Voer het debat over de zorg juist nu

In mijn vorige twee columns schreef ik over hoe ontwikkelingen in moderne (kanker)medicatie het noodzakelijker en moeilijker maken voor artsen om verschillende interventies (medicijnen, behandelingen) op kosten én op effectiviteit met elkaar te vergelijken. Steeds meer medicatie kan steeds preciezer 'gericht' worden. Een in medisch opzicht spectaculaire ontwikkeling, maar in termen van kosten en baten ook wel problematisch: steeds vaker komt medicatie op de markt die veel kost, slechts bij weinig mensen effect sorteert en in heel wisselende mate zicht biedt op -soms zeer geringe - verlenging van de levensduur.

In reactie op mijn columns werd erop gewezen dat al vaak is geprobeerd dit debat te voeren. Steeds mislukte het weer, veelal door de grote gevoeligheden. Die waren ook nu weer meteen zichtbaar in het debat, spookbeelden over waar de discussie over een 'prijsplafond' wel niet toe zou leiden, wie er wel of niet zijn medicijnen zou krijgen, buitelden over elkaar heen. En zolang je er niet persoonlijk door wordt geraakt, heb je makkelijk praten. Ook dat is waar. Toch denk ik nog steeds dat het goed is als we het debat nu, alsnog en weer gaan voeren. Misschien lukt het op deze manier wel.

undefined

Eén: vroeg beginnen

Stel je eens voor dat we over een flink aantal jaren te maken zouden hebben met acuut onbetaalbare gezondheidszorg, en met artsen die in spreekkamers met zulke beperkte budgetten werken dat ze vaak 'Nee' moeten verkopen. Als we in zo'n situatie met elkaar zouden proberen normen en handvatten te ontwikkelen om de kosteneffectiviteit van medische interventies met elkaar te kunnen vergelijken, zou het een pijnlijk en waarschijnlijk onmogelijk debat worden. Geen enkele suggestie zou waardevrij zijn, want zou meteen beoordeeld worden in termen van zijn onmiddellijke consequenties: dat wel, dat niet, hij wel, zij niet.

Tijd zou misschien ook ontbreken om zorgvuldige afwegingen te maken en draagvlak voor moeilijke keuzes te ontwikkelen. Allemaal nadelen die te vermijden zijn als we het debat beginnen als de financiële nood nog niet aan de man is. Ik zou dus tegen iedereen die zegt dat we het debat niet hoeven te voeren omdat de gezondheidszorg nog betaalbaar is willen antwoorden: precies dat is de beste reden om het debat juist nu te voeren.

Twee: vermijd spookbeelden

Juist de vraag of maatstaven gelijkelijk zouden moeten gelden voor elk type patiënt en elk type aandoening is één van de eerste vragen die beantwoord zou moeten worden. Verschillen tussen chronische ziekten en 'toevallige' aandoeningen lijken mij relevant; die tussen genezende en niet-genezende medicatie ook. Wie met angstaanjagende conclusies begint (dat wel, dat niet; die wel, die niet), voert geen debat maar slaat het debat over. Lijkt me de foute volgorde.

Een ander spookbeeld wordt opgeroepen met het woord 'prijsplafond'. Het KWF protesteert op zijn site zeer terecht tegen deze 'framing'. Het is immers geen discussie over de vraag of medicijnen niet duurder mogen zijn dan een bepaalde prijs. Het is een discussie over welke medicijnen de meeste waarde hebben.

Dan draait het niet om prijs, maar om kosteneffectiviteit; niet om kosten alleen, maar om de vraag op welke manier we medisch gezien het meeste kunnen bereiken met de schaarse euro's die we tot onze beschikking hebben.

Drie: vergeet de rest van de agenda niet

De discussie over hoe ver onze solidariteit kan gaan is belangrijk als medicijnen erg van elkaar gaan verschillen in reikwijdte, kosten en effectiviteit. Maar voorlopig zijn er ook nog heel veel andere dingen die we kunnen doen om de zorg solidair te blijven financieren. Het grootste gebod vind ik daarbij dat je eigenlijk niet aan de rechten van mensen mag gaan knabbelen zolang er nog (veel) geld wordt verspild in de zorg.

Schattingen van de Amerikaan Berwick suggereren dat het daarbij kan gaan om tientallen procenten 'waste' (verspilling) op terreinen als bureaucratie, onnodige behandelingen, ineffectieve behandelingen, marktfalen en oneigenlijk gebruik. Tot die verspilling zou je ook de overmatige winsten van farmaceuten kunnen rekenen.

In het eerder door mij aangehaalde KWF-rapport over de toegankelijkheid van dure kankergeneesmiddelen staan de cijfers nog een keer: gemiddeld 25 procent van de winst van farmaceuten wordt aan de promotie van nieuwe geneesmiddelen uitgegeven, terwijl maar 1,3 procent van de winst naar fundamenteel onderzoek gaat om nieuwe werkzame stoffen te ontdekken. Zouden we daar niet moeten beginnen?

Wouter Bos is econoom en politicoloog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden