd wordt met de ware islam, is zeker aanwezig. De óók bestaande liberale visie, met bijvoorbeeld het recht van vrouwen op een eigen partnerkeuze, op werk en onderwijs en eigen bezittingen zal dan verwaarloosd worden.

Conservatieve mannen hebben immers geen enkel belang bij zo'n liberale uitleg en zullen hun eigen positie willen behouden. Maar hoe zullen zij ooit echt recht kunnen spreken als zij bij een geschil zowel rechter als partij zijn?

Zondaressen
Nederland kent een groot aantal progressieve moslima's. Voor de levenswijze van deze groep moslima's zal bij zulke traditionele shariarechtbanken vast geen enkel begrip bestaan. Vrijgevochten vrouwen zullen als onruststooksters en zondaressen worden gezien, die de Koran niet eerbiedigen.

Een vrouw die zonder hoofddoek voor zo'n rechtbank verschijnt, zal bij voorbaat al anders bekeken worden dan een vrouw mét een hoofddoek. En moslima's die daten of zelfs al een vriendje hebben, zullen al gauw zonder meer als overspelige vrouwen worden beschouwd. Als zulke vrouwen bij een juridisch conflict betrokken raken, is de kans dus heel groot dat zij in allerlei gevallen zonder meer aan het kortste eind zullen trekken.

Hoe zou een moslima trouwens ooit voor haar eigen rechten kunnen opkomen als het orthodoxe standpunt is dat de man altijd de voogd van de vrouw is?

Kans
Een autonoom denkende moslima kan besluiten een shariarechtbank niet te erkennen. Toch bestaat de kans dat zij ook dan op z'n minst veel last zal hebben van de plechtige uitspraken daarvan. Mensen in haar omgeving zullen immers vinden dat zij het niet kan maken zich daar niets van aan te trekken.

Bovendien bezit zo'n vonnis in islamitische landen zonder meer rechtsgeldigheid en kunnen uit Nederland of andere westerse landen afkomstige moslima's daar dus altijd op aangesproken worden.
Het islamitisch recht bestrijkt het hele menselijk bestaan. Het is in die zin normatief, dat het ook bepaalt hoe individuen hun leven het beste in kunnen richten. Dit in tegenstelling tot het Nederlandse recht, waarin het vooral draait om de bescherming van mensen en hun bezit.

Een Nederlandse rechter zal, zolang je elkaar niet beschadigt, geen uitspraken doen over de vraag hoe je jouw leven achter de voordeur moet inrichten. Islamitische rechtsgeleerden hebben daar echter wel degelijk een opvatting over. Zo kan een man zich er bijvoorbeeld met succes over beklagen dat zijn vrouw niet goed voor hem en zijn bezittingen zorgt, om nog maar niet te spreken van zaken waarbij seks en voortplanting in het geding zijn. In het Nederlandse recht is zoiets ondenkbaar.

Informeel
Voordat een shariarechtbank in Nederland toegestaan wordt, zouden moslima's er eerst voor moeten zorgen dat hun progressieve uitleg binnen de islam algemeen erkend wordt, inclusief de daarbij behorende rechten. Evenals bij de eerste en de tweede feministische golf zullen die echter eerst informeel bevochten en erkend moeten worden.

Wat in de discussie over de komst van islamitische rechtbanken ook opvalt, is dat er vaak wordt gesproken over bijvoorbeeld de islamitische gemeenschap of de Marokkaanse gemeenschap. Er bestaat in Nederland echter geen samenhangende islamitische gemeenschap en geen samenhangende Marokkaanse gemeenschap met een centraal gezag en een leidersfiguur. Er zijn alleen bepaalde groepen mensen die op grond van hun herkomst op vrijwillige basis contact met elkaar hebben. Binnen dergelijke groepen groeit gelukkig ook het besef dat traditionele normen en waarden in de loop van de tijd kunnen veranderen en dat dat dan met recht vaak vooruitgang wordt genoemd.

Nora Kasrioui is auteur en verbonden aan vrouwenrechtenorganisatie Brood en Rozen en Nadia Martosatimna-Laiti is voorzitter van Darna Asila dat strijdt tegen geweld tegen vrouwen in Marokko.


 
Moslima's met vriendje worden al gauw als overspelig gezien
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden