Opinie

Voor succesvolle aanpak werkloosheid is nieuw sociaal contract noodzakelijk

De honderden miljoenen die zijn geïnvesteerd om mensen aan het werk te krijgen hebben bijna niets opgeleverd. Tijd voor een nieuw sociaal contract.

Doekle Terpstra. Beeld ANP

De werkloosheid daalt slechts mondjesmaat. Het CBS berekent dat er in april sprake is van een afname van 2.000, zodat het totale werkloosheidspercentage nu 6,4 procent bedraagt, 572 duizend mensen. Hoewel de economie aantrekt, is dat nog steeds het dubbele van 2008, aan de vooravond van de crisis.

Recent onderzoek laat zien dat de inspanning om mensen naar werk te begeleiden een minimale opbrengst heeft. De Algemene Rekenkamer heeft gerapporteerd dat 266 miljoen euro is geïnvesteerd in het herplaatsen van 50-plussers, maar dat niet kan worden beoordeeld hoe zinvol dat was.

Al met al zijn vele honderden miljoenen euro's uitgegeven aan allerlei vormen van activering en begeleiding van werklozen. De algemene verwachting was dat herstel van de economische groei de oplossing voor het vraagstuk zou zijn. Daar blijkt weinig van waar te zijn.

De feiten laten maandelijks zien dat dit niet, zoals in het verleden, vanzelfsprekend het geval is. Sterker nog, de problematiek wordt hardnekkiger, is structureel en een veelkoppig monster. Zeker, de hoogopgeleiden zullen hun plek wel gaan innemen en zijn gewild op de arbeidsmarkt die steeds hogere eisen stelt. Er is een schreeuwend tekort aan vakmensen, zoals technici.

Maar voor de honderdduizenden mensen met een zekere afstand tot de arbeidsmarkt ontstaat geen enkel perspectief. Het droombeeld van een inclusieve samenleving ('participatiemaatschappij') waar iedereen kan meedoen, lijkt verder weg dan ooit.

De tweedeling tussen hen die via betaald werk meedraaien in een 'vaste' baan of als (kleine) zelfstandige en hen die dat niet of nauwelijks lukt, is daarmee scherper aan het worden. Dat dit voor maatschappelijke frictie gaat zorgen is glashelder.

De aanpak van de werkloosheid is vastgelopen en is aan een fundamentele herziening toe. Niets wijst er echter op dat er sprake is van een grote onrust in bestuurlijk Nederland om het vraagstuk van de inclusieve samenleving werkelijk te agenderen. De urgentie neemt echter met de dag toe. Het is tijd voor een nieuw sociaal contract, een nieuw evenwicht tussen economische en sociale belangen.

Blijven vertrouwen op de bestaande aanpak en de daarbij behorende instituties is geen optie. Het ligt voor de hand de sociale partners - vakbeweging en werkgevers - op te roepen de handen ineen te slaan en ervoor te zorgen dat een nieuwe toekomstgerichte sociale agenda wordt gemaakt.

Een nieuw sociaal contract kan hun geloofwaardigheid herstellen, maar het vergt moed om de gebaande wegen te verlaten. Omdat ik aarzel bij de innovatieve kracht van 'de polder' zal het gesprek elders moeten plaatsvinden. Via gezaghebbende economen, ondernemers, werknemers; een commissie van wijzen. De tijd is rijp om de mouwen op te stropen en een sociaal arrangement voor te sorteren voor een nieuw kabinet. Taboes moeten doorbroken, doorbraken gerealiseerd. Uitgangspunt is daarbij niet wat het belang van de verworven rechten is, maar de verworven waarde.

Zo'n sociaal contract zou de volgende elementen kunnen bevatten:

1. Maak de regio - openbaar bestuur, werkgevers, vakbeweging - verantwoordelijk voor de vormgeving en de realisatie van de eigen inclusieve arbeidsmarkt. Vanzelfsprekend betekent dit dat de rijksoverheid geld overdraagt.

2. Ontwikkel en faciliteer het concept van dienstverlening aan huis. Met name voor de wat lager gekwalificeerde beroepen ligt hier een groot potentieel aan werkgelegenheid. Dus van zorg naar dienstverlening.

3. Omarm de kleine zelfstandige, de zzp'er. Wel moeten de uitwassen in laagbetaald werk en de risico's in de sociale zekerheid worden aangepakt. Dus: vaste banen minder vast, en flexibele banen iets minder flexibel.

4. Zorg regionaal voor mogelijkheden om personeel tussen sectoren uit te wisselen. Geef vorm aan het idee van een regionale cao.

5. Omarm de mogelijkheden die nieuwe technologie met zich meebrengt. Zorg voor adequate regionale scholing en opvang van de werkgelegenheidseffecten.

6. Spreek af hoe het leven lang leren gestalte krijgt, zodat mensen weerbaar blijven op de arbeidsmarkt. Erken de kracht van het informeel leren.

7. De onderneming mag bevraagd worden op de rol als maatschappelijke actor. En behoort dus verantwoordelijkheid te nemen voor de participatiemaatschappij, ook voor mensen met een beperking, of andere etnische afkomst.

8. Agendeer het basisinkomen, of een vorm van negatieve inkomstenbelasting. Zodat zij die werkelijk en duurzaam niet kunnen participeren een goede basis blijven houden voor het bestaan.

Doekle Terpstra was voorzitter van de vakcentrale CNV.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.