Opinie 400 jaar Batavia

VR-tentoonstelling Westfries Museum: Afgewogen beeld of geschiedvervalsing?

De expositie over Batavia in het Westfries Museum vertelt met digitale middelen een ouderwets koloniaal overwinnaarsverhaal, zeggen twee kritische studenten. Of toont het museum een veelzijdig beeld zonder te oordelen, zoals museumdirecteur Ad Geerdink betoogt? 

Bezoekers van het Westfries Museum in Hoorn maken gebruik van de Batavia 1627 VR, een digitale tentoonstelling over het Batavia van de 17de eeuw. Beeld Katja Poelwijk

Op 30 mei was het vierhonderd jaar geleden dat Jan Pieterszoon Coen de stad ­Batavia stichtte. Hij deed dit na de oorspronkelijke bewoners verjaagd en de eeuwenoude stad Jayakarta voorgoed met de grond gelijk gemaakt te hebben. Batavia zou uitgroeien tot hoofdkwartier van de VOC, hoofdstad van Nederlands-Indië en het huidige Jakarta. Voor het Westfries Museum in Hoorn reden genoeg deze gebeurtenis te herdenken. Het resultaat? Batavia 1627 VR, een digitale tentoonstelling waar bezoekers met virtual reality-brillen worden ondergedompeld in het Batavia van de 17de eeuw.

Maar hiermee slaat het museum de plank faliekant mis. Tijdens de presentatie van Batavia wordt niet het structurele geweld in de voormalige kolonie onder de loep genomen. Integendeel, suizend over het Batavia van weleer wordt de bezoeker door een zalvende stem meegevoerd langs zonnige scheepswerven en rustieke plantages. In de verte kwetteren meeuwen, een zacht zeebriesje waait over de baai. ‘Wat een prachtig gezicht, al die VOC-schepen!’, roept de voice-over in verrukking. De boodschap is duidelijk: koloniale geschiedenis is een tropisch avontuur, haar gewelddadige realiteit een digitaal sprookje.

Geschiedvervalsing

Hiermee komt het Westfries Museum gevaarlijk dicht in de buurt van geschiedvervalsing. Niet alleen vanwege de romantische blik, waardoor veel gruwelijke misdaden van het ­Nederlands kolonialisme (zoals de massamoord van Coen op de Banda-eilanden) worden verzwegen. maar ook vindt er een volstrekt eenzijdige voorstelling plaats van de historische realiteit: de geschiedenis wordt maar vanuit één perspectief, dat van de kolonisator, verteld. Het perspectief van de tot slaaf gemaakte of dat van de oorspronkelijke bevolking blijft volstrekt buiten beschouwing.

Even gloort er hoop op een kritische noot als vermeld wordt dat de oorspronkelijke Javaanse bevolking hun land halsoverkop moest achterlaten door de vernietigingsdrang van J.P. Coen. Maar ook het opvoeren van dit historisch feit blijkt alleen het ­verhaal van het stoere avontuur te dienen, wanneer de voice-over vertelt dat ‘onze soldaten’ op deze manier tóch genoeg te eten hadden in het onvruchtbare Indonesië: ‘Gelukkig maar!’ Door deze pijnlijke aspecten van onze geschiedenis weg te moffelen, leidt de Hoornse virtual reality tot maar één ding: de kinderachtige verheerlijking van het kolonialisme. Het programma lokt geen enkele ­interessante discussie uit over ons ­koloniale verleden, maar laat de toeschouwers slechts verlangen naar een avontuurlijke fantasiewereld die nooit heeft bestaan. Onzichtbaar blijft de slavernij. Onvoelbaar blijft de gewelddadige vernietiging van Jayakarta. Onhoorbaar blijft de vierhonderd jaar lange geschiedenis van ­Nederlands geweld en onderdrukking in Azië.

Deze kapitale fout van het Westfries Museum komt niet uit de lucht vallen. Wie een half uurtje rondloopt in Hoorn, struikelt over de verheerlijkingen van het koloniale verleden. Pal voor het museum staat het omstreden standbeeld van J.P Coen (verantwoordelijk voor 15 duizend doden op de Banda-eilanden), in de Hoornse ­haven ligt een replica van het VOC-schip De Halve Maen en aan de kade staat een standbeeld van Bontekoe (een mensenhandelaar in voornamelijk buitgemaakte Chinezen). Van het gruwelijke verleden van deze monumenten is geen spoor te bekennen: in heel Hoorn lijkt een gedegen historisch besef vooralsnog afwezig.

Verering

De virtual-reality-ervaring is dus niets anders dan een hedendaagse voortzetting van deze traditie van ­koloniale verering. In plaats van een standbeeld voor iemand als Coen, wordt vandaag de dag met de nieuwste technieken een allesomvattende ervaring gecreëerd van een spannend koloniaal avontuur. In een tijd waarin Nederland meer dan ooit op zoek lijkt naar een omgang met haar eigen verleden, met Zwarte Piet als ultieme twistappel, is een dergelijke tentoonstelling ronduit stuitend en geheel ondoordacht.

De rijk versierde gebouwen en ­monumenten waarmee Hoorn haar toeristen trekt, zijn een direct gevolg van slavernij, diefstal en onderdrukking, niet van een stoer en kleurrijk ‘avontuur’ van een aantal ‘dappere’ Nederlandse handelaren. Wie dit niet onder ogen wil zien en wil blijven geloven in kolonialistische sprookjes, loopt daarmee het gevaar ook hedendaagse uitbuiting en ongelijkheid te rechtvaardigen. Wie de bril van het Westfries Museum opzet, sluit voor deze problemen definitief de ogen.

Sander van der Horst (student politicologie) en Sebald van der Waal (student filosofie en politicologie).

Een beeld uit de Batavia 1627 VR in het Westfries Museum. Beeld Katja Poelwijk

Reactie Ad Geerdink: ‘Veelstemmig, zonder oordeel’

‘Een sterk romantische blik op het verleden. Het verzwijgen, ja zelfs verheerlijken van het koloniale verleden.’ Het Westfries Museum en en passant de stad Hoorn, wordt in bovenstaand opiniestuk nogal wat verweten. Aanleiding is de virtualrealitypresentatie Batavia 1627 VR, juist gemaakt om een afgewogen beeld te geven van een vroeg-17de-eeuwse ­koloniale samenleving in de tropen. Niets wordt verzwegen. Integendeel.

Basis voor Batavia 1627 VR is de oudste geschilderde kaart van de stad uit 1627, een topstuk van het Westfries Museum. Je gids in het virtuele Batavia snijdt in zijn toelichting allerlei thema’s aan. Zoals het geweld waarmee het Jayakarta in 1619 met de grond gelijk werd gemaakt, of het lot van de vele slaafgemaakten, die liefst de helft van de Bataviase bevolking uitmaakten. Je hoort over de cruciale positie van de Chinezen in Batavia en het multi-etnische en -religieuze karakter van de stad. Álles komt aan bod. Echter niet op een (ver)oordelende, maar op een registrerende manier.

Misschien is dat wat Van der Horst en Van der Waal in de presentatie stoort. Dat het museum de geschiedenis niet voorziet van een moreel oordeel. Dat we die niet in zwart-wit tonen, langs heldere lijnen van goed en kwaad, maar het oordeel aan de kijker laten.

Het Westfries Museum is een groot voorstander van meerstemmigheid. Van het belichten van het verleden vanuit diverse perspectieven. Zo presenteert het museum ook de koloniale geschiedenis. Het statieportret van Jan Pietersz Coen hangt tegen over een installatie van kunstenaar ­Tineke Fischer, die zo reflecteert op de massamoord op de Banda-eilanden. In dezelfde ruimte geven historici uiteenlopende meningen over zijn standbeeld. Die zijn op het tekstbord op de sokkel van het standbeeld terug te lezen. (zie wfm.nl/coen). Stemmen die in het verleden minder gehoord zijn, geven wij extra aandacht. Recente voorbeelden hiervan zijn de vertelwandeling Tabo en jij en de tentoonstelling Depok, de droom van Cornelis Chastelein (vanaf 30 juni), de bijzondere geschiedenis van een gemeenschap van voormalig slaafgemaakten in Nederlands-Indië. Dat kun je toch moeilijk verheerlijking van het koloniale verleden noemen. Maar oordeel zelf. Reserveer wel vooraf een stoel voor Batavia 1627 VR.

Ad Geerdink is directeur van het Westfries Museum in Hoorn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden