COLUMNMerel van Vroonhoven

Voor mij was de onlinewereld van videogames een onherbergzaam spooklandschap vol slechte invloeden

Merel van Vroonhoven artikel Column Beeld
Merel van Vroonhoven artikel Column

‘Mijn hoofd zit zo vol vandaag’, kreunt Yoram als ik een rondje door de klas loop. Hij kijkt me schichtig aan, heel eventjes, om daarna weer voor zich uit te staren. Zijn rechterbeen beweegt snel op en neer. Zenuwachtig pulkt hij aan het touwtje van zijn hoodie. De ene keer is het Dennis die met zijn mond smakt, dan weer Rick die met zijn pen tikt. Eén klein geluidje in de klas kan er al voor zorgen dat de storm losbreekt in Yorams blonde koppie. Daarom zit hij alleen, vlak voor het bord, met zijn rug naar de rest.

‘Maak anders een mooie tekening van iets waarvan je rustig wordt’, moedig ik hem aan.

‘Oké juf’, zucht-ie. Uit zijn laadje vist hij, vanonder een verfomfaaid schrift en enkele papierproppen, een minuscuul gummetje en wat afgekloven kleurpotloden. Hij zucht nog een keertje diep en begint dan driftig te tekenen. ’Good morning gamers! Oh yeah, evil cats, today is a very special day. We are fighting the Ender dragon’, prevelt het jongetje in staccato Engels, terwijl zijn potlood over het papier krast.

Het zijn teksten van PewDiePie, een wereldberoemde Zweedse YouTuber, die al tien jaar lang als een soort sportverslaggever dagelijks videogames becommentarieert. De gaming streamer kwam afgelopen jaren meermaals in opspraak vanwege zijn omstreden ‘grappen’. Toch is hij nog altijd razend populair onder zijn 109 miljoen volgers, onder wie ook veel jonge kinderen zoals Yoram.

Ooit hoopt Yoram net zo beroemd te worden als PewDiePie. Urenlang bekijkt hij thuis filmpjes van de YouTuber die het videospel Minecraft speelt, om het daarna zelf op de computer na te spelen.

Ik herken het van mijn eigen kinderen. De onlinewereld van videogames is hun lust en hun leven. Voor mij als ouder, geboren in het pre-internettijdperk, is het eerder een onherbergzaam spooklandschap waar slechte invloeden, gameverslaving en cyberpesten op de loer liggen. Zeker toen de kinderen klein waren, maakte het me vaak onzeker. Is dat geschiet en geschreeuw wel goed voor kinderen? Moet ik het verbieden of toestaan? Wat is een verantwoorde schermtijd? En welke spelletjes zijn geschikt voor hun leeftijd?

‘Ga buiten spelen!’, riep ik vaak. ‘Dat is veel beter dan alsmaar achter een computerscherm hangen’. Het leidde regelmatig tot gemor en strijd. Tot mijn jongste zoon op een dag boos riep: ‘Gamen is helemaal niet slecht, mam! Alleen weet jij er niets van en daarom vind jij het eng’.

‘Hij heeft gelijk’, dacht ik. Dus vroeg ik hem: ‘Wat dacht je van een cursus Gamen voor Ouders?’ Het bleek een schot in de roos. Samen met zijn broer maakte hij een uitgebreid programma met meerdere lessen, vraag- en antwoordsessies en zelfs huiswerk. Tot slot volgde een praktijkexamen: een heuse gamemiddag. Met de hakken over de sloot haalde ik mijn gamediploma. Sindsdien kijk ik positiever naar de onlinewereld van mijn kinderen. Ik zie naast de donkere kanten ook wat het hen brengt. Van leren samenwerken tot strategisch en kritisch nadenken. Bijkomend voordeel: de Minecraft-onderwijsversie voor leraren kent voor mij geen geheimen meer.

‘Kijk dit ben ik’, zegt Yoram als ik na een kwartiertje polshoogte kom nemen. Hij wijst naar zijn tekening: een blij poppetje met harkhandjes en op zijn hoofd een rood-zwarte koptelefoon. Yoram glimt van trots: ‘Mooi hè, in de kleuren van PewDiePie’.

‘Prachtig!’, zeg ik. ‘En nu lekker buiten spelen’.

‘Doe jij ook mee, Juf?’ vraagt hij voor hij wegloopt. ‘We spelen Minecraft-tikkertje.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden