Voor tandeloze Unie zijn Grieken niet bang

Onze Griekse vrienden waren in de jaren zestig al permanent failliet

In Nederland mogen gemeenten geen tekort op hun begroting hebben. Als zij toch in ernstige financiële problemen komen, worden zij een artikel-12 gemeente. Zij krijgen dan financiële steun van het Rijk, maar raken de soevereiniteit over hun uitgavenbeleid kwijt. Het komt zelden voor dat gemeenten het zo ver laten komen: momenteel vallen vier kleine gemeenten onder de artikel-12 status.

Maar stel nu eens dat gemeenten failliet mogen gaan van het Rijk: zouden er dan meer of minder gemeenten in financiële problemen komen? Het antwoord lijkt me duidelijk: het kan heel erg aantrekkelijk zijn om failliet te gaan omdat de gemeenten dan niet gestraft worden voor financieel wanbeleid. Voor een overheid is een faillissement een goedkope manier om van een torenhoge schuld af te komen. Dat gaat ten koste van de obligatiehouders, maar die komen vaak van elders. Na enige tijd is alle ellende alweer vergeten en vergeven. Gewoonlijk kan een eens failliete overheid dan gewoon weer gaan lenen om zijn overdadige uitgaven te financieren.

Hopeloze oorlog
Dat is geen constatering van vandaag of gisteren. Spanje ging bijvoorbeeld tijdens de Tachtigjarige Oorlog zeven keer failliet, maar kon toch al die tijd een hopeloze oorlog blijven voeren.

Meer recent: onze Griekse EU-vrienden verkeerden tot in de jaren zestig van de vorige eeuw in een dertig jaar durende staat van faillissement tot de kolonels het land uit de financiële chaos haalden. Na het herstel van de democratie begon de schuld weer vertrouwd op te lopen.

Van Dalen en Tissen vinden het geen probleem als een EU-lidstaat failliet gaat (O&D, 28 april). Als dat land zich daarna maar aan de Europese normen van het begrotings- beleid houdt. Hoe die landen daaraan gehouden kunnen worden, vermelden Van Dalen en Tissen niet. Het probleem in de EU is juist dat de lidstaten met een slechte begrotingsdiscipline niet zoals Nederlandse gemeenten, een artikel-12 status krijgen en daarmee hun beslissingsvrijheid verliezen. Zij kunnen vrijwel ongehinderd hun gang gaan. Griekenland heeft zich bijvoorbeeld sinds het land deel is van het eurogebied geen enkel jaar aan de Europese begrotingsnormen gehouden, maar is nooit op de vingers getikt.

Macht
Maar, zo zeggen, Fennema en Heemskerk (O&D, 13 april) die tijd is voorbij. Op de recente Eurotop heeft immers een ‘stille revolutie’ plaatsgevonden waarbij de macht van de Europese instellingen is vergroot. Waarschijnlijk hebben zij te veel naar de voorzitter van de Europese Commissie, Barroso, geluisterd die de top om dezelfde reden ‘historisch’ noemde. Zij hadden beter de tekst van het verdrag kunnen lezen. Daarin staat inderdaad dat de Europese Commissie grotere bevoegdheden krijgt om de economieën van de lidstaten door te lichten. De Commissie mag echter nog steeds niet zelfstandig een lidstaat ter verantwoording roepen.

Dit tekent het probleem van de EU: er wordt geen keuze gemaakt tussen een losse unie van lidstaten en een federale structuur. Toch worden er verdragen gesloten, zoals het pact over de EU-begrotingsnormen, die alleen maar te handhaven zijn met een gezaghebbende federale institutie. Ook Nederlandse (oud-) politici lijden aan de spagaat losse-unie-versus-federatie. Frits Bolkestein, bijvoorbeeld, spreekt zich uit tegen een federale structuur maar wil wel dat de lidstaten zich aan de begrotingsregels houden. Dat moet dan door boetes die automatisch ingaan als een land in begrotingsproblemen komt (O&D, 9 april).

Machine

Een kinderlijke gedachte: alsof een machine zou kunnen inschatten wanneer begrotingsproblemen het gevolg zijn van slecht beleid, of van pech. Om dat te beoordelen, is toch echt een federale instantie nodig. Die federale instantie is er niet en in het nieuwe europact is die ook niet te bekennen. De lidstaten blijven het voor het zeggen houden als het over sancties gaat voor slecht beleid. Dat betekent in feite dat de twee machtigste lidstaten in het eurogebied, namelijk Duitsland en Frankrijk, bepalen waar de grenzen liggen.

Voor Nederland is dat geen reden om te juichen, al deed premier Rutte dat wel. Het is voor een klein land beter ondergeschikt te zijn aan een echte federale overheid met oog voor EU-belang dan aan twee grootmachten die heel erg hun eigen belang in het oog houden.

Om de Europese begrotingsdiscipline te bevorderen, kan de Nederlandse regering zich beter hard maken voor een federale regeling. Als die er niet komt, zal de Nederlandse belastingbetaler blijven opdraaien voor de lidstaten met een zwakke begrotingsdiscipline. Als Van Dalen en Tissen ook nog hun zin krijgen, kunnen daarnaast de Nederlandse banken en pensioenfondsen hun Griekse en Portugese overheidsobligaties in de prullenmand gooien. De EU gaat Nederland dan nog veel geld kosten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.