ColumnSylvia Witteman

Vol walging had ik de krant dichtgeslagen om een foto van een glinsterende waterval groengeel snot

Vol walging had ik de krant dichtgeslagen, niet omdat die vol stond met aanmatigende stukken van getroebleerde geesten, spelfouten en/of van quasi-naïeve weldenkendheid druipende lezersbrieven, maar om een foto. Een close-up van een kinderneus waar een taaie, glinsterende waterval van groengeel snot uit tevoorschijn gutst. Dat snot wordt tot overmaat van walging opgelikt door een beslagen tong, van datzelfde kind, althans, dat moeten we dan maar hopen: ik durf die foto niet op te zoeken ter verificatie.

Na een rondje door het park begon mijn misselijkheid wat te zakken. Koffie zou er inmiddels wel weer in blijven, en daar liep ik al het terras op van Het Blauwe Theehuis. (Het is inderdaad blauw, en niet zo’n beetje ook.) Ze zijn daar, zoals dat heet, ‘voorzichtig’ weer geopend. Héél voorzichtig, bleek algauw, want ik werd staande gehouden door een man die mij met een eng beroepsglimlachje ‘een paar vragen wilde stellen’.

Was ik de afgelopen twee weken verkouden geweest? (Nee, niet aan snot denken: te laat.) Had iemand in mijn huishouden verhoging boven de 37,5? ‘Weet je wat, ik loop even naar huis om ze een thermometer in hun reet te steken’, wou ik zeggen, maar ja, dan krijg je  geen koffie, dus ik schudde maar braaf van ‘nee’.

Het was rustig op het terras, je kon er geen corona oplopen al zou je erom smeken, maar een paar tafeltjes verderop zat wel een jong gezin, vader, moeder en een peuter met... een uitbundige snotneus.

Ik dacht aan mijn eigen peuters. Vooral mijn oudste is jarenlang onafgebroken zwaar verkouden geweest. We lieten haar neusamandelen knippen, haar keelamandelen, en toen nog eens en nog eens, want die dingen groeiden telkens weer aan als de lever van Prometheus, maar het arme kind bleef kwakkelen, tot ze er uiteindelijk overheen groeide, zoals dat gaat.

Rillend van weerzin herinnerde ik mij hoe ik haar eens op het snoezige neusje had gekust en daarmee ongewild een grote, lauwe, snotkledder tevoorschijn zoog, die ik van schrik pardoes inslikte. Nee, niet aan denken: te laat.

Het jongetje op het caféterras, intussen, knabbelde lusteloos aan een tosti van 6 euro. Uit zijn neus droop het snot op de tosti. De ouders, druk in gesprek, hadden niets door. Onder het praten pakte de vader de tosti uit het handje van de peuter en nam een flinke hap. Een hap ter waarde van zowat 1,50, met gratis snot. Hij merkte nog steeds niets. Ik stond op, liet mijn koffie staan en verliet zeer snel het terras. Nog vóór ik bij het hek was moest ik onbedaarlijk niezen.

Hooikoorts, hoop ik dan maar. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden