Column Koen Haegens

Volgend jaar vieren we geen Tax Freedom Day, maar ‘marktbevrijdingsdag’

Donderdag rinkelden in een restaurant in Oegstgeest de glazen ter gelegenheid van ‘Tax Freedom Day’. Dat is de dag waarop de gemiddelde burger klaar is met geld verdienen voor de belastingdienst en eindelijk zelf de vruchten van zijn inspanningen gaat plukken. In Nederland is dat pas begin juli. ‘Na 185 dagen hard werken’, aldus de feestelijke uitnodiging voor deze ‘fiscale nieuwjaarsdag’.

De flauwe kritiek ligt voor de hand. Wie heeft de universitaire opleiding gefinancierd die deze mensen in staat stelt te filosoferen over het libertarische paradijs? Waar komt het geld vandaan voor de salarissen van de politieagenten en rechters die, in de tussentijd, hun bezittingen beschermen tegen jaloers gepeupel?

Interessanter is de vraag wat zo’n Tax Freedom Day nou precies zegt. Ja, het maakt de belastingdruk in uiteenlopende landen zichtbaar. Volgens de Tax Foundation beginnen Amerikanen op 16 april voor zichzelf te werken. Dat is ruim tweeënhalve maand eerder dan in Nederland. De Belgen moeten daarentegen nog doorzwoegen tot laat in de zomer.

Zijn ze daarmee ook slechter af? Spenderen Belgen of Nederlanders meer aan hun scholen of veiligheid dan Amerikanen? Daar valt op basis van alleen deze fiscale datum geen zinnig woord over te zeggen. Het gaat namelijk om de optelsom van overheidsbelastingen én marktkosten. Linksom of rechtsom, we betalen voor onderwijs, gezondheidszorg en al die andere voorzieningen. Is de belastingdruk laag, dan zijn de uitgaven aan privébeveiliging of particuliere ziekenhuizen doorgaans hoger.

Het is hetzelfde misverstand als rond de koopkrachtcijfers. Nederland staat op de achterste benen als die onvoldoende stijgen. Slechts weinigen stellen de vraag welke publieke diensten daar tegenover staan. Als de koopkracht stagneert, maar het eigen risico in de zorg wordt afgeschaft, zal menig burger onder de streep goedkoper uit zijn.

Ik vermoed dat de reden voor die hardnekkige bias ligt in onze economische opvoeding. We zijn grootgebracht met het idee dat alles wat de overheid doet kunstmatig is, bureaucratisch en afgedwongen onder de impliciete dreiging met geweld. Prijzen die via de markt ontstaan, gelden daarentegen als natuurlijk, efficiënt en vrij. Dat denken is achterhaald. Amerikanen zien zich door het vaak beroerde onderwijs gedwongen privéscholen te bezoeken. Gemiddelde kosten: ruim 10 duizend euro per jaar, per kind. En wat heeft een marktpartij die een middel tegen depressie plots drie keer zo duur maakt, zoals deze week naar buiten kwam, van doen met vrijheid en efficiëntie?

Gelukkig keert het tij. Nu belastingontwijking wereldwijd niet langer wordt toegejuicht maar bestreden, oogt Tax Freedom Day als een relikwie. Ondertussen vindt een herwaardering van de publieke zaak plaats. De tijd is rijp voor een nieuw feest. Mocht u volgend jaar, richting het einde van januari, niet ver van Oegstgeest een champagnekurk horen knallen: dat ben ik. Volgens de achterkant van mijn bierviltje ben ik dan klaar met werken voor mijn private uitgaven aan zorg en onderwijs. Vadertje staat regelt de rest. Lange leve marktbevrijdingsdag.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden