ColumnSylvia Witteman

Voelde ik de Langebrugsteeg nou kraken, onder mijn maatje 41?

Ergens op de wallen was een stuk van de kade ingestort en pardoes de gracht ingezakt. Heel Holland zakt, en in Groningen kijken ze niet eens meer óp van hun eierbal, kniepertjes of ‘stip in’t gat’ terwijl de complete provincie onder hun kont verkruimelt, maar in Amsterdam is zo’n afbrokkelend grachtje groot nieuws.

Ik ging dan ook meteen kijken. Ik was bepaald de enige niet. ‘Valt er een speld in ’t water, de hele stam die staat er’, zong Louis Davids indertijd over de typisch Amsterdamse neiging overal met je neus bovenop te gaan staan. Nu, een eeuw later, bleek de gemeente van pottenkijken niet meer gediend: het rampgebiedje was, inclusief alle zijstraten, tot op honderden meters afgezet met roodwit lint, en werd bewaakt door mannen met gele hesjes.

‘Zo zien we toch niks?’, riep een kale pensionado, verbolgen, alsof zijn vrouw met haar lompe stofzuiger voor Studio Sport was gaan staan. ‘Ik denk dat ze bang zijn dat de rest ook instort’, zei ik. Dat leek me trouwens niet denkbeeldig. Op dat stukje Grimburgwal hebben bij mijn weten nooit auto’s gereden, dus als het dáár al instort vraag je je af hoe de rest van de grachtengordel ervoor staat. Voelde ik de Langebrugsteeg nou kraken, onder mijn maatje 41? Ik liep maar een eindje verder, de Nes op.

Daar stonden twee vrouwen van middelbare leeftijd te praten. Ze hadden weldenkende gezichten, kleren en kapsels; de een verzorgd grijs (haar vriendinnen hadden het ‘dapper’ gevonden) de ander – wat minder heldhaftig – beschaafd blond. De grijze had een hondje bij zich, van onduidelijke signatuur. Hij droeg om zijn achterpoot een blauw orthopedisch hulpstuk, een soort ingenieuze spalk.

Alwéér moest ik aan Louis Davids denken, met zijn verrukkelijke smartlappen. ‘Kleine Dirkie had een hondje, door een auto overreden/Met gebroken poot in ’t straatgewoel gevonden/met twee houtjes en een stukkie van een ouwe gonjezak/had ie ’t pootje eerst gespalkt en toen verbonden...’

‘Ik vind op zich dat Femke Halsema het héél goed doet’, zei de blonde. ‘Maar dit...’ De ander knikte. ‘Het komt door de rondvaartboten’, zei ze. ‘En sowieso moet de hele binnenstad natuurlijk autovrij.’ Nou, Femke, dat je ’t weet.

Het hondje dribbelde hinkerig om ze heen. ‘Op een keer kwam Hekkie onverwachts, zijn poot nog in’t verband/De kamer in, een hondje laat zich niet verbieden/Moeder zei ‘Nou is de boot an, kijk me zo’n scharminkel an/’t lijkt waarachtig wel de Joodse Invalide...’

Dat liep slecht af, natuurlijk, zowat een eeuw geleden. Maar tegenwoordig worden manke hondjes deskundig opgelapt.

Nu Amsterdam nog. (En natuurlijk, voeg ik er haastig aan toe: Groningen.) 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden