Column Peter Middendorp

Voorbijgestreefd door de Amerikanen, op ons eigen terrein: de coffeeshop

Peter Middendorp Beeld De Volkskrant

Tijdens een huwelijksetentje van een verre neef in Frankrijk zat ik tegenover een Amerikaanse vrouw. Ze vertelde over de vlucht die de kwaliteit van wiet in Californië had genomen sinds de boel er was gelegaliseerd. In de winkels lagen frisse soorten uitgestald. Er werd belasting over betaald. Er hadden geen criminelen aangezeten. Alles werd geproduceerd zonder schade toe te brengen aan mensen, dieren of natuur.

Je kon er zelfs opzetstukjes kopen voor je elektrische sigaret, waarmee je een vloeistof met thc, het werkzame bestanddeel, kon verdampen, wat minder schadelijk is dan roken. Sinds ze in Frankrijk woonde, kocht een vriend ze voor haar en stuurde ze met de post naar haar op. Het was erg ideaal. Je kon het gewoon gebruiken op je werk. Niemand die het merkte. Het was bijna gezond.

Ik luisterde geboeid. Alles van de wiet onderzoeken en alleen het goede behouden, zoals de Bijbel het zegt – wie wilde dat nou niet? Ik kende haar nog maar net, ik kon haar moeilijk vragen of die vriend van haar, als hij toch bezig was, mij voortaan ook van Californische opzetstukjes wilde voorzien. Maar ze had mijn gedachten al geraden. Do your research, zei ze. Hoe moeilijk kan het zijn? Je komt toch uit Nederland?

Eenmaal van de feestelijkheden teruggekeerd, deed ik vrijwel onmiddellijk wat de informatieve Amerikaanse me had voorgesteld. In de coffeeshops viel me ineens op hoeveel nieuwe soorten Amerikaanse wiet er op de kaarten stonden. Heel veel, met rare namen als Fuzzle en Skitlle, en ze waren duur, 35 euro per gram, bijna het drievoudige van de waar van eigen bodem; smokkel maakte de zaken niet goedkoper.

Misschien kwam ik te weinig in de coffeeshop, want ik zag nu pas hoe de Amerikaanse wiet de vaderlandse langzaam begon te verdringen, terwijl het al een tijdje gaande bleek. In sommige shops was de voertaal Engels, waren de medewerkers Brits, Lets of Braziliaans. Het leek alsof ze in de hele keten van productie tot verkoop, op enkele havenmedewerkers na, geen enkele Nederlander meer nodig hadden.

Opzetstukjes vond ik nergens. Niet in smartshops, niet bij stichtingen voor geneeskrachtige olie en ook niet op internet. Rondvragen bij toonbanken leidde naar het criminele circuit – voor het experiment moet je bij de criminelen zijn. Maar daar wilde ik niet naartoe – ik wilde een gezonde high, geen hoestende schaamblower worden.

Een grote voorsprong weggegeven. Ingehaald en voorbijgestreefd door de Amerikanen, op ons eigen terrein, in ons eigen huis.

Thuis dacht ik enigszins verweesd aan de Polenproef, de jaarlijkse, internationale koeienkeuring, waarover Peter Wohlleben zo mooi heeft geschreven in Het innerlijke leven van dieren. Sinds de Middeleeuwen waren de raszuivere Nederlandse koeien onbetwist de beste geweest. Totdat de Amerikanen er na de oorlog een paar ophaalden en ermee aan het experimenteren gingen, en er tijdens de Polenproef van 1974 voor het eerst in de geschiedenis geen Nederlandse koe tot wereldkampioen werd gekroond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden