COLUMNNadia Ezzeroili

Voorlopig maar geen foto’s in de zussenapp van mijn kortgeknipte dreumes

Ik erger me al weken aan het matje van mijn dreumes dat als een dooie lama in zijn nek hangt. Als ik de knopen uit zijn krullen probeer te kammen, slaat hij van zich af. Van haarlotion wordt zijn haar statisch. En als ik een staartje in zijn haar probeer te draaien, lijkt hij ineens op een Tibetaanse monnik met een krans van protesterende krullen rondom zijn hoofd. Niemand zit op deze mislukte cultural appropriation te wachten.

Dus nu is het eerste covid-19-kapsel binnen het gezin een feit. Want zondag pak ik een schaar uit de lade als de kleine, stompend in het water, ligt te badderen in de douche. ‘Weet je het zeker?’, vraagt mijn partner. ‘Ja’, antwoord ik luid. ‘Kun je me het wc-papier aangeven om zijn haar op te vangen?’, roep ik boven het lawaai uit. ‘En haal de kam met die brede tanden uit mijn lade, als je kan.’

Ik lees angst in de ogen van mijn partner. ‘Hoe ga je het precies doen dan?’

Ik weet heus wel waar ik mee bezig ben, bluf ik. ‘Dit heb ik mijn vader vroeger ook zien doen bij mijn broer. Je pakt de kam, kijk zo, je gaat door die haren heen en dan knip je gewoon. Bam.’

‘Zit stil’, zeg ik streng tegen mijn zoontje als ik weer met de kam over zijn haar probeer te gaan. Hij reageert met een plens water tegen mijn been. Zijn plastic krokodil-waterspeeltje volgt.

Maar ik reageer niet, en blijf gedecideerd een paar plukken van zijn matje afknippen die ik vervolgens geduldig op het hoopje wc-papier leg. ‘Oh nee’, zegt de dreumes met een zacht stemmetje. Hij staat op, gaat weer zitten, draait zich om, duikt letterlijk met zijn hoofd onder water alsof hij zichzelf aan het waterboarden is.

‘Schat’, roep ik naar mijn partner, ‘haal de tablet. Anders zit hij niet stil.’ Maar straks kan hij niet slapen door het beeldscherm’, roept hij terug.

‘Haal de tablet’, herhaal ik.

Na elke knip zie ik weer een plukje dat best gekort kan worden. ‘Zal ik hem anders eruit halen?’, vraagt zijn vader. Nee nog niet, brom ik. Die rare Elvis-kuif kan ook best aangepakt worden en ik pak de schaar weer op. Mijn partner kan het niet aanzien en loopt de badkamer uit.

Een kwartier later ben ik klaar. Onze dreumes lijkt nu op een militair met kale plekken en een patroontje van haaientanden in zijn nek. En zijn haar is nog niet eens opgedroogd. ‘Arme jongen’, verzucht mijn partner met waterige ogen als hij hem uit bad haalt.

Het is inderdaad een puinhoop. ‘Voorlopig maar geen foto’s naar de zussenapp sturen’, zeg ik met een nerveus lachje. Op de ranglijst van zaken die ik het meest vrees in mijn leven, staat de toorn van mijn zussen immers op nummer één. Ik weet met zekerheid dat ze subiet alle corona-maatregelen zullen schenden om mij uit mijn woning te slepen voor publiekelijke lijfstraffen, zodra ze zien wat ik hun jongste neefje heb aangedaan.

‘Heb je zijn kapseltje al gezien?’, vraag ik mijn bonusdochtertje als ze de volgende dag wordt gebracht en mij direct voorbij loopt om haar broertje te zoenen. ‘Ja’, zegt ze, en ze kijkt weer naar haar verknipte broertje. Ze giert het uit.

Gelukkig, ze reageert niet verontwaardigd. Maar vanavond is zij aan de beurt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden