Column Sylvia Witteman

Voor wie wil stoppen met roken heb ik dringend advies: wacht ermee tot november

Je kunt het zo gek niet bedenken of er is een dag, week of maand voor. Nu is het bijvoorbeeld weer tijd om te stoppen met roken, ofwel ‘Stoptober’. Jammer van die gruwelijke niet-ééns-woordspeling, ‘stoptober’. Zelfs de meest verstokte niet-roker zou van pure ellende drie sigaretten tegelijk opsteken en de rook met holle wangen gulzig naar binnen zuigen; hè, ik krijg er zelf zin in.

Voor wie wil stoppen met roken heb ik dan ook een dringend advies: wacht er mee tot november, dat zal ze leren, met hun misselijke geintjes. (November heet tegenwoordig trouwens ‘Movember’ en dan moet je je snor laten staan tegen prostaatkanker, ik verzin dit beslist niet. Voor wie aandrang krijgt zijn snor te laten staan kan ik dan ook alleen maar zeggen: wacht in Godsnaam tot december.)

Afgezien daarvan is roken natuurlijk walgelijk (behalve die ene sigaret na het eten). Stop er dus mee, alleen al omdat ‘een sigaret een intensere smaak heeft als het de laatste is’, aldus Zeno Cosini in Italo Svevo’s Bekentenissen van Zeno. Stoppen met roken is Zeno’s grote obsessie, het hele boek zit vol met Laatste Sigaretten (het zijn er zó veel dat Zeno ze zelfs maar gaat afkorten tot ‘L.S.’) maar uiteindelijk blijkt dat roken natuurlijk voor iets heel anders te staan; de roman stamt uit 1923, freudiaanse tijden dus. 

Ik heb het boek niet bij de hand, maar het komt er op neer dat Zeno alleen kan stoppen met roken als hij zich juist níét voorneemt te stoppen met roken. Ik meen me te herinneren dat Alan Carr iets dergelijks betoogde met zijn spraakmakende methode om te stoppen met roken in de jaren tachtig: niet proberen te stoppen met wilskracht, want dat wordt het een lijdensweg. Gewoon stoppen. Doe het nou gewoon, lui. Het is duur, de gordijnen worden er geel van en boze tongen beweren zelfs dat je er kanker van krijgt.

In het kader van ‘stoptober’ (au) kreeg ik een boek in de bus dat Niet roken maar koken heet. Jammer van die volstrekt onnozele titel. Hoe krijgen ze het voor elkaar, die twee dames, Pauline Dekker en Wanda de Kanter, ze zijn nota bene allebei longarts, dus dom kunnen ze niet zijn. What’s next? ‘Niet snuiven maar kluiven’? ‘Niet zuipen maar bedruipen’? Dat ‘niet roken maar koken’ impliceert dat je roken en koken niet tegelijk kunt doen, wat natuurlijk onzin is, dat gaat goed samen, en is zelfs heel gezellig zolang je geen as morst in de 7 uur ingekookte fazantenjus.

Verder is het boek heel goed bedoeld en ook een beetje ontroerend. Dekker en De Kanter hebben als longarts wel iets beters te doen dan koken (namelijk mensen genezen die zich ziek gerookt hebben) en deden dan ook jarenlang het absolute minimum in de keuken, met zakjes van Knorr en zo. Maar ja, ze hielden wél van gezellig tafelen en lekker eten, dus leerden ze uiteindelijk met vallen en opstaan tóch koken. En wat dan? Nou ja, courgettesoep en tonijnsalade, en nasi, en pasta met spinaziesaus, en linzen met geitenkaas, en dingen met bladerdeeg en kinderlijk schattige toetjes (er is er een bij waarin voor 4 personen een liter roomijs met een halve liter slagroom gemixt wordt: er hebben duidelijk geen cardiologen aan het boek meegewerkt).

Het is zo lief allemaal, zo wars van van culinair gepoch, zo lekker gewóón, dat je na een tijdje bladeren zelfs gaat geloven in die domme titel, Niet roken maar koken

Ze hebben gelijk. Stop met roken, lui. Doe het. Desnoods voor de gordijnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden