Column Aleid Truijens

Voedsel is toch het aantrekkelijkst als het een verboden genot is: te zoet, te zout, te vet en te veel

Bij het woord ‘voedselattractiepark’ denk ik aan een verrukkelijk wonderland. Een paradijs met huisjes van peperkoek en kolkende chocoladerivieren, waar de gebraden ganzen je in de mond vliegen. Niet meteen aan ‘een educatief voedselavontuur waar consumenten op unieke wijze inzicht krijgen in het complexe verhaal van de voedselketen’, zoals het World Food Center in Ede zichzelf aanprijst op zijn website, waar bezoekers worden aangespoord ‘bewuste keuzes te maken voor smakelijke, gezonde en duurzame voeding.’

Dat is natuurlijk mooi en leerzaam, maar een attractie? Voedsel is toch het aantrekkelijkst als het een verboden genot is: te zoet, te zout, te vet en te veel. Niet voor niets is het sprookje van Luilekkerland van alle tijden. Of het nu in het Cocagne van Pieter Bruegel is (op die placemat) of in Willy Wonka’s chocoladefabriek die Sjakie bezoekt, het gaat altijd om dezelfde wensdroom: eten wat en zoveel je maar wilt, helemaal gratis. Dat was voor zowel de meeste 16de-eeuwers als voor de Engelse industriearbeiders onbereikbaar. Boccaccio schreef in 1353 al over een land vol bergen ravioli en Parmezaanse kaas, waar witte wijn door de rivieren stroomde – meer mijn land.

Het hedendaagse Luilekkerland zijn de all-you –can-eat-restaurants en de vreetstrips aan de rafelranden van de steden, waar je je klem kunt eten voor weinig. Je wordt er voor straf misselijk en dik van, dat wel. Ons dagelijks leven, met kantoorwerk en brave boterhammetjes, moet weer een Luilekkerland zijn voor mensen uit landen waar honger en oorlog heersen; zij wagen hun leven om te vluchten naar droomlanden waar iedereen veilig is en te eten krijgt.

Maar goed, het gaat waarschijnlijk helemaal niet door, dat World Food Center, ook al hebben ze een website. Wat ‘dé food-ontmoetingsplek voor consumenten, bedrijven, kennisinstellingen en overheden’ had moeten worden, voor ‘inspiratie, kennisdeling en bewustwording’, krijgt nu trekken van een angstvisioen: het wordt onbetaalbaar. De gemeenteraad dreigt haar steun te onthouden. Het hele project ‘ligt politiek Ede zwaar op de maag’ las ik ergens.

Sneu voor Ede, maar het project was gulzig en megalomaan. De gemeente leed 19,7 miljoen euro verlies op grondverkoop, er is 6 miljoen uitgegeven aan voorbereiding en 26 miljoen toegezegd; Rijk en provincie zouden nog eens 22 miljoen bijdragen.

De rest moest van het bedrijfsleven komen. Maar de voedingsindustrie voelt er weinig voor om te investeren in een educatief park dat ‘het eerlijke verhaal over voedsel’ vertelt. ‘Bedrijven kunnen tegen hun aandeelhouders niet zeggen dat ze ergens in hebben geïnvesteerd waar ze hun product niet mogen verkopen,’ zoals een wethouder het in deze krant bondig samenvat. Niks Fristi-rivieren, Chocomel-fonteinen en bomen vol smeuïge Marsen.

Binnenkort vallen er dus, als rijp fruit, vele publieke miljoenen vrij in Ede, en in heel Gelderland. Dat lijkt me geweldig nieuws. Voor de thuiszorg bijvoorbeeld, waar anderhalve minuut meer per patiënt welkom zou zijn, of voor Jeugdzorg, dat kinderen met psychische problemen best graag eerder wil helpen. Er komen groene speelpleintjes voor de kleintjes. En al die betaalbare woningen die er de komende jaren worden gebouwd! Fijn voor de leraren, die dan heus wel willen komen werken. Ede wordt Nederlands paradijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden