Column Sylvia Witteman

Voor mijn zoon was er niets mooiers dan een zonsondergang op de A2

Wat autorijden betreft, leed ons gezin onder een schrijnende discrepantie: enerzijds twee volwassen vrouwen met rijbewijzen (mijn dochter en ik) die er alles voor over hebben om niet achter het stuur te zitten, en anderzijds twee minderjarige jongens zónder rijbewijzen die niets liever willen dan rondrijden tot ze erbij neervallen.

Aan deze rolbevestigende misstand kwam een eind toen mijn oudste zoon, eindelijk 18, zijn rijbewijs haalde. Nog nooit heb ik iemand met zo veel hartstocht naar een stadsdeelkantoor zien snellen, voor het allerlaatst op de fiets. Aan de pasfoto op het felbegeerde document is goed te zien dat de fotograaf heeft moeten smeken: ‘Recht in de camera kijken met een neutrale uitdrukking en gesloten mond. Dus. Niet. Lachen. Toe nou...nee, níét lachen dus...’ Zelfs op dat piepkleine zwart-witafdrukje zie je de geestdrift in zijn ogen vonken. Eindelijk gemotoriseerd.

Er braken gouden tijden aan. Tot u spreekt een vrouw die opeens niet meer zelf boodschappen hoefde te doen: ik had maar te pruttelen ‘het kattenbakgrind is op...’ of wég was mijn zoon al, om het te gaan halen bij een liefst verre supermarkt. Had ik trek in een Bossche bol? Hop, daar zat ik al naast hem, onderweg naar het zuiden des lands, doordrenkt van moederliefde te kijken naar zijn grote handen aan het stuur, o zo veilig op 10 voor 2.

Had hij zin om mij naar het strand te rijden? Nou, en of! Zullen we na het eten even koffie gaan drinken in Palermo of een ijsje halen in Praag? Zeker, stap maar in. Er gaat tenslotte niets boven een zonsondergang op de A2.

Het werd vakantie. Mijn zoon reed het hele gezin naar Zuid-Frankrijk – met achterlating van een huis vol kattenbakgrind – en terug. Als een zonnetje. Daar kan zijn vader nog een puntje aan zuigen, want die neemt zijn bochten vaak wat onbesuisd en wil nog weleens ergens tegenaan botsen als er iets bijzonders opzij in beeld verschijnt: een historisch trammetje of een lekker wijf. Nee, dan zijn zoon. Geen krasje, geen onverhoedse beweging, louter zalig zoeven.

Et in Arcadia ego! Maar niet voor niets gaat die spreuk meestal vergezeld van een waarschuwend grijnzende doodskop. De zomer ging voorbij. De herfst dampte al naar binnen door de balkondeuren, die voor het laatst openstonden in de zinkende avondzon. ‘Zullen we een ijsje gaan halen?’, zei ik, en wou al naar de auto lopen. ‘Neu’, zei mijn zoon. ‘Geen zin. Ga zelf maar, op de fiets.’

De volgende dag kocht hij een vijfdehands scooter.

De schoft. Hij wéét dat ik niet achterop durf. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden