Opinie Medicijnenmarkt

Voor auto’s en medicijnen geldt hetzelfde: de markt bepaalt de prijs. En daar moet de EU wat aan doen

Oplossingen voor redelijk geprijsde medicijnen voor zeldzame aandoeningen liggen op Europees niveau, betogen onderzoeker gezondheidsrecht Hannah van Kolfschooten en universitair hoofddocent Europees Gezondheidsrecht Anniek de Ruijter.

Beeld Nadja Kieft / de Volkskrant

Het is absurd om te doen of de waarde van een bepaald medicijn voor een patiënt met een levensbedreigende of levenslange aandoening van een gelijke aard is als de waarde van een auto voor een consument. Toch geldt voor auto’s en medicijnen hetzelfde: de markt bepaalt de prijs.

Dit voorjaar maakte het Amsterdam UMC bekend in eigen apotheek een betaalbaar medicijn te gaan bereiden voor patiënten met cerebrotendineuze xanthomatose (CTX), een ernstige en zeldzame stofwisselingsziekte. Terecht. Het medicijn was onbetaalbaar geworden doordat de fabrikant de prijs in één keer had vervijfvoudigd.

Deze week besloot de Inspectie het medicijn terug te halen vanwege twijfel over de veiligheid van een van de gebruikte grondstoffen. Verzekeraars vergoeden tijdelijk alsnog het peperdure medicijn. Voor patiënten is het afwachten of het in de toekomst nog beschikbaar is. Dit roept de vraag op of de manier waarop medicijnprijzen worden bepaald nog wel goed geregeld is in Nederland en de EU.

Monopoliepositie

Er zijn steeds meer zeldzame ziekten in de wereld. Een van de redenen hiervoor is dat we aandoeningen die we vroeger op één hoop gooiden – zoals verschillende vormen van kanker – meer op genetisch niveau kunnen categoriseren. Daardoor is de totale ‘markt’ van patiënten met een zeldzame aandoening niet gering. Naar schatting bestaan er ongeveer 5 tot 8 duizend zeldzame ziekten die 27 tot 36 miljoen mensen in de EU raken.

Als een medicijn voor weinig patiënten geschikt is, loont het voor een bedrijf niet om hierin te investeren. Daarom is er een EU-regel die financiële prikkels verbindt aan het verkrijgen van (exclusieve) markttoegang van een ‘weesgeneesmiddel’ voor zeldzame aandoeningen. Weesgeneesmiddelen krijgen ook een langer(e) exclusieve markttoegang van 10 tot 12 jaar. Dit geeft de fabrikanten een monopoliepositie. Zij kunnen in de beschermde periode de maximale prijs vragen die een patiënt – of de overheid – bereid is te betalen en behalen hoge winsten.

‘Magistrale bereiding’ van medicijnen door apothekers, zoals het Amsterdam UMC deed, biedt een uitweg voor patiënten wier behandeling onbereikbaar is door torenhoge prijzen van geoctrooieerde medicijnen. Magistrale bereiding mag namelijk van het Europese Hof van Justitie, zonder (dure) handelsvergunning en zolang het alleen aan eigen patiënten verstrekt wordt met een ‘speciale behoefte’.

Prikkel weg

Het mag echter niet als er al een geneesmiddel met dezelfde werkzame stoffen, concentratie en vorm te koop is, zoals het medicijn voor CTX. Toch gedoogde de Inspectie al enige tijd het doorleveren door apothekers van eigen bereidingen aan andere apothekers. Ook de Nederlandse Zorgautoriteit gaf aan dat deze medicijnen in rekening mogen worden gebracht, zelfs als er al een geregistreerd geneesmiddel op de markt is.

Deze Nederlandse instanties doorbreken de monopoliepositie van weesmedicijnenfabrikanten, met het betaalbaar houden van de zorg als doel. Maar ze doorbreken ook de prikkel voor fabrikanten om weesgeneesmiddelen te produceren.

In een ideale wereld zouden farmaceutische bedrijven de prijs van een medicijn laten afhangen van de effectiviteit, materialen, technologie die nodig zijn voor productie, ontwikkelkosten en een redelijke winstmarge.

Europese oplossingen

De oplossingen om het recht op redelijke prijs en toegang tot medicatie met regelgeving te waarborgen liggen op Europees niveau. Zo zouden lidstaten op EU-niveau kunnen onderhandelen over de prijs van weesmedicijnen. Er worden nu al ziekenhuizen voor bepaalde zeldzame aandoeningen aangewezen zodat alle EU-patiënten met deze aandoening op dezelfde plek terecht kunnen.

Een andere (deel)oplossing is als de EU het niet langer mogelijk maakt om een bestaand medicijn op de markt te brengen als een nieuw medicijn, wanneer het óók effectief blijkt voor een zeldzame aandoening. In dat geval is er slechts sprake van een marktuitbreiding en zijn de voordelen voor weesmedicijnen niet nodig.

Als laatste kan de EU bepalen dat als een farmaceut een weesmedicijn buitenproportioneel beprijst, magistrale bereiding is toegestaan voor meerdere patiënten. Hierbij kan de EU kwaliteitsregels vaststellen, zoals het Europees Medicijnagentschap nu voor alle medicijnen doet.

Dan kan de onduidelijkheid waarmee het Amsterdam UMC nu te maken heeft worden beperkt. Het feit dat het haar magistrale bereiding moest terugroepen vanwege ‘onzuiverheden’ in de grondstof creëert een angstige situatie voor patiënten, waar de zorg niet mee is gediend.

Hannah van Kolfschooten is onderzoeker gezondheidsrecht en student informatierecht (UvA). Anniek de Ruijter is universitair hoofddocent Europees Gezondheidsrecht (UvA).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.