COLUMNSander Schimmelpenninck

Voltijds werkende mannen houden niet de sekseongelijkheid, maar de verzorgingsstaat in stand

Beeld de Volkskrant

Socioloog Mark van Ostaijen schreef vorige week in deze krant dat werkende mannen in Nederland de ongelijke positie van vrouwen op de arbeidsmarkt in stand houden. Mannen zouden vrouwen in een deeltijdbaan ‘duwen’, door zelf per se voltijds te willen werken, als gevolg van een ‘masculiene’ norm. De zondebok werd met gejuich in ontvangst genomen door de Hollandse fopfeminist, die het stuk massaal deelde.

Het probleem van dergelijk populisme is alleen dat er werkelijk geen enkel bewijs voor is. Het unieke aan Nederland is namelijk dat tweederde van de vrouwen meteen na haar opleiding voor parttime werk kiest, vóórdat ze een man of kinderen heeft. Wanneer die kinderen vervolgens het huis weer uit zijn, gaat de Nederlandse vrouw evenmin méér werken. In de ons omringende landen, waar vrouwen wél voltijds werken, werken mannen nóg vaker voltijds en maken meer uren bovendien.

In een volgende schijnprogressieve omdraaiing betoogt Van Ostaijen dat vrouwen niet méér zouden moeten werken, maar mannen minder zouden moeten werken. Een even naïeve als decadente gedachte: Nederlanders werken nu al het minste aantal uren van Europa. Nóg minder werken is geen optie; de kosten van het levensonderhoud stijgen en we worstelen met de vergrijzing en de betaalbaarheid van onze verzorgingsstaat. Het mindfulnessmoralisme rondom parttimewerk komt voort uit privilege; altruïsme houdt immers niet op bij de voordeur. Niet minder werken, maar méér werken is sociaal, met belastingafdracht helpen we mensen die écht niet kunnen werken.

En dan die masculiene norm, die hier blijkbaar sterker zou zijn dan in de rest van Europa. Is een voorkeur voor het kostwinnersmodel iets typisch Nederlands? Zijn Nederlandse mannen van nature workaholics, terwijl Zweedse mannen juist liever de was doen? Staat de Nederlandse man werkelijk dichter bij de neanderthaler dan mannen in Oost-Europa, waar vrouwen wel voltijds werken en president worden? Nee, natuurlijk niet.

De verklaring voor de Nederlandse achterstand is niet cultureel of biologisch, maar economisch. Alleen in Nederland komen gezinnen al een jaar of honderd jaar rond van het salaris van de man, of hij nou stratenmaker of directeur is. Bovendien hoefde de Nederlandse man nooit een slagveld op om te sterven voor het vaderland. Onze welvaart heeft simpelweg de houdbaarheidsdatum van de conservatieve rolverdeling verlengd.

Het past in het tijdsbeeld om cultuur te overschatten, maar hoe vervelend voor sociologen ook: cultuur volgt meestal economisch beleid, niet andersom. Het veelgeprezen Zweedse model, met royale kinderopvang en -verlof, was en is economisch geïnspireerd. Net als in Oost-Europa ging emancipatie hand in hand met socialisme en individualisme. Waar de progressieve golf van de jaren zestig in Nederland draaide om persoonlijke vrijheden, draaide die in andere landen om economische zelfstandigheid en het bijdragen aan de gemeenschap.

Die leuke Zweedse vaderschapscultus met knappe mannen met draagzakbaby’s of die geweldige Franse kinderopvang met warm eten zijn dus niet het gevolg van een ‘feminiene’ norm, maar simpelweg van ander economisch beleid, dat bovendien samenhangt met hogere kosten van het levensonderhoud. Vrouwen worden verondersteld bij te dragen aan de economie en dan is betaalbare kinderopvang een goede investering.

Net zoals het onzin is om de schuld voor de Nederlandse achterstand volledig bij vrouwen te leggen, is het evenmin constructief om naar mannen te wijzen. Door voltijds te werken, houden Nederlandse mannen niet de ongelijkheid, maar onze verzorgingsstaat in stand. De Nederlandse cultuur, voor zover relevant in dit debat, is het resultaat van een samenspel tussen mannen en vrouwen, waarmee zwartepieten tussen de geslachten per definitie onzinnig is. Oeverloos emmeren over een culturele schuldvraag verbloemt slecht die ene grote onvermijdelijkheid: dat vrouwen meer gaan werken.

Toch ben ik het van met Van Ostaijen eens over wat er moet veranderen: opvang en verlof naar Zweedse model. Zodat de moderne Nederlandse man wat minder kan werken om zijn verantwoordelijkheden voor het gezin te nemen. Maar dat kan alleen als de Nederlandse vrouw gelijktijdig haar economische en maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Voor wat, hoort wat.

Sander Schimmelpenninck is journalist en ondernemer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden