Voor politici gelden andere regels dan voor kunstenaars

Op het gevaar af dat onder meer Bert Wagendorp mij als kritiekloze bewonderaar van Gerard Reve neerzet, beticht ik hem niettemin van stemmingmakerij in zijn stuk 'Reve-tapes' (Ten Eerste, 26 november).

Gerard Reve in zijn woonkamer in zijn huis in België in 1998. Beeld anp

Als eerste maak ik vierledig bezwaar tegen zijn uitspraak: 'De pedofilie van Reves verkering Joop Schafthuizen kan nog altijd op dezelfde ruimhartigheid rekenen...'

1. De heer Schafthuizen heeft met het onderwerp 'Reve-tapes' niets te maken. 2. Hem 'verkering' noemen terwijl hij, ook officieel, Reves partner was, is zowel suggestief (wat wordt daar feitelijk mee bedoeld?) als uiterst denigrerend. 3. Bert Wagendorp brengt Schafthuizen met deze passage volkomen onterecht opnieuw in diskrediet. 4. Er zijn in deze kwestie geen blijken van 'ruimhartigheid' door Reve-bewonderaars bekend jegens de heer Schafthuizen.

Intussen heeft de heer Schafthuizen, als ieder ander, nadat het recht zijn beloop heeft gehad, het mensenrecht op een eerlijke kans tot resocialisatie in de samenleving. Hij nam die kans te baat en is sinds 2003 niet meer met Justitie in aanraking geweest. Ik acht het bijzonder kwalijk dat Wagendorp, vanuit zijn machtspositie als opinieleider in een veelgelezen dagblad, Reves partner op deze wijze een trap na geeft.

Dan Wagendorps vergelijking tussen de uitspraken van Wilders en Reve. Wilders is een politicus die meent wat hij zegt en daarvoor verantwoording aflegt, zelfs moet afleggen jegens de samenleving, tegenover zijn kiezers dan wel tegenover een rechter. Reve was een kunstenaar die jegens niemand anders dan zichzelf verantwoording hoefde af te leggen, omdat kunst in een democratische samenleving per definitie vrij móet zijn. Verondersteld racistische uitspraken door een politicus die bovendien weeklaagt dat een rechter het gehele volk veroordeelt als men hém daarvoor veroordeelt, zijn daarmee onbetwistbaar van een gevaarlijker kaliber dan die van een kunstenaar, die bovendien later zelf aangaf dat de zijne 'een primitieve, vermoedelijk in al te vulgaire bewoordingen opgestelde alarmkreet' betrof. Aan die verklaring achteraf van Reve ontbreekt elk spoor van ironie.

Persoonlijk meen ik dat mijn bewondering voor de schrijver Reve mijn kijk op de mens Reve niet vertroebeld heeft. Reve was door verschillende oorzaken een getergd man, wiens provocaties vooral het gevolg waren van een niet mis te verstane levensangst. Men behoeft zijn levensverhaal en vooral zijn eigen oeuvre er maar op na te lezen om in te zien dat hij voor die angst in menig opzicht gegronde redenen had.

Dat is iets totaal anders dan een niet-democratisch gekozen politicus die zich tot in de rechtszaal zonder enige spoor van ironie verontwaardigd toont om het hem en het hele Nederlandse volk aangedane leed.

Kortom voor politici gelden andere regels dan voor kunstenaars. En wie weet zelfs voor journalisten. Dit inzicht staat niet gelijk aan klakkeloze aanvaarding van alles wat de kunstenaar Reve zijn lezers voor de voeten gooide.

Wouter van Oorschot, Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden