ColumnErdal Balci

Voor ieder jaar van de grote pandemie liet ik een traan. Vijftien zoute druppels van geluk

Ik keek nooit meer in de spiegel. Maar aan de weerspiegeling van de treinramen was niet te ontsnappen. En zo zag ik onderweg naar Amsterdam hoe op mijn hoofd het stadium naar de echte kaalheid zich had voltrokken. Het was kwart over vijf in de avond, voorheen aangeduid als het spitsuur. Ik slaakte een diepe zucht in de zo goed als lege trein. Ik miste de drukke treinen van vroeger. Ik miste de geur van de mensen.

We reden al een poosje toen ik het geluid hoorde van voetstappen die alleen een aantrekkelijke vrouw met veel zelfvertrouwen op hoge hakken kan produceren. Automatisch rechtte ik mijn rug en hoorde haar in een van de stoelen achter mij plaatsnemen. Het zou ongepast zijn om mij om te draaien naar haar, ik had ook geen zin om te spelen dat ik naar de wc moest en bestudeerde de andere vier medepassagiers in de coupé.

Iedereen was oud in de trein. Niet vanwege de jaren die voorbij waren gegaan, maar omdat sinds covid-19 ieder nieuw jaar als het bankbiljet was dat de vrek onder zijn kussen bewaart. Het papiertje onder het kussen, na vijftien jaar nog steeds hetzelfde papier, maar de mens het wrak zelve.

We passeerden het station van Maarssen. Mijn mondkapje blies ik bol met de lucht van een nieuwe welgemeende diepe zucht. Ik hunkerde naar de tijd dat mensen elkaar konden troosten door elkaar aan te raken en draaide mij toch maar om naar de stoel waar de vrouw met de hoge hakken zat.

Ze leunde half tegen het raam. De groene velden buiten staken af tegen haar roze mondkapje. Een klein decolleté in haar blouse gaf een glimp van haar borsten. Een dikke laag foundation op haar gezicht, niet voor de rimpels maar om het duurzame coronaverdriet aan de ogen te onttrekken.

Na een korte aarzeling stond ik op en ging tegenover haar zitten. Ik zag dat ze een kleurrijke panty met barokversieringen droeg. Een zachte ‘hoi’ klonk vanachter haar mondkapje. Op het eerste gezicht had ze zich te frivool gekleed voor haar leeftijd. Maar het virus had zich in onze wereld genesteld, hij ging niet meer weg en aangezien het leven al grijs is, waarom zou ook de kleding dat moeten zijn...

Ik verzamelde moed en zei: ‘Ik kijk tegenwoordig alleen nog maar naar oude films met scènes van drukke bars, drukke stadions, drukke bussen, drukke veerponten. Ik hou ervan om te zien hoe ze op een kluitje staan en hun bestaan vieren. Mooie films, prachtige films.’

Zij zei: ‘Mijn kleinkinderen mogen niet meer knuffelen met mij. Ik ben er inmiddels te oud voor. Het is te gevaarlijk. Het lijkt een eeuwigheid geleden dat ik dierbaren kon aanraken. In mijn dromen omhels ik ze wel, zo stevig dat ik met pijn in de armen wakker word.’

Buiten begon het te regenen. Na een korte stilte ging ik verder: ‘We zitten in de hel van Dante. Vergilius vergezelde hem in die hel en hij zag zondaars op elkaar gestapeld. Door de martelingen waren de gezichten niet meer te herkennen. Die van ons zijn ook niet te herkennen. Door deze ellendige tijd en door de verdomde mondkapjes.’

Ik weet niet of ze het werk van Dante kende, maar haar woorden waren als die van Vergilius: ‘De hel is de plaats waar we ons niet overgeven aan de liefde en de vrijheid.’ We keken toen naar de dieren in de wei. We zagen twee knuffelende paarden.

Ik stortte mijn hart uit bij haar: ‘In de begintijd was ik nog optimistisch en dacht dat we van de corona gingen leren om nog zelfstandiger te zijn. Nu zou ik mijn leven offeren voor een uurtje geroezemoes in een te volle bar.’

Ik had door dat ze glimlachte omdat haar ogen zich tot twee streepjes trokken. ‘Ik heb het zo gemist om te knuffelen’, jammerde zij. Ik vroeg haar hoopvol of ze niet bang was. Ze schudde dapper met haar hoofd. Ik ging naast haar zitten en legde mijn hoofd op haar boezem. Terwijl ze over mijn kale hoofd streelde, rook ik naar de heerlijke geur van vroeger. Er werd omgeroepen dat we op station Amstel waren aangekomen. Voor ieder jaar van de grote pandemie liet ik een traan. In de lege trein vijftien zoute druppels van geluk op haar blauwe blouse.

Erdal Balci is journalist en schrijver.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden