Columnpeter middendorp

‘Voor mij hoeft het allemaal niet meer zo’, zei de man. ‘Maar ik dacht: als u nou zin heeft om een glaasje wijn te komen drinken, dan…’

null Beeld

Er stond een oude heer op het balkon van zijn huis, met uitzicht op het plein. ‘Mevrouw!’ riep hij naar beneden, ‘mevrouw!’ En, toen de aangesprokene, een knappe dame van een jaar of 70, opkeek: ‘Hebt u zin om een glaasje wijn met mij te komen drinken?’

De vrouw keek verbaasd omhoog. Zo vaak gebeurde het niet dat je door een onbekende heer vanaf een balkon werd uitgenodigd voor een glas. ‘Waarom vraagt u dat?’, vroeg ze, voorzichtig lachend. ‘Hebt u soms iets te vieren?’

‘Nee, nee’, zei de man. ‘Dat niet, hoor, maar ik ben al 90, en voor mij hoeft het allemaal niet meer zo. Maar ik dacht: als u nou zin heeft om een glaasje wijn met mij te komen drinken, dan…’ Hier stopte hij met praten, maar in gedachten maakte de vrouw zijn zin af, en ik ook, van een afstandje: ‘… dan stel ik het einde nog heel even uit.’

Eigenlijk is dat het mooiste, dacht ik. Zo lang leven tot het leven voorbij is. Je eigen leven overleven, terwijl alles, lichaam en geest, het nog doet, en vervolgens zelf over het einde kunnen beschikken, zonder de betuttelende tussenkomst van derden. Vlak van tevoren nog even naborrelen. Zeggen: dat was het dan. Het was niet altijd mooi, het was niet altijd lelijk, het was wat het was, en nu is het voorbij – proost!

‘Ach’, zei de dame, het hoofd in de nek, een hand op de borst. ‘Echt? Weet u het wel zeker? Heeft u dan helemaal niets meer om voor te… Heeft u dan geen kinderen, bijvoorbeeld, die het wel heel erg jammer zullen vinden als u er straks niet meer bent?’

‘Jawel’, zei de man. ‘Jawel. Maar ach, u kent het waarschijnlijk wel. Mijn kinderen zijn druk, die hebben allemaal zo hun eigen leven.’

‘Maar u hebt toch zo’n prachtig huis!’, probeerde de vrouw nog. Ze had gelijk. De man bewoonde enkele verdiepingen van een mooi, oud herenhuis, met hoge plafonds en gebrandschilderde ramen.

‘O’, zei de man, ‘maar u mag hier straks wel komen wonen, hoor!’

De vrouw dacht even na. De verleiding was sterk. Dit was geen verkapte schreeuw om aandacht, maar een zachte, innemende fluistering om vrouwelijk gezelschap. Maar nee. ‘Sorry’, zei ze. ‘Mijn dochter promoveert, ik moet naar het feestje, en ik ben al een beetje laat. Maar misschien’, zei ze, en ze slikte de rest in. Normaal zou ze zeggen: een ander keertje, misschien? Maar er kwam geen ander keertje meer.

De heer knikte haar vriendelijk toe, bijna tevreden. Het was ook wel een long shot geweest, zomaar een onbekende vrouw uitnodigen, maar dat ze serieus had overwogen erop in te gaan, was natuurlijk al heel wat. Dat moest hem, leek mij, genoeg moed geven voor de rest van de dag. En misschien zelfs wel tot morgenvroeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden