Het eeuwige leven Boudewijn Oremus (1942-2018)

Voorvechter van kunst in de openbare ruimte

Ambtenaar in Utrecht en Amsterdam, maar hij was niet van de regels. Boudewijn Oremus zette zich met hart en ziel in voor kunst en cultuur.

Boudewijn Oremus Foto rv

Hij haalde helden uit de anonimiteit en liet tienduizenden kinderen kennis maken met kunst. Zelf bleef hij bescheiden op de achtergrond.

Boudewijn Oremus zette zich in voor de totstandkoming van het slavernijmonument en het monument De Schreeuw ter nagedachtenis aan de vermoorde filmer Theo van Gogh in het Oosterpark in Amsterdam. Dankzij hem werden de namen van verzetshelden toegevoegd aan het verzetsmonument in Transwijk in Utrecht.

‘Hij heeft voor mij een einde gemaakt aan het karikaturale beeld dat ik altijd had van een ambtenaar’, stelt Machtelt van Thiel van de Stichting Kunsteducatie de Rode Loper. ‘Hij had lak aan de bureaucratie. Tegen mij zei hij altijd, als we iets wilden organiseren: ‘Er is altijd wel een potje met geld te vinden’.’’

Zij wijst op zijn vele e-mails die vaak eindigden met de termen ‘forza, forza’ en ‘etcetera, etcetera’. Het werk was nooit af. Er was altijd meer te doen. Oremus was behalve ambtenaar ook publicist, politiek voorvechter, actievoerder en kunstpromotor. Hij overleed op 20juli, nadat hij eerder met een fietsongeluk zwaar hersenletsel had opgelopen.

Hij werd geboren in een katholiek nest in Utrecht van zes kinderen: drie meiden, drie jongens. Later verhuisden ze naar Arnhem, waar in 1949 en 1950 zijn beide ouders overleden. Dat was een traumatische ervaring waar hij naar eigen zeggen een spraakstoornis aan overhield.

Begin 1960 werd tbc geconstateerd en kwam hij anderhalf jaar lang in het rooms-katholieke sanatorium Dekkerswald in Groesbeek terecht. ‘Ik werd liefdevol verzorgd − af en toe vals − door de zusters van Onder de Bogen uit Tilburg. Geen kindermisbruik, ook niet door de frêle broeders’, zei hij daarover.

Hij kreeg een late roeping en volgde de Latijnse school in Gemert en het filosoficum Dijnselburg in Huis ter Heide. Maar het priesterschap was niet aan hem besteed. Hij vond een baan bij Culturele Zaken van de gemeente Utrecht, waar hij zich als een vis in het water voelde.

In die periode radicaliseerde hij ook: van Jo Cals’ KVP ging hij naar de PPR, de Socialistische Jeugd en de CPN, inclusief cursussen in de marxistisch-leninistische ideologie. Hij werd in Utrecht initiatiefnemer van het politiek centrum De Raadskelder en de nu nog bestaande boekhandel De Rooie Rat.

In 1976 werd hij beleidsadviseur bij de gemeente Amsterdam voor de eerstelijnsgezondheidszorg, maatschappelijke dienstverlening en wijkopbouwwerk. Hij noemde het de ‘markt voor welzijn en geluk’.

Daarna verhuisde hij naar het Amsterdamse stadsdeel Oost voor Kunst & Cultuur. Hij initieerde vele evenementen. Kunst in de openbare ruimte lag hem na aan het hart. Zo realiseerde hij de aankoop van Roses van Karel Appel bij het Muiderpoortstation en de multiculti fontein op het Steve Bikoplein. Een ander initiatief dat hij mogelijk maakte, was Stichting Kunsteducatie De Rode Loper op School die jaarlijks ruim vijftienduizend kinderen laat kennismaken met kunst. Na zijn pensioen werd hij wijkraadslid voor Utrecht Zuid-West, waar Transwijk en Kanaleneiland onder vallen. Ook hier kreeg hij enorm veel gedaan.

Oremus huisde het grootste deel van zijn leven op een woonboot vlakbij het Jaarbeursplein in Utrecht. Twee keer had hij een langdurige homoseksuele relatie. Hij beschreef zijn leven in twee zelf uitgegeven boeken: La Famiglia, over zijn familie en jeugd, en La vita continua, over zijn werk in Amsterdam en Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.