Opinie

VNO-NCW is een slechte raadgever bij innovatie

Leer van de investering in de Deltawerken en zet volop in op onderzoek naar duurzame technologie.

Oosterscheldedam maakte Nederland wereldleider watermanagement. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

VNO-NCW is positief over de bemoeienis van het bedrijfsleven met wetenschappelijk onderzoek (Volkskrant, 11 juni). Dat de machtigste lobbyclub van Nederland ingenomen is met zijn groeiende greep op publiek onderzoeksgeld, is begrijpelijk. Maar onze concurrentiekracht is er niet bij gebaat.

Echte ontdekkingen en doorbraken komen zelden van de gevestigde orde met zijn bestaande verdienmodellen. In plaats van belastingkorting en beleidsinvloed voor grote bedrijven moet het kabinet daarom meer geld en ruimte geven aan echte vernieuwers: onafhankelijke wetenschappers en innovatieve starters.

Dat de invloed van het bedrijfsleven goed is voor de kwaliteit van wetenschappelijk onderzoek, baseert VNO-NCW op de evaluatie van één Industrial Partnership Program. Maar wie naar het geheel kijkt, ziet dat het beleid de afgelopen jaren te weinig baanbrekende innovaties heeft opgeleverd. Zo weigert minister Kamp een overzicht te geven van innovaties die voortkomen uit de negen topsectoren. De website van de topsector Energie vermeldt als belangrijkste resultaat 'lichtgewicht zonnepanelen voor verschillende daksoorten'.

Magere resultaten

Kern van het probleem is dat we teren op resultaten uit het verleden, maar vergeten te investeren in de toekomst. Zo blijkt uit cijfers van het Rathenau Instituut dat de publieke investeringen in innovatie en onderzoek de komende vier jaar dalen met een half miljard euro. En ondanks de toegenomen invloed van het bedrijfsleven op overheidsbudgetten, is de private bijdrage bijna vier miljard euro minder dan verwacht. En dat ondanks de door de VVD en VNO-NCW zo bewierrookte Innovatiebox. Deze belastingkorting van een kleine miljard euro per jaar gaat vooral naar grote bedrijven met winst uit bestaande innovaties.


Gevestigde bedrijven leggen dus hun onderzoekskosten neer bij de belastingbetaler en de overheid laat zijn krimpende onderzoeksbudgetten verwateren door diezelfde bedrijven aan het roer te zetten. Met magere resultaten als gevolg. Het is tijd voor een koerswijziging. In plaats van eenzijdig inzetten op onderzoek dat past binnen bestaande verdienmodellen, moeten we op twee andere paarden wedden.


Allereerst op ongericht onderzoek uit wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Dit is risicovol, omdat de uitkomst niet te voorspellen is. Sterker, de gewenste uitkomst staat vooraf niet eens vast! Juist daarom is het een overheidstaak om hierin te investeren. Universiteiten en wetenschappelijke instituten moeten daarom voldoende geld en ruimte hebben om onafhankelijk keuzes te kunnen maken. Behalve opbouw en verdieping van fundamentele kennis leidt dit steeds weer tot nieuwe inzichten en baanbrekende ontdekkingen als elektriciteit, penicilline, de computer en nanotechnologie.

Maatschappelijke issues

Ten tweede moeten we onze innovatie meer richten op maatschappelijke issues. Doelgericht onderzoek is vooral van waarde als het de belangen van een bedrijfstak overstijgt. Met die benadering kreeg Amerika een man op de maan en kregen we tal van dodelijke ziekten onder controle. In Nederland besloten politiek, bedrijven en samenleving na de watersnoodramp in 1953 de Deltawerken te starten om het water te verslaan. Dankzij dat doelgerichte programma is Nederland nu nog steeds wereldleider op het gebied van watermanagement.

Om internationaal concurrerend te blijven moet Nederland oplossingen blijven bieden voor mondiale uitdagingen. Wie technologie kan ontwikkelen om duurzame energie op te slaan, kan een leidende positie in de wereld opbouwen. Maar deze ambitie maakt geen deel uit van de topsector energie. Shell gaat de omslag naar schone energie nu eenmaal niet leiden. Daarom moeten de door traditionele bedrijfstakken gedomineerde topsectoren worden omgevormd tot open innovatiedomeinen. Met een centrale rol voor ondernemers met nieuwe verdienmodellen.

De kabinetsdoelstelling om terug te keren in de top vijf meest concurrerende economieën, is binnen handbereik. Het bedrijfsleven moet dan zorgen voor meer private investeringen. Zodat publieke budgetten besteed kunnen worden aan wetenschappers en innovatieve starters. Op zijn beurt moet het kabinet het innovatiebeleid in dienst stellen van onafhankelijk onderzoek en open innovatie gericht op maatschappelijke uitdagingen.

Als een groter deel van het bbp naar onderzoek en innovatie gaat en we het beschikbare geld beter besteden, kan Nederland in 2030 het innovatiecentrum van de wereld zijn.

Kees Verhoeven.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.