Column Thomas van Luyn

Voelt u zich wel eens geïntimideerd? ‘Ik? Rot toch op man. Biertje?’

Er zijn twee geslachten, grofweg dan hè, en het een krijgt in het leven veel meer geweld te verduren dan het ander. Ik zal een hint geven: het begint met een ‘m’ en het rijmt op ‘in kruiken en kannen’. Ja, ik vond het ook gek toen ik het las, maar mannen zijn twee keer zo vaak slachtoffer van geweld en intimidatie als ­vrouwen. En dat is nog alleen maar wat we ­beweren tegen het CBS wanneer het langskomt met zijn vragenlijstje. Ik denk eigenlijk dat het nog veel vaker is, want op de vraag ‘Voelt u zich weleens geïntimideerd?’, zullen veel mannen geneigd zijn om te antwoorden: ‘Ik? Rot toch op man. Biertje?’, om redenen van gezichtsbehoud. Interessant genoeg kon ik het omgekeerde onderzoek niet vinden, met de vraag: ‘Heeft u weleens iemand bij de strot gegrepen?’ In daders is blijkbaar minder interesse.

Mijn ervaring is in ieder geval conform deze statistiek, ik vermoed vanwege mijn kop en mijn kakaccentje. Fout grapje, foute plek, boem, tand door mijn lip. Vroeger gebeurde het de hele tijd. Later ging ik op vechtles, in de hoop ooit nog eens mijn gram te kunnen halen, maar gek genoeg voelde daarna ­niemand ooit meer aandrang mij te meppen. Ergens wel jammer, want ik heb een wraakzuchtig karakter en ik hoopte nog een en ander recht te zetten, de logica volgend waarmee ik vroeger ook wel eens een fiets ‘terug’ jatte, als de mijne weer eens was verdwenen. Enfin, de gelegenheid deed zich niet meer voor, gelukkig maar, want het is niet alsof je van elkaar bepotelen in een veilig ­gymzaaltje nou ineens een onverwoestbare killer wordt.

De afwezigheid van geweld in mijn leven komt waarschijnlijk door de leeftijd: het risico is het grootst vóór je veertigste. Als je zeg maar een theoretische bedreiging vormt voor andere mannen. Een theoretische dan hè. Ik heb nooit het gevoel gehad dat mensen liever een straatje om liepen als ze mij aan zagen komen. Ja, misschien om een discussie over de merites van analoge synthesizers versus hun digitale opvolgers te vermijden.

Toch ben ik een enorme fan geworden van vechtsport. Voor mensen die elkaar onder de zoden proberen te stoppen kun je me midden in de nacht wakker maken. Soms letterlijk, zoals toen ik de wekker moest zetten om ’s nachts te kijken naar het gevecht tussen Conor McGregor en Khabib Nurmagomedov. Voor sommigen van u lijken die namen nogal verzonnen, ik weet het, maar het zijn heus echte mensen, opererend in het MMA-genre. Dat is vechten waarbij veel mag, bijna alles ­eigenlijk, en het is inmiddels de populairste geweldsbranche ter wereld. Boksen, dat is iets van de vorige eeuw, daar komen ze alleen nog in Angelsaksische landen naar kijken. MMA is gigantisch en alleen maar groeiende. En waar het vrouwenvechten zich altijd in minder populariteit mocht verheugen dan de heren­afdeling, kent het moderne MMA vrouwelijke supersterren die de grote arena’s uitverkopen, zoals de Holly Holms en de Joanna Jedrzejczyks van deze wereld. De vraag is ­natuurlijk, of dit de geweldsongelijkheid ­tussen mannen en vrouwen zal verkleinen. Slecht voorbeeld doet slecht volgen, wie weet slaan vrouwen elkaar straks net zo vaak op de muil als mannen. Ik geef dat in ieder geval een grotere kans dan dat mannen ­daarmee stoppen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden