VerslaggeverscolumnMichael Persson in New York

Voor Matthew Palacios uit de Bronx was worstelen zijn redding. Fietsen werd zijn dood

Monument voor Matthew Palacios, die werd doodgereden door een vuilniswagen.

Het monumentje voor Matthew Palacios is opgehoopt rond een lantaarnpaal, op een schiereiland van de stoep dat uitsteekt in het woelige verkeer. Opgebrande kaarsjes, verregende bloemen, foto’s van een man met een zonnebril en lange rastavlechten, in een strak wit pak en in een glimmende zwembroek. ‘RIP my brother’, staat erop, en ‘King of NY’. Er staat een flesje Guinness en er ligt een boek met krullende bladzijden – Paris was a Woman, over de vrouwen van de vooroorlogse Rive Gauche – en opzij staat een ingelijste poster met een tweewieler.

‘Life is a beautiful ride’, staat erop.

Een witgeverfde fiets geeft aan dat die mooie rit hier is geëindigd, op het kruispunt van 1st avenue en de 125ste straat in New York. Mat­thew Palacios, a.k.a Matt Travis, een jongen die zich aan de arme Bronx probeerde te ontworstelen, sneuvelde hier, onderaan de brug naar het rijke Manhattan, waar hij werd doodgereden door een vuilnis­wagen die een verboden bocht maakte.

Hij is niet de enige dit jaar. Tot dusver werden in de stad 29 fietsers gedood, het hoogste aantal in zeker twintig jaar. Meer dan de helft door afslaand verkeer. Twee door openslaande deuren. Eentje stond te wachten voor een stoplicht. Een stuk of vijf door auto’s, bussen of vrachtwagens die hen passeerden – en waar de fietser ‘ineens tegenaan viel’, zoals het vaak in de rapporten van de politie staat.

New York is een stad van veel culturen en twee daarvan zijn een autocultuur en een fietscultuur. Ze groeien allebei en de ruimte is beperkt.

‘Het is ongelooflijk, maar het autobezit in de stad stijgt nog steeds’, zegt Gersh Kuntzman, een man uit Brooklyn die na jaren journalistiek in New York de leiding heeft over Streetsblog, letterlijke verslaggeving van de straat, dat het opneemt voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer. ‘We hebben hier, in tegenstelling tot veel Europese steden, geen auto-­eliminatiestrategie. Onze autocultuur is de Amerikaanse erfzonde. Het ongebreideld laten voortbestaan daarvan is de misdaad die voortduurt.’

Wie tegen Kuntzman begint over het toenemende aantal accidenten, wordt gecorrigeerd.

‘Wij gebruiken het woord crash’, zegt hij. Accident is voor hem te accidenteel. ‘Een ongeluk suggereert dat het uit het niets kwam. Maar er is altijd een oorzaak en een gevolg. Het zijn de autorijders die de crash veroorzaken. En de fietsers die dan doodgaan.’

Gersh Kuntzman: ‘Onze autocultuur is de Amerikaanse erfzonde. Het ongebreideld laten voortbestaan daarvan is de misdaad die voortduurt.’

Matthew Palacios (25) ging dood terwijl hij ’s nachts aan zijn conditie werkte. Hij was een jonge man van 25 die bij zijn moeder woonde maar aan het begin stond van een loopbaan als worstelaar; zo’n Amerikaanse worstelaar, die beukt en springt en vliegt en valt, in een mengeling van strijd en show, binnen en net buiten de ring.

‘Worstelen is mijn reddingsboei’, zei hij in januari tegen onlinemagazine Vice. ‘Elke avond als ik thuiskom en hoor dat iemand neergeschoten is...dan denk ik: wat als ik de volgende ben? Met worstelen voel ik dat ik eindelijk een kans heb.’

Hij wilde verhuizen uit het zuiden van de Bronx, de armste buurt van de stad, een van de armste van het land, samen met zijn moeder, en werkte daarom in de garage van zijn oom en danste in de metro’s en trainde dus in het House of Glory, een worstelclub in Queens, verstopt achter een rolluik tussen een Chinese wasserette en een Spaanstalige kerk, in zo’n buurt waar dromen hard werken is. Van de Bronx naar Queens – dat zijn geen routes waarvoor het openbaar vervoer hier bedoeld is. De metro’s van New York zijn gemaakt om mensen naar Manhattan te brengen, niet om de ene arme wijk met de andere te verbinden. Dus fietste Matt, de enige manier om verder te komen als je een begin- en eindpunt hebt dat niet standaard is.

De burgemeester kondigde dit najaar, na weer een dode, aan dat er meer fietsstroken zullen komen. Er is vaak verzet tegen – bikelash, heet dat – omdat ze parkeerplaatsen zouden kosten en ook gentrificatie zouden brengen. ‘Onzin’, zegt Kuntzman. Voor hem zijn fietsstroken emanciperend. ‘Het zijn juist arme mensen die geen auto hebben en geen metrostation in de buurt die alleen met een fiets de wijk uit kunnen.’

Maar als de infrastructuur verandert, dan blijft de mentaliteit nog lang bestaan. Op de fietsstroken staan auto’s geparkeerd, of vrachtwagens die pakketjes uitladen, of politiemannen die donuts eten. Het ontwijken daarvan is een nieuw gevaar geworden.

Meer dan de helft van de overleden fietsers in 2019 kwam om door afslaand verkeer.

Ja, als je de fietsdoden deelt door het aantal fietsritten gaat het overlijdensrisico wel degelijk omlaag – het is een statistiek waar de gemeente graag op wijst. Maar zolang de auto’s nog vrij baan hebben, zegt Kuntzman, zullen er altijd te veel slachtoffers blijven vallen. ‘Er worden veel te weinig bonnen uitgedeeld. Er wordt nauwelijks gestraft. Ook de politie is onderdeel van de autocultuur.’

De man die Matt Palacios doodreed, stopte daarna niet en werd pas weken later opgepakt. Hij had een manoeuvre gemaakt die verboden was – Palacios, die met groen licht een kruispunt wilde oversteken, was kansloos. De chauffeur wordt beschuldigd van roekeloos rijden. Maximaal 30 dagen cel. Dat is alles. En dat is al heel wat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden