VerslaggeverscolumnMarjon Bolwijn in Amsterdam

Voor werksters en afwassers zonder verblijfspapieren is het nu letterlijk overleven

‘Sorry, ik heb honger. Ik heb eten nodig.’

Abier Ahmed valt even stil. Ze kent de man die haar opbelt niet. Aan zijn stem te horen is het hem menens. Hij begint te huilen. Een Arabische man die zijn trots laat varen en ook nog in tranen uitbarst, dan moet de nood wel hoog zijn. Abier stelt hem één vraag: ‘Waar is de dichtstbijzijnde Hema in uw buurt?’ Over een uur zal ze hem daar opwachten.

Ze bereidt een gezinsportie pasta met verse tomaten en gehakt. Op de afgesproken plaats parkeert ze zestig minuten later haar auto, draait het autoraam open en overhandigt de onbekende beller het maal. Hij blijkt een Egyptenaar zonder verblijfspapieren, die al jaren schoonmaakwerk doet in de horeca. Sinds de lockdown is hij zijn baan kwijt.

Abier (links) en Eliana zijn een voedselbank voor ongedocumenteerden begonnen.

Voor ongedocumenteerden zoals deze man betekent geen werk geen inkomsten. Voor steunmaatregelen van de overheid en voedselbanken komen ze niet in aanmerking. Vele tienduizenden arbeidsmigranten zonder verblijfspapieren in Nederland zitten in dezelfde miserabele positie. Deze onzichtbare groep zwartbetaalde afwassers, verzorgenden bij particulieren en schoonmakers werkt zich vaak al jarenlang een slag in de rondte en levert zo een belangrijke bijdrage aan onze samenleving en economie. Volgens de FNV maken zo’n 220 duizend huishoudens in Nederland gebruik van een werkster zonder verblijfspapieren. Uit angst ontdekt en uitgezet te worden, houden zij zich muisstil. De Filipijnse Bing, al zeventien jaar huishoudelijk werkster zonder verblijfspapieren in Nederland, vindt dat ongedocumenteerden nu uit de anonimiteit moeten kruipen. ‘We lijden en hebben hulp nodig.’

Tafel met etenswaren na inzameling onder familie, vrienden en bekenden.

De Nederlandse afdeling van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) heeft de afgelopen zes weken honderd berooide ongedocumenteerden aan een ticket naar huis geholpen. Onder hen zijn vooral veel Brazilianen, Indonesiërs en Georgiërs.

De dag dat Abier de hongerige Egyptenaar aan de lijn krijgt, inmiddels vier weken geleden, besluit ze een voedselbank voor ongedocumenteerden te beginnen. Samen met haar Braziliaans-Nederlandse vriendin Eliana Arp zamelt de in Egypte geboren vrouw uit Amsterdam-Noord onder familie, vrienden en bekenden voedsel in. De twee delen de pakketten wekelijks uit vanuit de pizzeria van Abiers zoon. De vrouwen beschikken over een groot netwerk, dat toegang geeft tot veel arbeidsmigranten zonder verblijfsvergunning. ‘Bel Abier’, zeggen Egyptenaren tegen een landgenoot in de puree. ‘Bel Eliana’, roepen Brazilianen op hun beurt.

Ik ontmoet de twee op een doordeweekse middag in het restaurant. Abier is de bedachtzame, Eliana de uitbundige. Op zes tafels staan flessen olie, pakken rijst, linzen, bonen, pasta, melk en tomaten in blik, eieren, dadels en zakken aardappelen uitgestald. De protestantse diaconie heeft twee winkelwagens vol flesjes yoghurtdrank gedoneerd, een andere gulle gever een tiental tegoedbonnen voor een supermarkt à 100 euro per stuk.

Om 14 uur gaat de voordeur open. De toegang wordt geblokkeerd door een zwarte tafel die zal fungeren als doorgeefluik. Van elke bezoeker die via de tamtam is geïnformeerd zal de naam worden genoteerd, om zicht te houden op wie is bediend. Vandaag is er voor iedereen ook een verse kip.

De administratie: sommigen zijn bang hun naam op te geven.

De eersten die zich druppelsgewijs melden zijn vrouwen met een jong kind aan hun zijde. Bedeesd nemen ze een pakket in ontvangst. Sommigen aarzelen hun naam te noemen. ‘Geen angst, we zijn niet van de regering’, sust Eliana. De meesten kent ze. Het zijn allemaal werksters, met zo’n tien adressen per week. Van één weet Eliana dat ze een huis deelt met acht ongedocumenteerde arbeidsmigranten. De huren die ze betalen lopen al gauw richting 2.000 euro per maand. Wie niet betaalt vliegt eruit. Een Braziliaanse vrouw wijst naar het pak met oranje linzen. ‘Wat is dit?’ Eliana belooft haar vanavond een recept te sturen.

De meeste uitdelingen verlopen zwijgend. Met één man is Abier langdurig in gesprek. Ze spreken Arabisch. Als hij vertrokken is, vertelt ze dat ze hem opdroeg niet te schreeuwen, maar rustig en beleefd te spreken. ‘Hij bood zijn excuus aan en zei altijd zo te praten.’ De man komt weer terug en vraagt om meer, ze zijn immers met zijn vieren in zijn huis. Eliana drukt haar vriendin op het hart geen gehoor te geven aan het verzoek. Ze vertrouwt het niet helemaal. Onverstoorbaar geeft Abier de man nog een pakket. ‘Je bent veel te goed’, roept Eliana.

Als vier jonge mannen die op hun beurt wachten voor het raam beginnen te dollen, gebaart Eliana hun tot kalmte. ‘Het moet niet gaan opvallen, straks belt iemand de politie. Je weet hoe sommige Nederlanders zijn.’ Prompt staat er een boa voor de deur. Wat ze hier aan het doen zijn? Abier speelt open kaart. De man draait zich weer om en mompelt: ‘Goed werk.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden