Column Martin Sommer

Volgens Rutte gingen de verkiezingen niet over personen; volgens de kiezer wel

De Europese kiezer is ontevreden en zwevend, is allang niet meer een man of vrouw uit één stuk, die levenslang trouw blijft aan de partij.

De verkiezingen zijn achter de rug en nu begint pas de echte strijd om het leiderschap van ­Europa. Terwijl wij politieke piskijkers ons nog het hoofd breken over de betekenis van de uitslag, vertelt premier Rutte dat de Europese verkiezingen niet gingen over de persoon van de Commissievoorzitter. Waarover dan wel? In halfwas democratie Nederland zijn wij niet anders gewend. Het was de ­terugkerende klacht van voormalig onderkoning Tjeenk Willink dat het politieke gevecht hier te lande niet vóór maar na de verkiezingen wordt geleverd, bij de kabinetsformatie.

Wat betreft de betekenis: in de voorbeschouwingen werden deze Europes verkiezingen dramatisch geduid als de grote eindstrijd tussen Europeanen en nationalisten, of tussen het open en gesloten Europa. Dat is allemaal niet bewaarheid, de verschillen tussen de lidstaten liepen te ver uiteen. Europees president Tusk wees op de Brexit als verklaring waarom de anti-Europese stem binnen de perken is gebleven. Zeker voor Nederland zit daar veel in, aangezien de Nexit-liefhebbers bij elkaar zijn gehalveerd tot een schamele drie FvD-zetels.

Verder zie ik in de uitslag geen Groot Verhaal, geen einde van de tegenstelling tussen links en rechts, ook geen middelpuntzoekende kiezer. In Frankrijk was de uitslag bijna dezelfde als vijf jaar geleden, en is de patstelling tussen het Front National en de rest in stand gebleven; in Duitsland kreeg de grote coalitie CDU-SPD ongenadig klop, naar het voorbeeld van VVD en PvdA twee jaar geleden. In Italië won Lega van de boze Italianen, die vinden dat zij van Brussel qua dure euro en migratie de kastanjes uit het vuur moeten halen. De Britse Brexit­stem is al helemaal een geval apart.

Mark Rutte. Beeld ANP

Er is kortom geen Groot Verhaal, dat is het verhaal. Het is de uitslag van de roman Anna Karenina, waarvan de beroemde eerste zin luidt dat alle gelukkige gezinnen op elkaar lijken, het zijn de ongelukkige gezinnen die verschillen in hun ongeluk. De Europese kiezer is ontevreden en zwevend. Hij ­bepaalt per verkiezing wat uitkomt, is allang niet meer een man of vrouw uit één stuk, die levenslang trouw blijft aan de partij. Wat het zwaarst is, moet het zwaarst wegen. Dat kunnen zorgen over de economie zijn, over migratie, over de dreiging van de radicale ­islam, over klimaat, over liberale of juist conservatieve waarden.

Nederland is zowel atypisch als maatgevend. De overwinning van Frans Timmermans had niemand voorzien. Niet de PvdA. Ook niet de VVD. De campagneleider van de liberalen vertelde maandag tijdens het traditionele Machiavelli-post-verkiezingsdebat dat hij een discussie tussen Rutte en Timmermans zou hebben ­georganiseerd als hij dit had zien aankomen, en niet met Baudet. Een vijfde van de kiezers besloot pas in het stemhokje dat het Timmermans zou worden. Dat is het ultieme zweven. Je kunt er van alles bijhalen, maar Timmermans is ook roodwitblauw in Brussel en vooral was hij de enige bekende voorzitterskandidaat – ook al zegt Rutte dat het daar niet over ging.

Nu steken ze bij de PvdA de rode vlag uit en zien ze ineens hun terugkeer als grote partij. Dat is net zo min waarschijnlijk als de voorspelling dat na de overwinning van Forum voor Democratie van twee maanden geleden de fascistenlaarzen door de straten zouden stampen. In Nederland ben je tegenwoordig al met 15 procent van de stemmen koning der dwergpartijen. Het Timmermans-­effect was wonderlijk groot: een kwart van de GroenLinksstemmen ging naar Timmermans, ruim 20 procent van de SP’ers en zelfs vond 1 procent van de Baudet-aanhang Timmermans een beter bod. Volgens Maurice de Hond blijft er voor de PvdA zonder Timmermans ongeveer 11 procent over en dan zou de partij op de vijfde plaats komen. Lodewijk Asscher is nu blij maar Timmermans hangt als een wolk boven zijn hoofd.

Frans Timmermans. Beeld Manon van der Zwaal

Een maand voor de verkiezingen deed de denktank European Council on Foreign Relations ECFR een grote enquête onder liefst vijftigduizend mensen in de veertien grootste lidstaten van de Europese Unie. Ook daar kwam uit dat er niet één gedeeld Europees thema was. Politiek is vloeibaar geworden, vluchtig, kiezers kijken naar onderwerpen, naar leiderschap en persoonlijkheid. Je zou ook kunnen zeggen dat de Europese politiek volwassener is geworden, nu het kennelijk niet meer domweg over voor of tegen de Europese Unie gaat.

De kiezer voelt zich zowel nationaal burger als Europeaan. Weliswaar zijn de belangrijkste onderwerpen nationaal getint, economische ­onvrede, klimaatzorgen of weerzin tegen het nationalisme, ze hebben ­allemaal wel een Europese component. Voor zover er tussen landen eenheid in de verscheidenheid is, bestaat die uit het stemmen tegen de status quo, onvrede over de gang van zaken, en die kan per land verschillen.

De Europese Unie werd opgericht door mensen die angst hadden voor het verleden. Nu zijn de Europeanen bang voor de toekomst, aldus het rapport. De maatschappij is een risicomaatschappij geworden. De behoefte aan veiligheid en begrenzing is ­onmiskenbaar. Die grenzen kunnen verschillende vormen aannemen. Degelijke buitengrenzen, maar ook sociale en morele grenzen. Over grenzen haalt het ECFR-rapport de Franse filosoof Régis Debray aan, die betoogde dat een goed beschermde buitengrens ‘een vaccin is tegen de epidemie van de muren’. Dat is de les die de nieuwe commissievoorzitter, wie hij of zij ook is, in de oren moet knopen.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden