ColumnThomas van Luyn

Vraagt u zich weleens af hoe het zou voelen om tussen de kampers te wonen? Koop deze deurbel

De Polen die ooit ons huis opknapten, hebben geen halve maatregelen genomen. Elke keer dat de deurbel gaat, schrikken we ons een hartverzakking. Blijkbaar staat in Polen op het negeren van bezoek een gevangenisstraf: een overblijfsel uit het communisme, ongetwijfeld. Het geluid lijkt het meest op zo’n alarmbel uit een brandweerkazerne – het laat zich moeilijk in letters optypen, maar hij zegt dus: ‘DRING!’, waarop iedere aanwezige datgene wat hij of zij in handen had, spontaan de lucht in werpt. We hebben tape om de bel gewikkeld en sokken in het mechanisme gestopt, en nog steeds kun je er overal in huis de koffie van over je schoot gooien.

Behalve, gek genoeg, in mijn kantoortje. Daar hoor ik niks. Wij hebben een ingewikkeld huis, maar het zit dus zo dat ik vlak bij de voordeur zit te tikken, maar als iemand aanbelt mijn vrouw me mobiel moet bellen om me te vertellen dat ik moet opendoen. Dat is gedoe natuurlijk, en als er iemand in ons gezin was geweest met een minimale technische aanleg, dan hadden we het allang opgelost. Helaas bevindt het hele gezin zich in de onderste regionen van die curve, en aangezien men moet accepteren wat men niet kan veranderen, hebben we ermee leren leven.

Maar toen ik met mijn vrouw in de Mediamarkt was om staafmixers te kijken (je moet toch wát met je weekend), en een schap met snoerloze deurbellen zag, dacht ik: bingo. Ik kan niet veel, maar een belletje naast een deur ophangen en een ontvanger op mijn bureautje zetten, dat leek me toch een haalbare kaart. Bovendien kon ik dan naast dat knopje het woord ‘kantoor’ schrijven. Heel volwassen, altijd al gewild. Of nog beter, dacht ik, ik ga er ‘praktijk’ bij zetten. En: ‘Behandeling volgens afspraak’ of misschien wel: ‘Alleen bij noodgevallen’. Eens kijken wat de pakjesbezorger daarmee doet. En als ik toch bezig ben: ‘Leveranciers achterom’. Dat moet toch wat opbeurende verwarring stichten, in dat steegje van ons.

Hoe dan ook, een eigen deurbel maakt van elke bezemkast een volwaardig kantoor, dus ik kon niet wachten. Thuisgekomen rukte ik het plastic open en probeerde ik de batterijtjes te plaatsen. In de elektronica geldt: hoe goedkoper, hoe meer gehannes, dus uiteindelijk was er een tang voor nodig om het batterijvakje open te krijgen, waarna de deurbel eruitzag alsof een hond ’m had aangevreten. Dat ging er niet mooi uitzien, naast de voordeur, maar het had maar een tientje gekost, dus het was maar tijdelijk, besloot ik.

Nu moest ik nog een knoop doorhakken over het geluid dat-ie moest maken. De bel bood keuze uit maar liefst 36 geluiden. De eerste drie waren redelijk standaard, respectievelijk ‘ding’, ‘dingdong’ en het melodietje van de Big Ben. De overige 33 kwamen van de verzamelplaat: ‘Alle 33 een marteling’, uit de Guantanamo Bay Collection. Nummers als Love Story, Greensleeves, Happy Birthday, An der schönen blauen Donau, enzovoorts. Opvallend genoeg ook het volledige kerstrepertoire, dus Jingle Bells, Rudolph the Red-Nosed Reindeer, The First Noel en zelfs Santa Claus Is Coming To Town, en tot slot een paar interessante buitenbeentjes, zoals een koekoeksklok, een geweerschot en het Amerikaanse Volkslied. Wie zich weleens afvraagt hoe het zou voelen, tussen kampers wonen, dit is de bel voor jou. En maar een tientje, hè?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden