Opinie

Voetbalstadion is veiliger dan ooit

Anders dan in de jaren tachtig kun je nu vriendin of kind gerust meenemen naar het voetbalstadion.

Beeld AFP/Getty Images

De stadions van nu zijn veilige oorden, helemaal als je het vergelijkt met de gewelddadige jaren tachtig, toen (voetbal)geweld heel gewoon was. De ophef over recente incidenten met supporters is niet alleen in het licht van de historie overtrokken. We hebben namelijk echt geleerd van het verleden. Maar willen we dat ook zien, of wentelen we ons liever in morele verontwaardiging?

Friso Schotanus is voetballiefhebber, journalist en schrijver.Beeld Merlijn Doomernik

Op een donkere, regenachtige novemberavond in 1988 beklom ik de betonnen treden van de jongerenrang in het Oosterenk-stadion van PEC Zwolle. Toen ik mijn vrienden vond, was het eerste dat één van hen zei: 'Heb je het gezien hé, overal zitten Feyenoord-supporters!'

De sfeer was inderdaad anders dan anders. Voor ons zaten een paar mannen in glimmende trainingspakken op de tribune, in het licht van de stadionmasten zag ik hoe ze een joint rolden. Anderen droegen Feyenoord-sjaals en waren luidruchtig. De meesten hadden lang haar, sommigen tot over hun schouders. De dresscode van deze avond: een dikke trui over het trainingsjack heen, zodat alleen de polyester kraag boven de wol uitstak. De Rotterdammers zouden in het uitvak moeten zitten, maar ze straalden uit dat zij zelf wel bepaalden waar zouden gaan en staan. Er was geen politie.

Opgefokter

Het werd drukker en drukker. De sfeer raakte opgefokter, ook al was van een strijd tussen Zwollenaren en Rotterdammers geen sprake. Nog voor de wedstrijd, begon een groep van zo'n 50 Feyenoord-hooligans aan het hekwerk te trekken dat de supportersvakken in de hoek scheidde van de lange zijde. Er werd geschreeuwd, ik deed een paar stappen achteruit en zag hoe het forse hek al snel flink heen-en-weerzwiepte.

Binnen een paar minuten werd het hek er onder gejuich helemaal uit getrokken en kon de Rotterdamse invasie in het stadion worden voortgezet. Nog altijd was er geen agent te bekennen, laat staan de Mobiele Eenheid. De supporters waren de baas in het stadion.

Gewoon

Het geweld dat voor mijn ogen, als ventje van net 12 jaar oud, in het stadion plaatsvond, was in die dagen heel gewoon. Als je op zoek was naar spanning, sensatie en geweld, moest je in het voetbalstadion zijn. Vooral bij uitwedstrijden naar clubs in de buurt - Go Ahead, Heracles of Emmen - kon je rekenen op actie: een gesloopte trein, een charge van de politie, een stenenregen, een aanval op het uit- of thuisvak. Zoals een vriend van mij laatst op de tribune opmerkte: je was eigenlijk teleurgesteld als er de hele avond niks was gebeurd.

Het was ook de tijd van de oerwoudgeluiden. Fans van VfB Stuttgart hadden het Nederlandse publiek hiermee in 1989 kennis laten maken in een Europa Cupduel met Feyenoord, uit duizenden kelen klonken apengeluiden als Paul Nortan of Regi Blinker aan de bal waren. Deze gewoonte werd in Nederland gretig opgepikt, vooral in het zuiden van het land was dat een populaire tijdverdrijf. Ajax-keeper Stanley Menzo vertelde in een interview in 1991 in NRC Handelsblad wat hij zoal hoorde: 'Kankerneger, hoerenjong, pleurisnikker, baviaan, vuile jood'. 'Bij NAC maakte ik twee jaar terug mee dat het hele stadion mijn huidskleur op de korrel nam. Niet zomaar een handjevol tuig, nee, ie-der-een.'

Een paar jaar eerder, in 1987, was Nederland ontsnapt aan zijn eigen Heizeldrama (waarbij in Brussel 39 doden vielen), toen de ME het propvolle vak Midden-Noord zeer hardhandig schoonveegde tijdens FC Den Haag-Ajax. De ME ging daartoe over omdat de menigte in het stadion niet meer te houden was. Het gevolg van de veegactie was dat tientallen fans over elkaar heen vielen en in ademnood raakten. Als door een wonder vielen er geen doden. Zoals het ook een mirakel was dat iedereen de wedstrijd Ajax-Feyenoord op 22 oktober 1989 overleefde. De twee spijkerbommen die Feyenoordfans toen in het naastgelegen Ajax-vak gooiden, leverden wel vier zwaargewonden op. Overigens: een maand eerder was tijdens de Europa Cupwedstrijd van Ajax tegen Austria Wien de Oostenrijkse doelman Franz Wohlfahrt getroffen door een ijzeren staaf die vanaf de F-Side naar hem was gegooid.

Het is maar een greep uit de zeer gewelddadige incidenten die toen zo'n beetje bij het voetbal leken te horen. Politieonderzoeker Edward van der Torre, die al jaren studie doet naar voetbalgeweld, spreekt, met de kennis van nu, van een bizarre periode, 'een soort permanente crisissituatie'. 'De acceptatie van geweld en onveiligheid was toen zo ontzettend groot. Sommige incidenten die toen pasten in het beeld, zouden nu evaluatiecommissies opleveren.'

Beeld anp

Videobewaking

Het geweld en de extreem kwetsende spreekkoren (dus niet een massaal gescandeerd: 'Je moeder is een hoer', maar 'Kankeraap' of 'Kutkankerjoden') namen pas af nadat de hooligans vanaf de jaren negentig goed in beeld kwamen, ze zwaarder werden gestraft en er goede videobewaking in de nieuwe stadions kwam, zodat iedere misstap een stadionverbod en hoge boetes opleverde. Resultaat: de stadions zijn nu veilige plekken, jongens kunnen hun vriendinnen weer meenemen, vaders en moeders hun kinderen. Niet dat het geweld, drank- en drugsgebruik rond het voetbal helemaal verdwenen is; dat zal nooit gebeuren.

Maar in het licht van deze historische situatie is de kop van afgelopen dinsdag, 'Welk weldenkend mens wil straks nog naar een voetbalstadion?', lachwekkend. De directe aanleiding is 'een trieste reeks van wandaden door voetbalsupporters'. Zeker, het ophangen van een opblaaspop die een keeper voorstelt, in de tuin van een van je eigen spelers bedreigingen uiten, het maken van oerwoudgeluiden; het is triest. Helaas worden dit soort gebeurtenissen nu gemediatiseerd: de poppenhanger haalde de voorpagina's van de kranten, de Volkskrant wijdde er bijna een hele spread aan.

Deze (media)aandacht en verontwaardiging wekken de indruk dat er sprake is van een groeiend maatschappelijk probleem waar sport en politiek geen antwoord op hebben. Dat is historisch gezien onjuist en het tegendeel is waar. De aanpak van deze problemen is, door lessen uit het verleden, behoorlijk adequaat. De poppenhanger is meteen opgepakt, en kan rekenen op een snelle veroordeling. Een groot aantal apenimitators uit Den Haag is ook geïdentificeerd, dankzij het geavanceerde videosysteem waarover men in het Kyocera-stadion beschikt. Het valt op dat er weinig aandacht is voor deze succesvolle vervolging. Willen we dit soms niet zien, en wentelen we ons liever in onze morele verontwaardiging?

Het spijtige is dat gekken altijd van zich zullen laten horen. Daar mogen we ons boos over maken en die afschuw laten klinken. Maar wel binnen zekere proporties graag, de rijke geschiedenis van het voetbalgeweld indachtig.

Van Friso Schotanus verschijnt later dit jaar het boek Toen was geweld heel gewoon, een zoektocht naar de opkomst en hoogtijdagen van het hooliganisme in Engeland en Nederland.

Friso Schotanus is voetballiefhebber, journalist en schrijver.

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden