Column Max Pam

Voor je het weet bestaat een deel van de bevolking uit bange halvegaren die hun huis vol hamsteren

Twee jaar geleden – op 12 april 2017 om precies te zijn – schreef ik hier een stukje onder de brute kop: ‘Opgehoepeld met die Engelsen.’ Het was een opsomming van alle slechte eigenschappen van de Engelsen, waarin ik duidelijk schatplichtig was aan het essay van Willem Frederik Hermans: Monoloog van een Anglofoob.

In mijn stukje werd onder meer verwezen naar de uitspraak van John Cleese: ‘Als Engelsen bij je komen eten, krijg je een stapel lijken op visite. Dood volk.’ En naar een uitspraak van de filosoof Bertrand Russell die zei dat je ‘over geen enkel volk mag generaliseren, behalve over de Engelsen’. Verder probeerde ik te verklaren waarom het Verenigd Koninkrijk, veel meer dan andere landen, er zoveel moeite heeft om financieel aan Europa bij te dragen: ‘Een Brexit zou Europa economisch pijn doen, maar ik geloof daar niets van, omdat de (koloniale) Britten nooit anders zijn geweest dan rovers.’ In geen enkel land ter wereld staan de musea zo vol met voorwerpen die van elders gestolen zijn. Daarom was mijn advies destijds om de Engelsen per omgaande uit de EU te kieperen.

Twee jaar lang hebben de Engelsen er alles aan gedaan om te beantwoorden aan hun eigen karikaturen en clichés. Dat Mad Dogs and Englishmen onlosmakelijk bij elkaar horen is geen ironie meer, maar werkelijkheid. Intussen zijn de rollen omgedraaid. Macron is het volkomen zat, de historicus Eelco Runia noemde in deze krant ‘Groot -Brittannië een verwend kreng dat voortdurend meer vraagt’ en zelfs mijn gewaardeerde collega Bert Wagendorp vindt dat het nu tijd is om de Britten eruit te smijten.

Je kunt de hele gang van zaken betreuren, maar er zit ook iets moois aan het vertrek van de Britten. De economie zal door de Brexit even haperen, maar de kooplui van Europa zullen snel allerlei wegen vinden de handel weer op gang te brengen. Intussen weten wij meer dan ooit dat democratie niet alleen een middel is om ergens vóór te stemmen, maar ook ergens tegen. Dat is een vast bestanddeel van de democratie geworden – eigenlijk is het dat altijd geweest – en een ware democraat zal dat respecteren. Daarom zouden wij niet bij een verkiezingsuitslag die ons tegenvalt onmiddellijk moeten roepen dat de fascisten eraan komen. Of dat nu door Arnon Grunberg wordt gedaan of door Asha ten Broeke, in wezen is dat een vorm van koketterie en kwezelarij. Als ik werkelijk zou denken dat de fascisten in ons land aan een opmars zijn begonnen, dan zou ik mij niet beperken tot het vreedzame verzet om die luitjes de verkeerde kant uit te sturen.

‘Wo ist der Bahnhof? Do ist der Bahnhof!’

In dat geval stel ik onmiddellijk mijn tuin ter beschikking om er wapens in te begraven voor later gebruik. Maar wees er wel discreet over, want Der Feind hört mit!

Ik houd erg van meningsverschillen, van polemiseren en voor mijn part van ruziemaken, maar het nodeloos bang maken van mensen is iets wat mij enorm tegenstaat. Vaak hoor je: ‘Democratie is niet een staatsvorm voor bange mensen.’ Misschien is het nog eens goed eraan te herinneren wie dat heeft gezegd. Dat was minister Carel Polak, ‘een bezadigd liberaal uit een vermaard juristengeslacht’. In 1968 moest hij vragen beantwoorden van Kamerlid H. Kronenburg van de Boerenpartij. 

Die laatste had geprotesteerd tegen de komst naar Nederland van drie buitenlandse studentenleiders, onder wie Cohn-Bendit – door de heer Kronenburg consequent uitgesproken als Cohen-Bandiet. In dit verborgen mijnenveld van links oproer, anarchisme, antisemitisme en koekoekisme deed Polak zijn uitspraak. Hij zag geen reden de drie de toegang tot Nederland te weigeren. Hoe het tegenwoordig met Cohn-Bendit (73) gaat weet ik niet, maar later distantieerde hij zich van zijn anarchistische verleden en werd hij via de Groenen een voorvechter van de Europese idealen. Zo zie je maar.

Graag wil ik gewaarschuwd worden voor politiek onheil, maar niet iedereen is een Huizinga of een Cleveringa en voor je het weet bestaat een deel van de bevolking uit bange halvegaren die hun huis vol hamsteren met ingevroren boerenkool en die hun zieke dochter liever laten genezen door het kruidenvrouwtje uit Zalk. Zelf dacht ik dat wij die periode al lang waren gepasseerd, maar sommige waandenkbeelden blijken hardnekkig. Zo’n fenomeen beschouw ik meer als een teken van De Reactie dan de hele opkomst van Forum voor Democratie.

Waar die partij precies voor staat, weet nog niemand. Ik zie een rare mengeling van conservatief, revolutionair, reactionair, romantiek en verlichting. Vermoedelijk weet Thierry Baudet zelf ook nog niet wat hij denkt. Maar dat is helemaal niet erg, want in 1968 had Cohn-Bendit ook geen idee hoe hij zou eindigen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.