Volgens historicus Tineke Bennema kent onze historie ook inspirerende figuren

'Een volk dat zijn historie verloochent, is als een drenkeling in de oceaan'

Praat niet alleen over de slechte voorbeelden uit ons verleden, maar leer ook van de goede.

Tineke Bennema.

Ik begrijp de gemeente Urk wel die aankondigde straatnamen te gaan vernoemen naar verguisde helden als Michiel de Ruyter en Jan Pieterszoon Coen. En ik geloof niet dat dat gebeurt om te provoceren, maar om te laten zien dat de mens of een volk geen tabula rasa (onbeschreven blad, red.) is, maar juist mede bepaald wordt door zijn verleden. Een volk dat zijn historie verloochent, is als een drenkeling in de oceaan, die bakens noch kompas heeft.

De discussie over wie er patent heeft op de juiste kijk op Neerlands verleden, spitst zich nu toe op de vraag of de huidige samenleving kan oordelen over die waarden en handelingen in het verleden. Of we er dus een publieke moraal aan mogen verbinden. En dan met name over het leed dat wij anderen hebben aangedaan.

Allereerst is de vraag natuurlijk of je kunt of wilt leren van de geschiedenis. Je kunt stellen dat, of de mensen het nu leuk vinden of niet, dat toch al gebeurt, want als we niet zouden hebben geleerd dan liepen we nu op vier poten in plaats van twee benen. Zo werkt de evolutie nu eenmaal.

Daar kun je tegenin brengen dat dat natuurlijk een onbewuste ontwikkeling is als we gaan discussiëren over de betekenis van het verleden. Hoe dan ook, het valt niet te ontkennen dat de ontwikkeling van de mens, zoals van het individu, plaatsvindt met vallen en opstaan. Je leert niet alleen van je fouten, maar ook van zaken die het juiste effect sorteren. Van goede voorbeelden. En het bepaalt ons menszijn dat we daarover nadenken.

Rovers en boeven

Urk heeft een punt als het stelt dat de Nederlandse samenleving voortbouwt op een succesvolle zeevarende traditie. Het is veel te simplistisch om te stellen dat Coen en De Ruyter alleen rovers en boeven waren, ze hebben tenslotte ons land veel welvaart bezorgd waar ieder van ons van profiteert. Nuttiger is het de daden van Coen en De Ruyter te beschouwen. En dan kom je er niet onderuit dat er aan de sokkels van deze zogeheten nationale helden geknaagd wordt.

Waar Urk ook een punt heeft, is dat hedendaagse critici van ons verleden alleen met boeven op de proppen komen, die moeten aantonen hoe het niet moet. Gelukkig heeft onze geschiedenis ook inspirerende voorbeelden voortgebracht. Al valt op mensen als Multatuli of Willem van Oranje ook wel het een en ander aan te merken.

Gebeurtenissen

Opvallend is dat de discussie zich beperkt tot personen. Denk daarom ook eens aan gebeurtenissen die Nederlanders hebben beïnvloed. Zoals de onlangs gehouden Februaristaking-herdenking waar de vlijmscherpe oud-deelnemer Max van den Berg liet zien hoe het mechanisme van uitsluiting en uitbuiting toen, maar ook nu, een halt kan worden toegeroepen.

De stelling dat je kunt oordelen over ons verleden is een andere dan die van willen veroordelen. Leren houdt wel een oordeel in. Maar wil je niet oordelen, dan kun je je ook niet laten inspireren door figuren uit het verleden of die nou Coen, Multatuli, Wilhelmina, of zelfs Drees en Fortuyn heetten.

Als we niet meer willen nadenken, de goede en slechte kanten van ons verleden willen zien, dan kun je geschiedenisboekjes op de brandstapel gooien, het Anne Frank-museum sluiten, het Nationaal Monument op de Dam aan de Chinezen verkopen. Al die personen, al die gebeurtenissen zijn de bakens in die zee. De adviezen en adviseurs van onze samenleving. Het zou de loopgravenoorlogdiscussie over ons roemruchte en foute verleden kunnen helpen als we toegeven dat onze historie zowel voorbeelden heeft opgeleverd die ons kunnen inspireren, als inzichten en handelingen die niet aanzetten tot herhaling. En dat we hiervan goed kennis moeten nemen.

Het is niet zo gek om een visie te ontwikkelen die laat zien hoe het niet moet, maar ook hoe het wel moet. Want ook dat is niet duidelijk in Nederland.

Tineke Bennema is historicus.