ColumnAleid Truijens

Volgens de pestkoppen ligt het altijd aan het slachtoffer zelf

null Beeld

Laatst vond ik een verhaaltje dat Hella Haasse – ‘Helly’ werd ze genoemd – schreef toen ze acht jaar was. Ze woonde tijdelijk in een kinderpension in Baarn en niet bij haar ouders in Batavia, Nederlands-Indië, omdat haar moeder voor tuberculose werd behandeld in Davos. In dat pension, bestierd door twee ‘tantes’, was het vreselijk. Thuis klom ze in waringinbomen, hier moest ze merklappen borduren. Geen klappermelk drinken, maar lauwe melk met vellen, waarvan ze moest kokhalzen. De tantes vonden haar een verwaand nest, omdat ze moeilijke woorden gebruikte als ‘niettemin’ en ‘nochtans’. Dat kwam doordat ze zoveel las. Dan was ze tenminste even veilig.

Ook op school moesten de kinderen Helly niet. Ze sprak anders, droeg rare kleren, kende de liedjes niet, begreep hun grappen niet. Na school werd ze opgewacht door jongens, die haar gemeen lachend een dode kikker of muis onder de neus duwden. Huilen deed ze niet. Ze was al acht. Ze zou bewijzen dat ze geen doetje was.

Toen het had gesneeuwd ging ze met de pestkoppen bobsleeën in het bos. Achterop bij de grootste jongen roetsjte ze de helling af. Helly sidderde van angst, maar het ging lekker. Maar ze verloor haar evenwicht, de slee kantelde en ze vielen eraf. De jongen was woedend, ze had het verpest. Thuis, bij de tantes, moest Helly strafregels schrijven. De volgende dag wachtten drie jongens haar op met doornige stokken. ‘Wil je een aaitje met dit houtje?’ vroeg de oudste. Joelend sloegen ze haar in elkaar. Ze zat vol schrammen, alles deed pijn. Maar huilen deed ze niet. Ze had nog ‘Lafaards!’ geschreeuwd, terwijl ze weg strompelde. Thuis stuurden de tantes haar zonder eten naar bed omdat ze haar kleren had vernield.

Het is een klassiek pestverhaal. Het kind dat afwijkt, waarop de roedel hyena’s zich eensgezind stort. Later zou Haasse zeggen dat ze toen als schrijver werd geboren. Uit gepeste kinderen kunnen grote schrijvers groeien, of mensen die ergens anders uitzonderlijk in zijn. Later zullen ze bewonderaars krijgen, maar vrienden maken blijft moeilijk. Ze hebben iets onverzettelijks. Om hen hangt een wolk van eenzaamheid.

Denk ook aan Richard Simmillion, het alter ego van de kleine W.F. Hermans. Zijn schooltuintje wordt vertrapt door zijn klasgenoten. Hij had er bloemen willen telen voor zijn moeder, die hem dan misschien eindelijk lief zou vinden. Opvallend is dat ook Richard zich schuldig maakt aan ‘netjes’ praten en ‘dure woorden’ gebruiken. Ik moest aan Femke Halsema en Sigrid Kaag denken.

En nu Pieter Omtzigt. Ook een klassiek pestverhaal. Iemand die te slim, te analytisch, te kritisch, te principieel en te moedig is en daarom wordt gehaat. Geen teamplayer. Gebrekkig sociaal instinct. Iemand die niet snapt dat wie pist op de eigen roedel, moet hangen. Ach, hoe dolgraag had partijleider Hoekstra hem bij de partij gehouden, huichelde die. Ze hebben het nog geprobeerd, maar helaas, hij wilde niet. Wat zijn ze bij het CDA immens opgelucht dat die kwelgeest is verdwenen, helemaal ‘uit zichzelf’.

Zoals altijd ligt het volgens de daders aan het slachtoffer zelf. Die is psychisch in de war. Gek dat die overspannen Omtzigt toch boeken en memo’s produceert waarin iedere zin raak is. Niet het gedrag van partijleden maar Omtzigts memo is ‘beschadigend’, vindt Hoekstra. Daar gaat het alleen om, om beeldvorming. Over de inhoud van de verwijten geen woord.

Teamplayers hebben we genoeg in de wereld. Dat ‘aaitje’ met die doornige stok komt nog wel voor het CDA. Omtzigt is kwaadaardig gepest, maar zal terugslaan.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden